← België

W. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3 Rolnummer: C.20.0045.N Zaak: W. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 972 - laatst gezien 2026-06-20 17:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 6.1 EVRM staat niet eraan in de weg dat in geval van volstrekte noodzakelijkheid een procedure op eenzijdig verzoekschrift wordt ingeleid, op voorwaarde dat de wet in deze mogelijkheid voorziet en aan de belanghebbende de mogelijkheid wordt geboden om tot vrijwaring van zijn rechten tegenspraak te voeren. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op tegenspraak - Eenzijdig verzoekschrift - Volstrekte noodzakelijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 574, 1°, 584, derde en vierde lid, 1026 en 1033 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0045.N

  1. E. W.,
  2. LA RESERVE INVEST nv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Elizabetlaan 160, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0472.563.511,
  3. LA RESERVE MANAGEMENT nv, met zetel te 8300 Knokke-Heist, Elizabetlaan 160, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0832.997.396, eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen
  4. M. V. T., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7,
  5. Alex VROMBAUT, advocaat, met kantoor te 8000 Brugge, Gerard Davidstraat 46, bus 1, in zijn hoedanigheid van expert-bewaarnemer voor voormelde vennootschappen LA RESERVE INVEST en LA RESERVE MANAGEMENT, verweerder, minstens tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 oktober
  6. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Artikel 6.1 EVRM verleent aan een ieder het recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. Hieruit vloeit voort dat aan de procespartijen de mogelijkheid wordt geboden om tegenspraak te voeren omtrent elk stuk of elk betoog dat van aard is het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Bij de beoordeling of het recht van verdediging werd geëerbiedigd zoals dit voortvloeit uit het recht op een eerlijk proces bedoeld in artikel 6.1 EVRM en uit het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, moet worden nagegaan of de zaak in haar geheel het recht van verdediging eerbiedigt. Artikel 6.1 EVRM is in beginsel van toepassing op de procedures bedoeld in artikel 584 Gerechtelijk Wetboek. Artikel 6.1 EVRM staat niet eraan in de weg dat in geval van volstrekte noodzakelijkheid een procedure op eenzijdig verzoekschrift wordt ingeleid, op voorwaarde dat de wet in deze mogelijkheid voorziet en aan de belanghebbende de mogelijkheid wordt geboden om tot vrijwaring van hun rechten tegenspraak te voeren.
  8. Krachtens artikel 584, derde lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bij voorraad uitspraak in gevallen die hij spoedeisend acht, in aangelegenheden die tot de bevoegdheid van die rechtbank behoren. Krachtens artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de zaak voor de voorzitter aanhangig gemaakt in kort geding of, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij verzoekschrift. Het in voormelde bepaling bedoelde verzoekschrift is het eenzijdig verzoekschrift in de zin van de artikelen 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek. Krachtens artikel 1033 Gerechtelijk Wetboek kan al wie niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak op eenzijdig verzoekschrift is tussengekomen, derdenverzet doen tegen de beslissing die zijn rechten benadeelt.
  9. Krachtens artikel 574, 1°, Gerechtelijk Wetboek neemt de ondernemingsrechtbank kennis van geschillen ter zake van een vereniging met rechtspersoonlijkheid, stichting of vennootschap, met uitzondering van een vereniging van mede-eigenaars, evenals van geschillen die ontstaan tussen hun voormalige, actuele of toekomstige vennoten of leden met betrekking tot de betrokken vennootschap, stichting of vereniging.
  10. Er is volstrekte noodzakelijkheid in de zin van artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak. Dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zouden worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende of niet-geïdentificeerde partij. De rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen.
  11. De rechter beoordeelt de volstrekte noodzakelijkheid naar het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift met opgave van de redenen die zijn beslissing verantwoorden.
  12. De rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is in de zin van artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, voor zover hij het wettelijke begrip ‘volstrekte noodzakelijkheid' niet miskent.
  13. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eerste verweerster zonder haar medeweten is ontslagen uit de tweede en derde verweersters; - de benoeming van de eerste verweerster bij SOMA nv niet is hernieuwd; - de eerste verweerster al haar controlemogelijkheden heeft verloren; - de eerste verweerster geen enkele kennis heeft van wat er zich in die vennootschappen afspeelt; - de eerste verweerster niet wordt uitgenodigd voor algemene vergaderingen, zodat zij haar vraagrecht niet kan uitoefenen, laat staan haar individuele controlebevoegdheid; - er voldoende concrete en objectieve elementen zijn die wijzen op het bestaan van een gerechtvaardigde vrees dat de eerste eiser belangrijke activa van de vennootschapsgroep nog snel direct of indirect zou kunnen overdragen. Met die redenen verantwoordt de appelrechter naar recht zijn beslissing dat is voldaan aan de voorwaarde van volstrekte noodzakelijkheid. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.089,01 euro, met inbegrip van de bijdrage ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, beperkt tot 20 euro, en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:ARGNT:2025:ORD.20251008.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.123 ECLI:BE:HBGNT:2024:ARR.20241219.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.