id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:
Art. 447
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Laster - Schorsing - Onderzoek naar de waarachtigheid van de beweerde feiten - Onderzoeksgerecht - Buitenvervolgingstelling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen:
Art. 447
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Buitenvervolgingstelling - Laster - Onderzoek naar de waarachtigheid van de beweerde feiten - Kwaadwillig opzet - Beoordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen:
Art. 447
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Laster - Onderzoek naar de waarachtigheid van de beweerde feiten - Schorsing van de vordering - Onderzoeksgerechten - Kwaadwillig opzet - Beoordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen:
Art. 447
, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor strafrecht [T.Strafr.] - 2021, nr. 2, p. 79-
- - DE BOCK, Erik; Noot'De onderzoeksgerechten en de schorsingsexeptie van art. 447, derde lid Sw' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0322.N M.-C. D. .Z. burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Tom Bauwens, advocaat bij de balie Brussel, tegen S. S., inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 447, derde lid, Strafwetboek: het arrest oordeelt strijdig met de tekst en de geest van deze bepaling dat de erin bepaalde schorsing alleen van toepassing is op de vonnisgerechten en niet op de onderzoeksgerechten; de eiseres zou worden beroofd van een procedure ten gronde over haar vordering wegens laster ingeval van een voorbarige buitenvervolgingstelling; zolang er geen definitieve beslissing voorligt betreffende de aantijging voorwerp van de laster is een regeling van de rechtspleging wegens laster niet mogelijk.
- Artikel 447, derde lid, Strafwetboek bepaalt dat indien het ten laste gelegde feit het voorwerp is van een strafvervolging waarover nog geen uitspraak is gedaan, de vordering wegens laster is geschorst tot het definitief vonnis.
- De door artikel 447, derde lid, Strafwetboek bepaalde schorsingsregeling geeft aanleiding tot een prejudicieel geschil over de waarachtigheid van de aangetijgde feiten. De schorsing neemt volgens de tekst van deze bepaling slechts een einde op het ogenblik dat de strafrechter definitief heeft beslist over de strafvordering betreffende de aangetijgde feiten.
- Die bepaling belet evenwel niet dat indien het onderzoeksgerecht dat moet beslissen over de regeling van de rechtspleging voor het wanbedrijf van laster, van oordeel is dat er voor het voor dit wanbedrijf vereiste kwaadwillig opzet geen bezwaren voorhanden zijn, het de rechtspleging regelt en een buitenvervolgingstelling beveelt. Het oordeel betreffende de waarachtigheid van de aangetijgde feiten kan die beslissing immers niet beïnvloeden en de schorsingsregeling van artikel 447, derde lid, Strafwetboek verliest dan ook haar zin. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 82,55 euro waarvan 47,55 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 30 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200630.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div