id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.11 Rolnummer: F.19.0069.N Zaak: CREATIVE CONTRUCTION AND RENOVATION c. BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-12-15 Raadplegingen: 1180 - laatst gezien 2026-06-19 19:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche Er is sprake van nieuwbouw, waarop een btw-tarief van 21 pct. van toepassing is, indien de uitgevoerde werken niet steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw en het gebouw heropgebouwd wordt na afbraak, zelfs indien bepaalde delen, zoals de funderingen, de kelders of alleen de voorgevel worden behouden; er is sprake van verbouwing, wat ook de benaming is die eraan wordt gegeven, waarop een btw-tarief van 6 pct. van toepassing is, wanneer de werken op relevante wijze steunen op de reeds bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren, en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Tarief van 6% - Onderscheid verbouwing en nieuwbouw - Criteria Wettelijke bepalingen: KB nr. 20 van 20 juli 1970 - 20 - 20-07-1970 - Art. 1 - 31 Link Justel databank 19700720-31 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Fiscaal Recht [T.F.R.] - VANDEBERGH, Henri; Noot 'Het verlaagde btw-tarief van 6% voor verbouwingen aan een onroerend goed: Hof van Cassatie bevestigt definitie die door administratie werd vooropgesteld' - 2020, nr. 592, p. 1104-
- Tekst van de beslissing Nr. F.19.0069.N CREATIVE CONSTRUCTION AND RENOVATION nv, met zetel te 9070 Destelbergen, Molenweidestraat 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0417.751.185, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 27 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 45, § 1, Btw-wetboek mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt, onder meer, voor het verrichten van belastbare handelingen. Uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang moet bestaan tussen, enerzijds, een bijzondere handeling verricht in een vroeger stadium en, anderzijds, een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat om aan de belastingplichtige een recht op aftrek van de voorbelasting toe te kennen en de omvang van dat recht te bepalen.
- De appelrechter oordeelt dat de eiseres geen recht op aftrek heeft van de btw die verschuldigd is op de factuur nr. 112 van 10 oktober 2008, uitgeschreven door VERONIKA EDITIONS bvba, op grond van de vaststellingen in het proces-verbaal van de administratie van 17 januari 2013 dat: - deze factuur de datum niet vermeldt waarop het belastbaar feit van de levering van goederen of de dienstverrichting heeft plaatsgevonden of de datum van de incassering van de prijs of een deel ervan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur; - zij ook de gegevens niet vermeldt die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten; - het fabrieksgebouw met aanhorigheden, waarop deze factuur betrekking heeft, bij notariële akte van 13 juni 2007 werd verkocht, dit is vóór de facturatie, op een ogenblik dat de eiseres geen eigenaar meer was.
- De appelrechter die, na te hebben vastgesteld dat de factuur nr. 112 van 10 oktober 2008, uitgeschreven door VERONIKA EDITIONS bvba, de prestaties omschrijft als "diverse werken op uw werf te Relegem voor de forfaitaire som voor een totaal bedrag van", en vervolgens op grond van de vaststellingen vermeld onder r.o.
- hiervoor te kennen geeft dat er geen rechtstreekse en onmiddellijke samenhang bestaat tussen deze facturatie en latere handelingen waarvoor een recht op aftrek bestaat, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede middel
- Krachtens artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven wordt de belasting over de toegevoegde waarde geheven tegen een tarief van zes procent voor de goederen en diensten aangewezen in tabel A van de bijlage bij dit besluit. Krachtens tabel A, rubriek XXXI, § 1, van de bijlage bij voormeld besluit wordt het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in § 3 onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct., voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn: - de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele, van een woning tot voorwerp hebben; - de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt; - de handelingen moeten worden verricht aan een woning, waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van de verschuldigdheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22 van het wetboek; - de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker door een persoon die, op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract, geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 WIB92; - de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, mel-ding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen. Behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of het klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief. Krachtens tabel A, rubriek XXXI, § 3, 1°, van de bijlage bij voormeld besluit worden het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitzondering van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed beoogd.
- Uit het vorenstaande volgt dat het verlaagd tarief van toepassing is op voorwaarde dat het gaat om een omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud van een bestaand gebouw en niet om een nieuwbouw. Op een handeling die bestaat in de verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed is het verminderd btw-tarief van 6 pct. van tabel A, rubriek XXXI, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 voormeld van toepassing, zonder dat wordt vereist dat het gaat om de verbouwing van een onroerend goed dat reeds de bestemming had van privé-woning. Aan de voorwaarde van de aanpassing van het gebouw aan de bestemming van privé-woning moet slechts voldaan zijn na de uitvoering van de werken. Het is niet vereist dat het gebouw of ieder deel van het gebouw reeds die bestemming had vóór de uitvoering van de werken. De rechter beoordeelt onaantastbaar of de uitgevoerde werken de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, geheel of ten dele, van een woning tot voorwerp hebben dan wel of er sprake is van nieuwbouwwerken, onverminderd de mogelijkheid voor het Hof om na te gaan of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten wettig heeft kunnen afleiden dat de werken een nieuwbouw tot stand hebben gebracht. Aldus is er sprake van nieuwbouw, waarop een btw-tarief van 21 pct. van toepassing is, indien de uitgevoerde werken niet steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw en het gebouw heropgebouwd wordt na afbraak, zelfs indien bepaalde delen, zoals de funderingen, de kelders of alleen de voorgevel worden behouden. Er is sprake van verbouwing, wat ook de benaming is die eraan wordt gegeven, wanneer de werken op relevante wijze steunen op de reeds bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren, en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het project te Charleroi de omvorming behelsde van een voormalig kantoorgebouw in een appartementsgebouw; - het gebouw drie kantoren omvat en een aantal appartementen bestemd voor privé bewoning; - de voorwaarden, wat de appartementen bestemd voor privé bewoning betreft, om een btw-tarief van 6 pct. toe te passen niet vervuld zijn; - de uitgevoerde werken een "zware ingreep" veronderstellen; - appartementen gecreëerd werden die er voordien niet waren, wat veronderstelt dat een volledig nieuwe indeling tot stand wordt gebracht, gezien normalerwijze elk appartement bestemd voor privé bewoning, toch beschikt over een badkamer, een keuken, een hal, nieuwe ingangen en dergelijke meer, ruimtes, inrichtingen en voorzieningen die normalerwijze niet voorhanden zijn in kantoren; - het kantoorgebouw omgevormd wordt tot delen, appartementen, die volledig verschillend zijn van aard, indeling, inhoud en gebruik dan het oorspronkelijk kantoorgebouw; - bevestiging van dergelijke zware ingreep te vinden is in de grote omvang van de uitgevoerde werken die naar voor komt uit de kostprijs ervan. Uit de aankoop- en verkoopfacturen is af te leiden dat de totale kostprijs van de appartementen en de grond 571.433,33 euro bedraagt, terwijl de kostprijs van de omvormingswerken 363.055,08 euro bedraagt, wat inhoudt dat de kostprijs van de appartementen 63,53 pct. van de verkoopprijs bedraagt, dan nog zonder de waarde van de grond uit de berekening te sluiten zodat dit percentage eigenlijk nog hoger ligt; - op grond van deze gegevens aan te nemen is dat de eiseres in werkelijkheid een nieuwbouw heeft tot stand gebracht en niet de in artikel 1, tweede lid, a), koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, tabel A, XXXI, § 1, 1°, bedoelde omvorming, renovatie, rehabilitatie, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging; - de plannen die de eiseres overlegt dit bevestigen. Zo valt op dat de appartementen op de eerste tot en met de vierde verdieping ten opzichte van de vroegere toestand een volledig ander formaat hebben dan de oorspronkelijke lokalen. Van de vijfde verdieping is enkel een plan voorhanden na bouw van de appartementen, niet van voordien. Opgemerkt moet ook worden dat de overgelegde plannen van na de werken blijkbaar door de eiseres zo gekozen zijn dat de diverse hoger aangehaalde voorzieningen die normaal aanwezig zijn in een appartement, niet gedetailleerd weergegeven zijn en derhalve een onvolledig beeld geven; - de administratie terecht een btw-tarief van 21 pct. toepasselijk achtte. - de eiseres tevergeefs verwijst naar de circulaire nr. 86/006 van 22 augustus 1986 en de beslissing E.T. 106.933 van 1 september 1994, die mogelijk als leidraad voor de ambtenaren van de administratie nuttig kunnen zijn, maar niet tot gevolg hebben dat de toepassing van de fiscale wet wordt verhinderd en er maar sprake zou kunnen zijn van een verbouwing indien de voorwaarden van de circulaire zijn vervuld.
- Door aldus te oordelen, en zonder na te gaan of de uitgevoerde werken op een relevante wijze steunen op de reeds bestaande dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke structuur van het bestaande gebouw, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt dat de verweerder voor het project te Charleroi terecht het btw-tarief van 21 pct. heeft toegepast en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221021.1N.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231113.3F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div