id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.2 Rolnummer: C.19.0635.N Zaak: L. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 1420 - laatst gezien 2026-06-20 11:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche De echtgenoot die een vergoeding vordert ten laste van het gemeenschappelijk vermogen, moet bewijzen dat er vermenging is opgetreden tussen de eigen gelden en de gemeenschapsgelden, waarbij de loutere omstandigheid dat tijdens het huwelijk eigen gelden zijn terechtgekomen op een bankrekening op naam van beide echtgenoten dan wel op naam van een van beide echtgenoten waarop het wettelijk vermoeden van gemeenschap van toepassing is, daartoe niet volstaat. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN Vrije woorden: Gemeenschappelijk vermogen - Eigen gelden - Vermenging - Vergoeding - Bewijs - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1434 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Familierecht [T.Fam.] - 2021, nr. 4/5, p. 114-
- - VOET, Lise; Noot'Vergoeding verschuldigd door het gemeenschappelijk vermogen: vermenging van eigen gelden met gemeenschapsgelden moet worden bewezen' Tijdschrift voor notarissen [T.Not.] - 2021, nr. 2, p. 177-
- - DE WULF, Christian; Noot'Vergoedingsrekeningen-Het bewijs van het'in de gemeenschap vallen'zoals bedoeld in artikel 1434 BW' Rechtskundig weekblad [RW] - 2021-22, nr. 1, p. 19-
- - VAN THIENEN, Annette; Noot'De echtgenoot die vergoeding vordert ten laste van het gemeenschappelijk vermogen moet vermenging van eigen gelden met gemeenschapsgelden bewijzen' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2021, n° 37, p. 1665-
- - DE PAGE, Philippe; Note'Quand la confusion de fonds propres et communs crée-t-elle le droit à récompense?' RTDF-Revue trimestrielle de droit familial - 2022, n° 4, p. 884-
- - RENCHON, Jean-Louis; Note sous cassation. Tekst van de beslissing Nr. C.19.0635.N D. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen M. D., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 september
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1434 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het gemeenschappelijk vermogen vergoeding verschuldigd is ten belope van de eigen of uit vervreemding van een goed voortkomende gelden die in dat vermogen zijn gevallen en niet zijn belegd of wederbelegd, alsook, in het algemeen, telkens als het voordeel heeft getrokken uit de eigen goederen van een der echtgenoten.
- De echtgenoot die een vergoeding vordert ten laste van het gemeenschappelijk vermogen, moet bewijzen dat eigen gelden in dat gemeenschappelijk vermogen zijn terechtgekomen. Hij dient meer bepaald te bewijzen dat er vermenging is opgetreden tussen de eigen gelden en de gemeenschapsgelden. De loutere omstandigheid dat tijdens het huwelijk eigen gelden zijn terechtgekomen op een bankrekening, hetzij op naam van beide echtgenoten hetzij op naam van een van beide echtgenoten, waarop het wettelijke vermoeden van gemeenschap van toepassing is, volstaat daartoe niet.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het niet voor ernstige betwisting vatbaar is dat de eiser voor het huwelijk 720 aandelen verwierf in de bvba Algemene Bouwwerken Looijen; - deze aandelen tijdens het huwelijk verkocht werden aan de bvba Ponto voor 17.225.000 BEF; - de eiser moet bewijzen dat die eigen gelden werden opgenomen in het gemeenschappelijk vermogen; - de eiser het bewijs dient te leveren van vermenging met gemeenschapsgelden; - de opbrengst van de verkoop werd gestort op een Centea-rekening op naam van de eiser; - het juist is dat alle rekeningen – ongeacht op naam van welke echtgenoot ze staan – in een gemeenschapsstelsel geacht worden gemeenschappelijk te zijn; - de verweerster de vermenging betwist van de gelden op de Centea-rekening op naam van de eiser met gemeenschapsgelden; - de eiser niet aantoont dat de gelden op die Centea-rekening vermengd zijn met gemeenschapsgelden.
- Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 454,55 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250220.1F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div