id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.1 Rolnummer: C.19.0613.N Zaak: KELTS nv contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 1511 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die ambtshalve de nietigheid van de overeenkomst heeft opgeworpen wegens strijdigheid met de openbare orde, mag, na heropening van het debat, de overeenkomst nietig verklaren en de restitutie bevelen van hetgeen krachtens die overeenkomst werd verkregen, ook al werd die nietigheid door geen van de partijen gevorderd, doch hij mag niet oordelen over de omvang van deze restituties zonder aan partijen de gelegenheid te geven hierover tegenspraak te voeren. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Overeenkomst - Nietigheid wegens strijdigheid met de openbare orde - Taak van de rechter - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Vrije woorden: Overeenkomst - Strijdigheid met de openbare orde - Nietigheid - Taak van de rechter - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 10, p. 407-
- - VERDICKT, Maartje; Noot 'De taak van de rechter wanneer de openbare orde zich opdringt: het Hof van Cassatie brengt chaos in de chaos' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0613.N KELTS nv, met zetel te 8420 De Haan (Wenduine), Delacenseriestraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0443.886.054, in haar hoedanigheid van rechtsopvolger van de Beheer & Verhuur Team nv, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, tegen
- D. B.,
- W. V. D., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 juni
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 2 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, kan aan de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen, door bijzondere overeenkomsten geen afbreuk worden gedaan. Dienvolgens kan de rechter geen gevolg geven aan een overeenkomst waarvan het voorwerp in strijd is met de openbare orde.
- De nietigheid van een overeenkomst ontneemt de gevolgen ervan zodat de partijen verplicht zijn tot de restitutie van hetgeen zij krachtens de overeenkomst hebben verkregen.
- De rechter is ertoe gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent.
- Uit het vorenstaande volgt dat de rechter die ambtshalve de nietigheid van de overeenkomst heeft opgeworpen wegens de strijdigheid ervan met de openbare orde, na heropening van het debat, de overeenkomst nietig mag verklaren en de restitutie mag bevelen van hetgeen krachtens die overeenkomst werd verkregen, ook al werd die nietigheid door geen van de partijen gevorderd. Hij mag echter niet oordelen over de omvang van deze restituties zonder hierover aan de partijen de gelegenheid te geven hierover tegenspraak te voeren.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - tussen de rechtsvoorganger van de eiseres en de bv GUMARES enerzijds en de verweerders anderzijds een overeenkomst is tot stand gekomen betreffende de verkoop van een grond met villa in oprichting, waarbij de rechtsvoorganger van de eiseres en de bv GUMARES zich ten aanzien van de verweerders als promotor hebben verbonden tot de bouw en de levering van de villa; - de betwisting tussen de partijen betrekking heeft op de gebrekkige uitvoering van de overeenkomst door de rechtsvoorganger van de eiseres; - de appelrechter ambtshalve de vraag heeft opgeworpen of de overeenkomst in overeenstemming is met de artikelen 4 en 6 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en welke de gevolgen daarvan zijn voor de geldigheid van de overeenkomst; - de verweerders in hun daaropvolgende appelconclusie niet de nietigheid van de overeenkomst hebben gevorderd, maar wel uitvoering bij equivalent meer bepaald een schadevergoeding van 18.253,39 euro; - de eiseres in haar appelconclusie evenmin de nietigheid van de overeenkomst heeft gevorderd, maar wel de betaling van een uitstaand gefactureerd bedrag van 863,38 euro.
- De appelrechter die zich in die omstandigheden niet ertoe beperkt de nietigheid van de overeenkomst vast te stellen, de vorderingen tot nakoming ervan af te wijzen en de gevolgen van de nietigheid toe te passen door te oordelen dat de partijen moeten worden teruggeplaatst in de toestand alsof de overeenkomst nooit was gesloten, maar ook oordeelt dat de teruggave bij equivalent dient te gebeuren, derwijze dat een verrekening dient te worden opgemaakt op basis van de beginselen van de vermogensvermeerdering zonder oorzaak, en de eiseres op grond hiervan veroordeelt tot betaling van een bedrag van 18.253,39 euro, zonder de omvang van de restitutie aan de tegenspraak te onderwerpen, miskent het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en schendt artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div