id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.17 Rolnummer: F.19.0007.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FIN contra G&C BVBA Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-07-06 Raadplegingen: 379 - laatst gezien 2026-06-18 21:40 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.17 Fiche Wanneer een actief bestanddeel gedeeltelijk door de vennootschap zelf tot stand wordt gebracht, moet het in die mate worden gewaardeerd aan vervaardigingsprijs; enkel de onrechtstreekse productiekosten kunnen geheel of gedeeltelijk niet in de vervaardigingsprijs worden opgenomen, mits dit wordt vermeld in de toelichting
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Winsten Vrije woorden: Zelf geproduceerde activabestanddelen - Waardering - Vervaardigingsprijs Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 24 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 KB 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen - 30-01-2001 - Art. 35 - 30 ELI link Pub nr 2001009091 Annotaties Publicaties: Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] - MARNETTE, Ludovic; Note 'Les travaux réalisés par le dirigeant font partie de la valeur d'acquisition de l'immeuble' - 2021, n° 663, p.
- Tekst van de beslissing Nr. F.19.0007.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal bij een fiscaal bestuur te Centrum KMO Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A bus 1, eiser, tegen G&C bvba, met zetel te 3150 Haacht, Kruineikestraat 115, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 maart
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 27 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 24, eerste lid, 4°, WIB92, bestaat winst uit inkomsten van alle nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen die voortkomen uit onderwaarderingen van activa of overwaarderingen van passiva, in zover de onderwaardering of de overwaardering niet samenvalt met een al dan niet uitgedrukte vermeerdering of vermindering, naar het geval, noch met afschrijvingen die voor de toepassing van de belasting in aanmerking zijn genomen. Behoudens wanneer de fiscale wet hiervan uitdrukkelijk afwijkt, wordt de belastbare winst van ondernemingen bepaald overeenkomstig de regels van het boekhoudrecht.
- Krachtens artikel 35, eerste lid, koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen wordt elk actiefbestanddeel, onverminderd de toepassing van de artikelen 29, 57, 67, 69, 71, 73 en 77, gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen. Krachtens artikel 35, tweede lid, koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen wordt onder aanschaffingswaarde verstaan: of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 36, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 37, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel
- Krachtens artikel 37 koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen omvat de vervaardigingsprijs naast de aanschaffingskosten der grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen echter vrij deze onrechtstreekse productiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen. In geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting vermeld. Uit de voormelde bepalingen volgt wanneer een actief bestanddeel gedeeltelijk door de vennootschap zelf tot stand wordt gebracht, het in die mate moet worden gewaardeerd aan vervaardigingsprijs. Enkel de onrechtstreekse productiekosten kunnen geheel of gedeeltelijk niet in de vervaardigingsprijs worden opgenomen, mits dit wordt vermeld in de toelichting.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - het geschil betrekking heeft op de waardering van een gebouw dat gedeeltelijk door derden en gedeeltelijk door de zaakvoerder van de verweerster zelf, met behulp van personeelsleden, werd opgetrokken; - er volgens de eiser sprake is van een onderwaardering van deze nieuwbouw omdat de waarde zoals geboekt op het actief van de balans niet de kostprijs bevat van de door de zaakvoerder en het personeel van de vennootschap geleverde arbeid die rechtstreeks aan het gebouw toerekenbaar is.
- De appelrechters oordelen dat: - de verweerster voor de aanschaf van de nieuwbouw door haar eigen werk weliswaar een besparing heeft gedaan wat de vervaardigingsprijs betreft, maar geenszins blijk geeft van enige onderwaardering van het doordoor gevormde actief; - enkel kan worden vastgesteld dat de verweerster haar nieuwbouw heeft geactiveerd tegen de eigenlijke aanschaffingsprijs, terwijl zij zichzelf het werk niet heeft aangerekend daar ze het ook niet als “prijs” heeft moeten betalen, wat inzake de vennootschapsbelasting niet verboden is. Door aldus te oordelen dat de waarde van de door de zaakvoerder en het personeel geleverde arbeid niet moet worden opgenomen in de aanschaffingswaarde van het gebouw en dat bijgevolg een onderschatting van het actief in de zin van artikel 24, eerste lid, 4°, WIB92 niet is aangetoond, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.17 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div