id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.18 Rolnummer: P.20.0518.N Zaak: K. contra PROCUREUR DES KONINGS Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-06-09 Raadplegingen: 787 - laatst gezien 2026-06-19 19:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het door artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoek tot verwijzing van de ene naar de andere rechtbank moet bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandragen die, indien ze juist blijken, gewettigde verdenking kunnen meebrengen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten waaruit het rechtscollege is samengesteld
(1).
(1)Cass. 23 juni 2015, AR P.15.0813.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.8, AC 2015, nr. 432; Cass. 8 oktober 2013, AR P.13.1534.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131008.8, AC 2013, nr. 507; Cass. 30 juni 2010, AR P.10.1072.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100630.2, AC 2010, nr. 474. Zie alg. M. DE SWAEF, "Cassatie en het openbaar ministerie", in Cassatie in strafzaken, Intersentia, 2014, 133-138; R. DECLERCQ, "Verwijzing van de ene rechtbank naar de andere", Comm. Sr. 2014, 46p. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Verzoek tot onttrekking - Gewettigde verdenking - Gegrondheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 542, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De gewettigde verdenking veronderstelt dat de ingeroepen omstandigheden van die aard zijn dat er twijfel kan ontstaan omtrent de onpartijdigheid en objectiviteit van de betrokken rechtbank in zijn geheel, en niet van een afdeling ervan; het verzoek tot onttrekking waarin niet wordt aangevoerd dat alle leden van de betrokken rechtbank bestaande uit meerdere afdelingen geen kennis kunnen nemen van de zaak, is derhalve onontvankelijk
(1).
(1)Cass. 9 januari 2015, AR C.14.0586.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150109.7, AC 2015, nr. 9 met concl. van advocaat-generaal D. Thijs. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Verzoek tot onttrekking - Gewettigde verdenking - Meerdere afdelingen van de rechtbank - Ontvankelijkheid - Voorwaarden Tekst van de beslissing Nr. P.20.0518.N R. K., verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, met als raadsman mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie Gent, in de zaak van PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, afdeling Gent, vervolgende partij, tegen
- R. K., voornoemd, beklaagde,
- T. D., wonende te 8500 Kortrijk, Sint-Jorisstraat 21 0031, beklaagde,
- J.-P. T., beklaagde,
- L. R., beklaagde,
- C. T., beklaagde,
- C.-J. F., beklaagde,
- A. K., beklaagde, aangehouden,
- W. W., beklaagde,
- S. D., beklaagde,
- D. G., beklaagde,
- B. V., beklaagde,
- K. L., beklaagde,
- R. V., beklaagde,
- J. D. J., beklaagde,
- B. V. B., beklaagde,
- V. H., beklaagde,
- K. G., beklaagde,
- M. P., beklaagde,
- S. D. M., beklaagde,
- K. H., beklaagde,
- C. G., beklaagde, aangehouden, en mede inzake
- BEKADE nv, met zetel te 9810 Nazareth, Stationsstraat 61, burgerlijke partij,
- FLUVIUS SYSTEM OPERATOR cvba, met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 199, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Met een op 14 mei 2020 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift vraagt de verzoeker de verwijzing van de zaak die lastens hem aanhangig is bij de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent en er gekend is onder het nummer GE.60.F1.4310/2018 naar een andere rechtbank. Een eensluidend afschrift van dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het verzoekschrift vraagt dat het Hof de onttrekking zou bevelen van de zaak aan de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, wegens gewettigde verdenking. Als grond voor die gewettigde verdenking wordt aangevoerd dat de afdelingsvoorzitter van dit rechtscollege op een rechtszitting, waarbij hijzelf niet zetelde, tegen de raadsman van de verzoeker zou hebben gezegd: "Ge moet u eens leren neerleggen bij een beslissing. Ge gaat het aanvaarden, begrepen, het is de beslissing van deze rechtbank, ze is genomen." Door dit persoonlijk statement en deze persoonlijke uithaal van "de hiërarchische overste en manager van alle rechters die deel uitmaken van de correctionele rechtbank Gent" zou bij de verzoeker, maar ook bij derden of de publieke opinie, redelijke twijfel zijn ontstaan over de geschiktheid van "de correctionele rechtbank van deze afdeling, in welke samenstelling ook", om op onpartijdige en objectieve wijze in deze zaak te oordelen.
- De gegevens vervat in het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken volstaan om dadelijk uitspraak te doen.
- Het door artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoek tot verwijzing van de ene naar de andere rechtbank, moet bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandragen die, indien zij juist blijken te zijn, gewettigde verdenking kunnen meebrengen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten waaruit het rechtscollege is samengesteld.
- Het verzoekschrift houdt enkel voor dat er twijfel bestaat betreffende de geschiktheid om in deze zaak op een onpartijdige en objectieve manier te oordelen van de rechters die de afdeling Gent van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen samenstellen. Het voert niet aan dat dit ook geldt voor de rechters van de andere afdelingen van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. Het verzoek is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 30 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210908.2F.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100630.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131008.8 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150109.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.4 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div