← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200722.VAK.3 Rolnummer: P.20.0712.N Zaak: K. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-07-24 Raadplegingen: 783 - laatst gezien 2026-06-20 17:10 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 Fiches 1 - 2 Het recht van verdediging is niet miskend door de weigering van de strafuitvoeringsrechtbank om de zaak uit te stellen met het oog op een persoonlijke verschijning van de veroordeelde, indien de weigering berust op artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake de strafprocedure en uitvoering van straffe n en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19, dat een tijdelijke opschorting bevat van het recht van de veroordeelde om gehoord te worden

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Veroordeelde - Recht om gehoord te worden - Verzoek tot uitstel - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Art. 5 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Veroordeelde - Recht om gehoord te worden - Strafuitvoeringsrechtbank - Verzoek tot uitstel - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Art. 5 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 Fiche 3 Uit artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering en de artikelen 1, eerste lid, en 5 van het koninklijk besluit nr. 9 van 9 april 2020 volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank tijdens de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020 de veroordeelde niet hoort. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Recht om gehoord te worden - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 4 - 5 De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de noodzaak, het nut of de raadzaamheid om de behandeling van een zaak uit te stellen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Behandeling van de zaak - Verzoek tot uitstel - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 37 en 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Behandeling van de zaak - Verzoek tot uitstel - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 37 en 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0712.N C. K., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Tessa De Cuis, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2610 Antwerpen (Wilrijk), Daniël Herreynslaan 126, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 22 juni
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 15 juli 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 5.4, 6.1 en 6.3.c EVRM, artikel 14.3.d IVBPR en artikel 154 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het recht van verdediging: de zaak werd behandeld in afwezigheid van de eiser en de strafuitvoeringsrechtbank weigerde uitstel van de behandeling van de zaak om eisers aanwezigheid mogelijk te maken.
  3. Artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.3.d IVBPR zijn in de regel niet van toepassing op de rechtspleging voor de strafuitvoeringsrechtbank die zich niet uitspreekt over de gegrondheid van de strafvervolging. Artikel 154 Wetboek van Strafvordering is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19, bevat een tijdelijke opschorting van het recht van de veroordeelde om gehoord te worden door de strafuitvoeringsrechtbank. De weigering van de rechtbank de zaak uit te stellen met het oog op een persoonlijke verschijning, berust op dit genummerd koninklijk besluit en miskent bijgevolg eisers recht van verdediging niet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest motiveert niet waarom niet kan worden ingegaan op eisers verzoek om de behandeling van de zaak uit te stellen en beantwoordt eisers verzoek niet.
  6. Artikel 6 EVRM is in de regel niet van toepassing op de rechtspleging voor de strafuitvoeringsrechtbank die zich niet uitspreekt over de gegrondheid van een strafvervolging. In zoverre faalt het middel naar recht.
  7. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eiser op de rechtszitting van 11 juni 2020 heeft verzocht de zaak uit te stellen en dat hij dit verzoek heeft toegelicht. Uit die stukken blijkt tevens dat de strafuitvoeringsrechtbank, na de zitting te hebben geschorst, heeft beslist niet in te gaan op het verzoek tot uitstel. Het bestreden vonnis verwijst naar artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 3, zoals gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 april 2020 dat een tijdelijke opschorting bevat van het recht van de veroordeelde om gehoord te worden door de strafuitvoeringsrechtbank, geldend tot en met 17 juni
  8. Aldus beantwoordt de strafuitvoeringsrechtbank eisers verzoek en geeft het vonnis ook te kennen waarom het geen uitstel van behandeling van de zaak verleent. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  9. Bij gebreke aan daartoe strekkende conclusie hoeft de strafuitvoeringsrechtbank niet nader te motiveren waarom zij niet ingaat op een verzoek om de behandeling van een zaak uit te stellen. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen. Derde middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 35, § 1, eerste lid, en 37 Wet Strafuitvoering: de zaak werd behandeld zonder dat de eiser werd gehoord; de strafuitvoeringsrechtbank had minstens een eenmalig uitstel moeten toekennen.
  11. Het vonnis stelt vast dat de eiser in de strafcategorie van 3 tot 5 jaar is terechtgekomen, waaruit volgt dat niet artikel 35, maar wel artikel 53 Wet Strafuitvoering toepasselijk is. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 35, § 1, eerste lid, Wet Strafuitvoering, is het niet ontvankelijk.
  12. Krachtens artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering, hoort de strafuitvoeringsrechtbank de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de directeur. Krachtens artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr 3, zijn de maatregelen bepaald in dat besluit van toepassing gedurende de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juni
  13. Krachtens artikel 5 van dit besluit hoort de strafuitvoeringsrechtbank, onder andere in het geval bedoeld in artikel 53 Wet Strafuitvoering, voor de duur van de in artikel 1, eerste en derde lid, bedoelde periode, enkel de raadslieden van de veroordeelde, in voorkomend geval, van het slachtoffer, en het openbaar ministerie, behoudens andersluidende gemotiveerde beslissing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
  14. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank tijdens de in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 3 bedoelde periode de betrokkene niet hoort. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  15. Krachtens artikel 37, eerste lid, Wet Strafuitvoering, kan de strafuitvoeringsrechtbank de behandeling van de zaak eenmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden later mag plaatsvinden.
  16. De rechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak, het nut of de raadzaamheid om de behandeling van een zaak uit te stellen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 5,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Ariane Jacquemin en Marielle Moris, en in openbare rechtszitting van 22 juli 2020 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200722.VAK.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.