id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.4 Rolnummer: F.18.0116.N Zaak: BELGISCHE STAAT c. BELGISCH LABORATORIUM VAN DE E Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-11-15 Raadplegingen: 612 - laatst gezien 2026-06-20 01:31 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.4 Fiche Uit artikel 66, § 1, WIB92 en de wetsgeschiedenis volgt dat de aftrekbeperking enkel toepasselijk is op de kosten voor het beroepsmatig gebruik van de bedoelde voertuigen, en niet op het deel van de kosten dat niet beroepsmatig, maar wel privé wordt gebruikt; de omstandigheid dat de kosten voor het privégebruik door de werknemer-gebruiker worden terugbetaald aan de belastingplichtige-werkgever, belet niet dat de werkgever deze kosten volledig mag aftrekken
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Bedrijfswagens - Bijdrage door de werknemer voor privégebruik - Aftrekbeperking 75 % - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 66 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Fiscale actualiteit [Fisc.Act.] - 2020, nr. 26, p. 1-
- - JANSSENS, Koen; Noot'Autokosten mogen worden verminderd met 'terugbetaald' voordeel alle aard, zegt nu ook Cassatie' Tekst van de beslissing Nr. F.18.0116.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Adviseur-generaal van de Directie Belastingen Grote Ondernemingen Centrum te Leuven (dienst TE1), met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 1, eiser, tegen BELGISCH LABORATORIUM VAN DE ELEKTRICITEITSINDUSTRIE cvba, afgekort LABORELEC, met zetel te 1630 Linkebeek, Rodestraat 125, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 december
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 25 februari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De appelrechter oordeelt, met verwijzing naar het oordeel van de eerste rechter, dat: - de verweerster terecht opmerkt dat artikel 66, § 1, WIB92 interpretatie behoeft; - deze bepaling niet kan losgekoppeld worden van artikel 66, § 3, WIB92; - in het kader van de terugbetaling van de kosten voor de terbeschikkingstelling voor privé-gebruik van een bedrijfswagen door een werknemer aan zijn werkgever, deze werkgever beschouwd moet worden als een derde in de zin van artikel 66, § 3, WIB92; - de aftrekbeperking in deze situatie bijgevolg enkel bij de werknemer moet toegepast worden; - dit in de logica ligt van het systeem van de aftrekbeperking, waarbij deze beperking slechts in hoofde van één persoon moet toegepast worden, in deze de werknemer door aftrek van diens nettoloon.
- Met dit oordeel geeft de appelrechter aan dat de aftrekbeperking van artikel 66, § 1, WIB92, zoals toepasselijk in dit geval, enkel geldt in hoofde van de werknemer en niet in hoofde van de werkgever, dit is in dit geval de verweerster, en geeft hij te kennen dat de aftrekbeperking niet van toepassing is voor de kosten met betrekking tot het privé-gebruik van een bedrijfswagen in hoofde van de werkgever. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 66, § 3, WIB92, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
- De appelrechter oordeelt niet dat voertuigen die ter beschikking worden gesteld van werknemers in het toepassingsgebied vallen van artikel 66, § 2, WIB
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 66, § 2, WIB92, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel aanvoert dat artikel 66 WIB92 niet bepaalt dat de beroepskosten voor het gebruik van de in artikel 65 WIB92 bedoelde voertuigen moeten worden verminderd met de door derden terugbetaalde bedragen, is het onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 66, § 1, WIB92, zoals toepasselijk in dit geval, zijn beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen, met uitzondering van de kosten van brandstof, slechts tot 75 pct. aftrekbaar.
- Uit deze bepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat de aftrekbeperking enkel toepasselijk is op de kosten voor het beroepsmatig gebruik van de bedoelde voertuigen, en niet op het deel van de kosten dat niet beroepsmatig, maar wel privé wordt gebruikt. De omstandigheid dat de kosten voor het privé-gebruik door de werknemer-gebruiker worden terugbetaald aan de belastingplichtige-werkgever, belet niet dat de werkgever deze kosten volledig mag aftrekken. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 132,69 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div