← België

DE COCK&CO vof c. VLAAMS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.16 Rolnummer: F.19.0050.N Zaak: DE COCK&CO vof c. VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-07-06 Raadplegingen: 574 - laatst gezien 2026-06-17 15:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Gelden alleen als nieuwe feiten of bescheiden die welke een bewijs kunnen opleveren dat voordien niet is geleverd en dat de belastingplichtige niet kon overleggen of aanvoeren voordat de termijnen van bezwaar of beroep waren verstreken. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Ontheffing Vrije woorden: Overbelastingen - Nieuwe feiten of bescheiden - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 376, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Het uit een herschatting voortspruitende kadastrale inkomen wordt geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen, ook al werd de administratie van het kadaster verwittigd na het verstrijken van de termijn van dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - KADASTRAAL INKOMEN Vrije woorden: Herschatting - Nieuw kadastraal inkomen - Bestaan - Aanvangspunt Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 494, § 5 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 3 De wijziging van het herschatte kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar heeft enkel invloed op de aanslagen die werden vastgesteld op grondslag van het herschatte kadastraal inkomen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - KADASTRAAL INKOMEN Vrije woorden: Wijziging ingevolge bezwaar - Uitwerking ten aanzien van reeds ten kohiere gebrachte aanslagen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 503 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] - CHARLEZ, François; Note 'Pas de dégrèvement d'office sans juste motif: le contribuable ne peut pas être à l'origine de l'apparition tardive du fait nouveau' - 2021, n° 664, p.

  1. Tekst van de beslissing Nr. F.19.0050.N DE COCK & CO vof, met zetel te 2800 Mechelen, Kanunnik De Deckerstraat 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0866.102.112, eiseres, met als raadsman mr. Paul Van Rillaer, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2820 Bonheiden, Putsesteenweg 8, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister voor Begroting, Financiën en Energie, met kabinet te 1000 Brussel, Kreupelenstraat 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  2. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 december
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 27 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. Krachtens artikel 376, § 1, WIB92 verleent de directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar ambtshalve ontheffing van de overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting, alsmede van die welke zouden blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen en op voorwaarde dat: 1° die overbelastingen door de administratie werden vastgesteld of door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, aan de administratie werden bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd; 2° de aanslag niet reeds het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift, dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing nopens de grond. Het loutere feit van de overbelasting geeft geen aanleiding tot ontheffing. Voor een ontheffing is niet enkel vereist dat de overbelasting door de administratie werd vastgesteld of door de belastingplichtige werd bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, maar eveneens dat de laattijdige inroeping van de nieuwe bescheiden of feiten waaruit de overbelasting blijkt, wordt verantwoord door gewettigde redenen. Gelden alleen als nieuwe feiten of bescheiden die welke een bewijs kunnen opleveren dat voordien niet is geleverd en dat de belastingplichtige niet kon overleggen of aanvoeren voordat de termijnen van bezwaar of beroep waren verstreken.
  5. Krachtens artikel 473 WIB92 is de eigenaar van een onroerend goed ertoe gehouden, uit eigen beweging, bij de administratie van het kadaster de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen aan te geven, binnen dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken.
  6. Krachtens artikel 494, § 5, WIB92 worden de uit een schatting of een herschatting voortspruitende kadastrale inkomens geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 WIB92 is voorgeschreven. Het uit een herschatting voortspruitende kadastrale inkomen wordt geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen, ook al werd de administratie van het kadaster verwittigd na het verstrijken van de termijn van dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken.
  7. De appelrechter overweegt dat: - de afbraakwerken die aan de basis lagen van de herschatting van het kadastraal inkomen beëindigd waren tussen februari en april 2010; - de eiseres pas op 12 september 2014 het kadaster verwittigde van de in 2010 beëindigde afbraakwerken; - op 24 april 2015 een nieuw kadastraal inkomen, dat gold vanaf 1 mei 2010, aan de eiseres werd betekend; - het begrijpelijk is dat de zaakvoerster van de eiseres, omwille van haar medische problemen in 2009, zich niet onmiddellijk heeft beziggehouden met de aangifte van de afbraak binnen de termijn van artikel 473 WIB92; - het aannemelijk is dat de zaakvoerster van de eiseres ook in 2010 nog de gevolgen van haar medische aandoening diende te ondergaan; - het normalerwijze ten laatste medio 2010 mogelijk moet zijn geweest aangifte te doen van de afbraakwerken bij de administratie van het kadaster, en dat die administratie ten laatste in de eerste helft van 2011 normalerwijze toch het nieuwe kadastraal inkomen had betekend; - er slechts een gewettigde reden kan worden aanvaard tot de eerste helft van 2011; - voor de periode nadien moet worden aangenomen dat de latere betekening van het kadastraal inkomen het gevolg is van de nalatigheid van de eiseres om aangifte van de afbraakwerken te doen, en dat die nalatigheid niet als gewettigde reden kan worden gekwalificeerd; - de eiseres in deze omstandigheden voor het aanslagjaar 2012, waarvan het aanslagbiljet werd toegestuurd op 19 juni 2012, en voor het aanslagjaar 2013, waarvan het aanslagbiljet werd toegestuurd op 2 juli 2013, niet aantoont dat zij om een gewettigde reden laattijdig de betekening van het nieuw kadastraal inkomen ontving, en niet in staat was om gewoon bezwaar in te dienen vóór het verstrijken van de gewone bezwaartermijn; - hoewel voor het aanslagjaar 2011 geen aanslagbiljet voorligt en de datum van verzending ervan niet bekend is, de kans bestaat dat het aanslagbiljet medio 2011 aan de eiseres werd toegestuurd, zoals dit reeds gebeurde voor de andere aanslagjaren, zodat de eiseres ook voor het aanslagjaar 2011 de mogelijkheid zou hebben gehad gewoon bezwaar in te dienen op grond van de betekening van het nieuw kadastraal inkomen vóór het verstrijken van de gewone bezwaartermijn. De appelrechter die op voormelde gronden oordeelt dat, hoewel het feit zelf van de overbelasting werd aangetoond, er niet voldaan was aan de voorwaarden voor de ontheffing “nu [de eiseres] niet aantoont dat het laattijdig overleggen of inroepen van de betekening van het nieuw kadastraal inkomen (nieuw bescheid) gevolg is van gewettigde redenen”, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  8. Overeenkomstig artikel 503 WIB92 heeft de eventuele wijziging van het kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar uitwerking zelfs ten opzichte van de reeds ten kohiere gebrachte aanslagen welke op grondslag van dat inkomen werden vastgesteld. De wijziging van het herschatte kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar heeft enkel invloed op de aanslagen die werden vastgesteld op grondslag van het herschatte kadastraal inkomen.
  9. Indien de eiseres bezwaar had ingediend tegen het herschatte kadastraal inkomen en dat bezwaar had geleid tot een wijziging ervan, dan konden enkel de op het herschatte kadastraal inkomen gesteunde aanslagen hierdoor beïnvloed worden. De eerdere aanslagen, die berusten op het kadastraal inkomen voorafgaand aan de herschatting, konden daardoor niet worden beïnvloed. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.
  10. Er bestaat geen reden om de aangevoerde prejudiciële vraag, die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, te stellen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 262,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.