id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.7 Rolnummer: C.20.0017.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID c. UNITED TAX NETWOR Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 1308 - laatst gezien 2026-06-20 17:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche De beslagrechter, aan wie het toekomt in het kader van een uitvoerend beslag als bodemrechter uitspraak te doen over incidentele geschillen met betrekking tot de omvang van het verhaalsrecht van de schuldeiser en die onlosmakelijk verbonden zijn met de tenuitvoerlegging, kan uitspraak doen over het bestaan van simulatie omtrent het eigendomsrecht van de in beslag genomen goederen. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: In beslag genomen goederen - Simulatie omtrent het eigendomsrecht - Beslagrechter - Bevoegdheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid, 1514, eerste lid, en 1613, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2020, n° 658, p. 2. - BEDORET, Christophe; Note'La simulation peut être éventée par le juge des saisies' PB-Tijdschrift voor procesrecht en bewijsrecht - 2021, nr. 1, p. 16-24. - DE SCHRYVER, Max; Noot'De bevoegdheid van de beslagrechter verduidelijkt' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2021, nr. 6, p. 750-757. - LINDEMANS, R.; Noot'De beslagrechter als volwaardige executierechter ten aanzien van geschillen m.b.t. op gesimuleerde of pauliaanse wijze overgedragen goederen' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2021, nr. 6, p. 759-769. - DELANOTE, Mark; Noot'Het lot van bedrijfsvoorheffingsschulden in het licht van een gerechtelijke reorganisatie' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0017.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, tegen 1. UNITED TAX NETWORK bv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Centrum Zuid 1111, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0465.505.473, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, 2. Anne-Marie HAAREN, advocaat, met kantoor te 2550 Kontich, Peter Benoitlaan 18, in haar hoedanigheid van:
- a)vereffenaar van PRIVANT BELGIË bv, met zetel te 2660 Antwerpen, Adolf Greinerstraat 12/003B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0811.414.304,
- b)curator van het faillissement van ARCALIUS bv, met zetel te 2930 Brasschaat, Bredabaan 580 B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0863.913.276,
- c)curator van het faillissement van LIMEX bv, met zetel te 2000 Antwerpen, Bourlastraat 3, bus 17, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.319.253, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 oktober 2018. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid 1. De eerste verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel is niet ontvankelijk in zoverre het de schending aanvoert van artikel 1489 Gerechtelijk Wetboek, dat het bewarend beslag betreft en aldus geen verband houdt met het huidige geschil inzake een uitvoerend beslag onder derden. 2. De aangevoerde schending van de artikelen 1395, eerste lid, en 1415 Gerechtelijk Wetboek volstaan om tot cassatie te leiden. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid 3. Een uitvoerend beslag onder derden kan enkel ten laste van de schuldenaar en niet van een derde worden gelegd, behoudens in geval van simulatie. Indien aldus de schuldeiser aantoont dat de schuldvordering slechts in schijn aan de derde toebehoort en zijn schuldenaar de ware gerechtigde is, dan is de schuldeiser gerechtigd hierop beslag te leggen, zonder dat hij over een uitvoerbare titel jegens de slechts in schijn gerechtigde van de schuldvordering dient te beschikken. 4. De beslagrechter die krachtens artikel 1395, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kennis neemt van de vorderingen die betrekking hebben op de middelen tot tenuitvoerlegging op goederen van de schuldenaar, beoordeelt de wettigheid en de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging, maar is niet bevoegd om uitspraak te doen over andere geschillen betreffende de tenuitvoerlegging. Behoudens de uitdrukkelijk in de wet bepaalde gevallen, kan hij geen uitspraak doen over de zaak zelf. 5. Krachtens artikel 1514, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan degene die beweert eigenaar te zijn van het geheel of een gedeelte van de in beslag genomen voorwerpen, tegen de verkoop verzet doen bij de beslagrechter die oordeelt over de eigendomsbetwisting. Overeenkomstig artikel 1613, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan voor de beslagrechter een vordering worden ingesteld om alle onroerende goederen of een gedeelte ervan aan het beslag te onttrekken, tegen de beslagen partij, tegen de beslaglegger, tegen de eerst ingeschreven schuldeiser en, zo deze de vervolgende partij is, tegen de schuldeiser wiens inschrijving onmiddellijk volgt. 6. Uit het vorenstaande volgt dat het de beslagrechter toekomt om in het kader van een uitvoerend beslag als bodemrechter uitspraak te doen over incidentele geschillen met betrekking tot de omvang van het verhaalsrecht van de schuldeiser en die onlosmakelijk verbonden zijn met de tenuitvoerlegging. Aldus kan de beslagrechter in geval van een uitvoerend beslag als bodemrechter uitspraak doen over het bestaan van simulatie omtrent het eigendomsrecht van de in beslag genomen goederen. 7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser over een uitvoerbare titel beschikt jegens de tweede verweerster sub a en b, de schuldenaar, wegens RSZ-schulden; - de eiser op grond hiervan op 13 december 2011 uitvoerend beslag onder derden heeft laten leggen in handen van de cv PKF Accountants en Belastingconsulenten op verkoopprijs die deze verschuldigd was aan de eerste verweerster wegens de aankoop van de klantenportefeuille van deze laatste; - de eerste verweerster bij exploot betekend op 16 januari 2012 verzet heeft aangetekend tegen dit uitvoerend beslag onder derden en de opheffing ervan heeft gevorderd, aangezien de eiser jegens haar niet over een uitvoerbare titel beschikt; - de eiser aanvoerde dat de eerste verweerster slechts in het bezit was gekomen van de klantenportefeuille als gevolg van een gesimuleerde eigendomsoverdracht door de tweede verweersters sub a en b aan haar, zodat de opbrengst van de verkoop slechts in schijn aan de eerste verweerster toebehoort en de tweede verweersters sub a en b de werkelijke gerechtigde zijn van de schuldvordering op de koper, zodat de eiser hierop op grond van de uitvoerbare titel jegens de tweede verweersters beslag kan leggen. 8. De appelrechters oordelen dat de eiser niet over een uitvoerbare titel beschikt ten laste van de eerste verweerster en het aan de beslagrechter in hoger beroep evenmin toekomt te oordelen over de door de eiser aangevoerde simulatie omdat "een dergelijke beoordeling immers de grond van de zaak [raakt] en zodanig slechts aan de bodemrechter toe[komt]". Door op die gronden het verzet van de eerste verweerster tegen het derdenbeslag gegrond te verklaren, verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven 9. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div