id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.8 Rolnummer: P.20.0383.N Zaak: D. contra L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-16 04:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter die beslist dat een burgerlijke partij die slechts een provisionele schadevergoeding vordert, terwijl zij in staat had moeten zijn om een definitieve schade-eis te formuleren en die op grond daarvan een definitieve schadevergoeding toekent, miskent niet het recht van die burgerlijke partij van toegang tot de rechter en pleegt evenmin rechtsweigering. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Toekenning van een definitief bedrag bij provisionele vordering - Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Algemeen Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Burgerlijke rechtsvordering - Toekenning van een definitief bedrag bij provisionele vordering - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTSWEIGERING Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Toekenning van een definitief bedrag bij provisionele vordering - Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Draagwijdte Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2021, nr. 2, p. 115-
- - VEREECKE, Vincent; Noot'Strafrechter is niet gebonden door het provisioneel karakter van de burgerlijke vordering' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0383.N V. D. W., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Roeland Hofkens, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen B. L., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 maart
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 5 Gerechtelijk Wetboek: het arrest motiveert niet waarom de provisionele vordering van de eiseres wordt afgewezen en ontneemt haar zo zonder enige motivering de mogelijkheid om die vordering uit te werken na neerlegging van het deskundigenverslag betreffende haar echtgenoot; met afwezigheid van motivering wordt gelijkgesteld een onvolledige of onduidelijke motivering, waardoor het Hof zijn wettigheidstoezicht niet kan uitoefenen; doordat het arrest aanvaardt dat de eiseres morele schade heeft geleden door de ernstige ziekte van haar man en door terzelfdertijd de schadevergoeding hiervoor te beperken tot 1,00 euro definitief, bevat het arrest een tegenstrijdigheid; het arrest ontneemt aan de eiseres de mogelijkheid om daarover standpunt in te nemen en om haar vordering na een eventuele heropening van het debat een definitief karakter te geven; door geen enkel onderzoek naar de schade van de eiseres toe te laten, miskent het arrest bovendien het recht van toegang tot de rechter en doet het aan rechtsweigering.
- Twee oordelen zijn slechts tegenstrijdig indien ze elkaar opheffen of teniet doen.
- Het arrest oordeelt dat de eiseres als echtgenote morele schade heeft geleden door de toch wel ernstige ziekte van haar man, maar dat er geen redenen zijn waarom deze schade nog niet definitief kan worden bepaald. Het bepaalt de schade vervolgens in billijkheid op 1,00 euro definitief. Die oordelen heffen elkaar niet op en zijn bijgevolg niet tegenstrijdig. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Die redenen zijn evenmin onduidelijk en beletten het Hof niet zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De rechter die beslist dat een burgerlijke partij die slechts een provisionele schadevergoeding vordert, terwijl zij in staat had moeten zijn om een definitieve schade-eis te formuleren en die op grond daarvan een definitieve schadevergoeding toekent, miskent niet het recht van die burgerlijke partij van toegang tot de rechter en pleegt evenmin rechtsweigering. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 91,55 euro, waarvan 56,55 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 30 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20250219.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div