id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200715.VAK.1 Rolnummer: P.20.0729.N Zaak: M. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-07-16 Raadplegingen: 341 - laatst gezien 2026-06-19 19:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een regelmatige betekening van het bevel tot aanhouding vereist geen ondertekening door de verdachte. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Betekening aanhoudingsbevel - Regelmatigheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 18, § 1, eerste, tweede en derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0729.N V. M., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Emily De Ceuninck, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.1.c en 5.4 EVRM en artikel 18, § 1, eerste, derde en vierde lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest leidt uit het tijdstip van de overbrenging van de eiser naar de gevangenis in uitvoering van het bevel tot aanhouding ten onrechte af dat de betekening van dit bevel daaraan is voorafgegaan en dat het afschrift daarvan nog in het gerechtsgebouw aan de eiser is overhandigd; op grond daarvan noch op grond van een ander element kan het onderzoeksgerecht oordelen dat het bevel tot aanhouding geldig en tijdig aan de eiser werd betekend.
- Krachtens artikel 18, § 1, eerste en derde lid, Voorlopige Hechteniswet moet het bevel tot aanhouding binnen een termijn van achtenveertig uur aan de verdachte worden betekend door een mondelinge mededeling van die beslissing in de taal van de rechtspleging en met afgifte van een volledig afschrift van die akte. Het tweede lid van die paragraaf bepaalt dat de betekening geschiedt door de griffier van de onderzoeksrechter, door de directeur van een strafinrichting of door een agent van de openbare macht. Uit deze bepalingen volgt niet dat een regelmatige betekening ook de ondertekening door de verdachte vereist.
- Het arrest oordeelt niet zoals het middel aanvoert, maar stelt vast dat de originele akte van betekening vermeldt dat de betekening met afgifte van een volledig afschrift van de akte aan de eiser gebeurde door hoofdinspecteur Y.N., een agent van de openbare macht, en dit op een tijdstip dat aansluit op het verhoor door de onderzoeksrechter in het gerechtsgebouw te Turnhout en dat gelijktijdig is met de tenuitvoerlegging van het bevel tot aanhouding door dezelfde hoofdinspecteur. Op grond van de samenhang van die vaststellingen oordeelt het arrest dat de betekening van het bevel tot aanhouding regelmatig is gebeurd. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Het arrest oordeelt verder dat de omstandigheden dat een inverdenkinggestelde na de betekening van het bevel tot aanhouding bij zijn overbrenging naar de gevangenis niet voortdurend in het bezit zou zijn gebleven van het afschrift van dit bevel of dat dit afschrift hem bij aankomst in de gevangenis niet binnen de voorziene termijn werd overhandigd, geen afbreuk doen aan de geldigheid van de betekening. Met die redenen weerlegt het arrest het verweer van de eiser dat hij pas voor het eerst in de gevangenis in het bezit van het bevel tot aanhouding werd gesteld. Deze beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 43,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Benoît Dejemeppe, als voorzitter, de raadsheren Maxime Marchandise, Marielle Moris, Eric Van Dooren en Sven Mosselmans, en op de openbare rechtszitting van 15 juli 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Benoît Dejemeppe, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200715.VAK.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div