id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 20
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Fiches 2 - 3 Betreft de handeling verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers, achtereenvolgende rechtshandelingen betreffende een vermogensbestanddeel van de boedel en komt de curator op zowel tegen de overdracht door de gefailleerde aan een derde als tegen de door deze derde gedane overdrachten of verleende rechten, dan doen de vorderingen van de curator tegen de derde en tegen diens rechtverkrijgers een onsplitsbaar geschil rijzen. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Bedrieglijke overdracht van een vermogensbestanddeel - Achtereenvolgende rechtshandelingen - Vorderingen van de curator - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 31 en 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 20
- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Vrije woorden: Bedrieglijke overdracht van een vermogensbestanddeel - Achtereenvolgende rechtshandelingen - Vorderingen van de curator - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 31 en 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III -
Art. 20- 80 ELI link Pub nr 1997009766 Tekst van de beslissing Nr.
C.20.0053.N Lieven D'HOOGHE en Pieter WAUMAN, beiden advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57-59, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement van ELEMENTS bv, met zetel te 9160 Lokeren, Kaarderslaan 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0841.788.566, aan wie kosteloze rechtsbijstand is verleend bij beslissing van 23 januari 2020 (nr. G.19.0226.N), eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen H. D., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 2 december
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid
- De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel komt niet op tegen een eindbeslissing en de kritiek ervan vertoont geen verband met het bestreden arrest.
- Het middel verwijt het bestreden arrest dat het niet ambtshalve de ontoelaatbaarheid van het hoger beroep heeft vastgesteld op grond van artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek dat van openbare orde is, zodat het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid niet valt te onderscheiden van het onderzoek van het middel zelf. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van dit artikel, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn. Krachtens artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek dient het hoger beroep in geval van een onsplitsbaar geschil gericht te worden tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de eiser in hoger beroep. Deze bepaling is van openbare orde zodat de appelrechter ambtshalve dient te onderzoeken of het geschil al dan niet onsplitsbaar is.
- Krachtens artikel 20 Faillissementswet, zoals van toepassing, kan de curator de tegenwerpelijkheid aanvechten van handelingen of betalingen verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers, onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad. Deze vordering is een toepassing van de pauliaanse vordering uit artikel 1167 Burgerlijk Wetboek die door de curator wordt uitgeoefend in het belang van de boedel.
- Deze faillissementspauliana strekt tot vergoeding van de schade die de bedrieglijke verarming van de boedel aan de schuldeisers berokkent. De vergoeding van deze schade, terzake van de bedrieglijke overdracht van een vermogensbestanddeel aan een derde-medeplichtige, bestaat in beginsel hierin dat die overdracht niet tegenwerpelijk is aan de boedel. De curator kan de vordering ook instellen tegen de derde-onderverkrijger, aan wie de derde-medeplichtige de zaak heeft overgedragen, indien zowel ten aanzien van de derde-medeplichtige als ten aanzien van de derde-onderverkrijger aan de voorwaarden van de pauliaanse vordering is voldaan.
- Betreft de bedrieglijke handeling achtereenvolgende rechtshandelingen betreffende een vermogensbestanddeel van de boedel en komt de curator op zowel tegen de overdracht door de gefailleerde aan een derde als tegen de door deze derde gedane overdrachten of verleende rechten, dan doen de vorderingen tegen de derde en tegen diens rechtsverkrijgers een onsplitsbaar geschil rijzen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht slaan, blijkt dat: - de eisers op grond van artikel 20 Faillissementswet, zoals van toepassing, opkomen tegen de overdracht van een octrooi door de gefailleerde via een buitenlandse vennootschap aan de verweerder en tegen de door de verweerder aan een andere vennootschap verleende octrooilicentie; - de eerste rechter deze vordering gegrond verklaarde en zowel de opeenvolgende overdrachten als de octrooilicentie niet-tegenstelbaar verklaarde aan de boedel; - de verweerder enkel tegen de eisers hoger beroep heeft ingesteld.
- De appelrechter die in deze omstandigheden het hoger beroep ontvankelijk verklaart, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251016.1N.10 ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250708.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div