← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.8 Rolnummer: P.20.0582.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2020-07-01 Raadplegingen: 601 - laatst gezien 2026-06-19 19:42 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Uit artikel 5.1.e EVRM volgt dat een vrijheidsberoving van een geesteszieke die strafbare feiten heeft gepleegd en op die grond is geïnterneerd, rechtmatig is indien hij binnen een redelijke termijn wordt geplaatst in een aangepaste instelling waar hem aangepaste zorg wordt verstrekt. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Uitvoering van de interneringsbeslissing - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Criteria - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Internering - Uitvoering van de interneringsbeslissing - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Criteria - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Verbod van foltering - Internering - Uitvoering van de interneringsbeslissing - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Criteria - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Recht op vrijheid en veiligheid - Internering - Uitvoering van de interneringsbeslissing - Plaatsing in een aangepaste instelling binnen een redelijke termijn - Criteria - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0582.N P. E. L., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 19 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Uit artikel 78 Interneringswet volgt dat tegen de beslissing tot voeging van de internering bij de reeds lopende interneringen, de plaatsing van de eiser in een afdeling tot bescherming van de maatschappij en de afwijzing van verloven of uitgaansvergunningen geen cassatieberoep openstaat. In zoverre het cassatieberoep ook tegen deze beslissingen is gericht, is het niet ontvankelijk. Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5.1.e EVRM en artikel 2 Interneringswet: door eisers verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling af te wijzen en zijn opsluiting te bevelen in de gevangenis, miskent het vonnis eisers rechten; de vrijheidsberoving van de eiser is slechts rechtmatig indien hij binnen een redelijke termijn wordt opgenomen in een aangepaste instelling waar hij effectieve therapeutische zorg krijgt, wat een gevangenis niet is; hierdoor is er ook sprake van een onmenselijke behandeling; de eiser bevindt zich sinds zijn wederopsluiting op 19 september 2018 opnieuw gedurende twintig maanden in een gevangenis en werd aldus niet binnen de redelijke termijn van vier maanden opgenomen in een aangepaste instelling; een dergelijke onrechtmatige detentie moet onmiddellijk worden beëindigd.
  4. Uit artikel 5.1.e EVRM volgt dat een vrijheidsberoving van een geesteszieke die strafbare feiten heeft gepleegd en op die grond is geïnterneerd, rechtmatig is indien hij binnen een redelijke termijn wordt geplaatst in een aangepaste instelling waar hem aangepaste zorg wordt verstrekt.
  5. De kamer voor de bescherming van de maatschappij, als multidisciplinair en gespecialiseerd rechtscollege, moet toezicht houden over de wijze van uitvoering van de interneringsbeslissingen binnen het geldende verdragsrechtelijke en wettelijke kader. Het staat aan deze kamer erover te waken dat de geïnterneerde binnen een redelijke termijn wordt geplaatst in een aangepaste instelling waar hij de meest gepaste zorg ontvangt. Die regel geldt evenzeer voor geïnterneerden die reeds een of meerdere keren hebben genoten van uitvoeringsmodaliteiten, zoals een invrijheidstelling op proef, maar die wegens de niet-naleving van voorwaarden opnieuw worden opgesloten.
  6. De redelijkheid van die termijn, die niet in absolute termen is uit te drukken, hangt onder meer af van de aard van de geestesziekte, de mogelijke behandelwijzen, de wijze waarop de geïnterneerde desgevallend in het verleden reeds werd behandeld, de wijze waarop de uitvoering van de internering in het verleden is verlopen, de beschikbaarheid van de voorzieningen die zijn gericht op de specifieke noden van de geïnterneerde en de bereidheid van de geïnterneerde om mee te werken met voorgestelde behandelingen.
  7. Het aanvangspunt voor de beoordeling van die redelijke termijn is het tijdstip waarop de geïnterneerde voor de uitvoering van een door de rechtbank bevolen internering wordt opgesloten in een inrichting waar hij niet de gepaste zorg ontvangt. Bij die beoordeling moet niet noodzakelijk rekening worden gehouden met eerdere periodes van opsluiting zonder gepaste zorg ter uitvoering van andere reeds bevolen interneringen.
  8. In zoverre het middel ervan uitgaat dat een verblijf in een afdeling voor de bescherming van de maatschappij van langer dan vier maanden waarbij ook wordt rekening gehouden met eerdere periodes van verblijf in een dergelijke instelling, automatisch impliceert dat de termijn voor plaatsing in een aangepaste instelling niet meer redelijk is, faalt het naar recht.
  9. Het vonnis stelt vast dat: - de eiser op 13 mei 2005 en 15 februari 2006 werd geïnterneerd wegens poging tot moord respectievelijk het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan een penitentiair beambte; - hij tijdens de uitvoering van deze interneringen tweemaal vrij op proef werd gesteld, maar die invrijheidstellingen werden herroepen wegens agressie-incidenten en eisers gebrek aan bereidheid om zich te laten behandelen; - de eiser in het kader van deze interneringen meermaals in het forensisch psychiatrisch centrum (FPC) te Gent werd geplaatst, met verschillende tijdelijke overplaatsingen bij hoogdringendheid naar een afdeling tot bescherming van de maatschappij (ABM) wegens ernstige incidenten van agressie; - de kamer voor de bescherming van de maatschappij de eiser bij vonnis van 19 september 2018 heeft geplaatst in een ABM, vermits eisers verblijf in het FPC te Gent niet meer houdbaar was door diverse ernstige incidenten van fysieke agressie tegen het personeel; - de eiser op 4 oktober 2018 een derde maal werd geïnterneerd wegens poging tot moord op een medewerkster van het FPC te Gent, ter uitvoering waarvan de eiser werd geplaatst in de ABM te Antwerpen; - de eiser op 28 februari 2019 een vierde maal werd geïnterneerd wegens het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan een personeelslid van het FPC, waarna de plaatsing in een ABM eveneens werd bevolen; - de eiser tijdens de rechtszittingen van 13 december 2018 en 26 september 2019 aangaf niet in het FPC Gent te willen verblijven en ook een verblijf in het FPC Antwerpen voor hem geen optie was vermits dit nieuwe agressie-incidenten zou uitlokken; - de eiser op 13 september 2019 een vijfde maal werd geïnterneerd wegens het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan personeelsleden van de ABM te Turnhout; - de kamer voor de bescherming van de maatschappij zich thans dient uit te spreken over de wijze waarop deze internering zal worden uitgevoerd.
  10. Het vonnis oordeelt als volgt: - de eiser betekent nog steeds een gevaar voor de maatschappij; zijn ernstige en voortdurende persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk borderline en antisociale kenmerken houdt het gevaar in dat hij opnieuw een misdrijf zou plegen dat de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt; - de eiser werd reeds vijf maal geïnterneerd wegens ernstige geweldsfeiten waaronder twee moordpogingen op vrouwen; - hij beschikt over weinig probleembesef of ziekte-inzicht, legt alle verantwoordelijkheid voor het moeizame verloop van de interneringsmaatregel volledig buiten zichzelf en reageert ingeval van vermeende provocatie of cumulatie van stress met fysieke agressie; - in het deskundigenverslag van dr. Steemans wordt eisers geestesstoornis bevestigd en wordt het risico op geweldsdelicten hoog ingeschat; ook de PSD-psychiater weerhoudt bij de eiser een borderline persoonlijkheidsstoornis en schat het risico op gewelddadige recidive hoog in; - een FPC is op dit ogenblik niet de juiste setting voor de eiser, die thans nog steeds een openlijke weerstand heeft tegenover een behandeling in een FPC en zelf aangaf dat bij een verplicht verblijf in een dergelijk centrum opnieuw agressief gedrag kon worden verwacht; - een verblijf in een FPC is gericht op behandeling en vereist een minimale bereidheid om hieraan mee te werken, die thans volledig ontbreekt bij de eiser; voorbije plaatsingen in het FPC Gent hebben aanleiding gegeven tot zeer gevaarlijke situaties waarbij de veiligheid van het personeel in het gedrang kwam; de eiser werd voor deze feiten, waaronder een poging tot moord op een verpleegster van het FPC, ook opnieuw geïnterneerd; - een verblijf in een medium security-voorziening is thans evenmin een optie; het OPZC Rekkem weigert de eiser omwille van zijn gedrag tijdens voorgaande opnames en de eiser weigert een aanmelding te doen bij de andere voorzieningen; - een verblijf in een voorziening met een lager beveiligingsniveau of een ambulante reclassering is onvoldoende veilig gelet op eisers ernstige persoonlijkheidsproblematiek die een stabiele structuur met duidelijke externe regels en grenzen vereist; - gelet op eisers noden, zowel op het vlak van veiligheid als op vlak van zijn individuele aanpak, is de plaatsing in de ABM te Antwerpen thans een geschikte setting; dit is een door de federale overheid georganiseerde inrichting waar de internering overeenkomstig de Interneringswet kan worden uitgevoerd; niet is aangetoond dat de eiser aldaar geen adequate zorg zou krijgen; - uit het advies van de directeur blijkt tevens dat de eiser daar zijn draai heeft gevonden en er geen ernstige incidenten of moeilijkheden worden gerapporteerd; - de rechtbank zal uiterlijk binnen vijf maanden eisers situatie opnieuw evalueren om na te gaan in welke mate er een minimale behandelbereidheid bestaat om een werkbaar zorgtraject in een FPC of andere voorziening met voldoende beveiligingsniveau op te starten. Met die redenen verantwoordt het vonnis de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 23 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.