id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.1 Rolnummer: S.19.0006.N Zaak: B. contra RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-05-18 Raadplegingen: 408 - laatst gezien 2026-06-16 04:00 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 44, 45, eerste lid, 2°, 48 en 169, eerste en derde lid Werkloosheidsbesluit volgt dat de werkloze van wie vaststaat dat hij in strijd met artikel 44 of 48 Werkloosheidsbesluit niet-toegestane arbeid heeft verricht en aldus niet wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon was, geacht wordt nooit aan de voorwaarden van artikel 44 of 48 te hebben voldaan, zodat alle werkloosheidsuitkeringen die hij ontving onrechtmatig werden betaald en moeten worden terugbetaald; de werkloze kan evenwel zijn terugbetalingsplicht beperken door te bewijzen dat hij alleen op bepaalde dagen of gedurende bepaalde periodes niet-toegestane arbeid heeft verricht; dat houdt in dat de werkloze bewijst dat hij op bepaalde dagen of gedurende bepaalde periodes geen niet-toegestane arbeid heeft verricht. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: Onrechtmatig uitgekeerde uitkeringen - Terugvordering van het onverschuldigd betaalde - Beperking - Voorwaarden - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. S.19.0006.N A. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.737.484, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 5 november
- Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het vonnis van de correctionele rechtbank te Gent van 17 november 2010 stelt vast dat: - de eiser er krachtens telastlegging D van verdacht wordt te 9050 Gent, herhaaldelijk in de periode vanaf een niet nader te bepalen tijdstip in 2004 tot 25 april 2008 met inbreuk op artikel 71, eerste lid, 4°, Werkloosheidsbesluit als werkloze bedoeld in artikel 154, eerste lid, 1°, met bedrieglijk inzicht, niet vóór de aanvang van de activiteit bedoeld in artikel 45, hiervan melding te hebben gemaakt op de controlekaart met onuitwisbare inkt, in casu gelet op de tewerkstelling als beenhouwer voor ELPA nv; - in het kader van een dossier in gerechtelijk onderzoek op 25 april 2008 een huiszoeking werd uitgevoerd te Merelbeke, bij ELPA nv, groot- en kleinhandel in vlees, wild en gevogelte met eigen slagerij-uitsnijderij; - de eiser diezelfde dag telefonisch contact opnam met de GDA en toegaf dat hij in het zwart werkte voor ELPA nv, hij op het ogenblik van de huiszoeking was gevlucht op vraag van de eerste beklaagde en hij zo'n drietal keren per week voor een drietal uur op de firma tegen een kleine vergoeding werkte; - de eiser sedert 2 april 2003 volledig werkloos was, hij sedert 2004 regelmatig bij ELPA nv werkte zonder de vakjes op zijn controlekaart zwart te maken (telastlegging D). Het oordeelt dat uit de gegevens van het opsporingsonderzoek en de behandeling van de zaak ter terechtzitting is gebleken dat de telastlegging D naar eis van recht bewezen is.
- Met de reden dat de eiser ongelijk heeft door te stellen dat de strafrechter zou hebben vastgesteld dat hij slechts zo'n drietal keren per week voor een drietal uur op de firma werkte tegen een kleine vergoeding, geven de appelrechters van het correctioneel vonnis een uitleg die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is en miskennen zij bijgevolg de bewijskracht ervan niet. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- De overige grieven die volledig zijn afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht, zijn niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Krachtens artikel 44 Werkloosheidsbesluit moet de werkloze om uitkeringen te kunnen genieten zonder arbeid en zonder loon zijn wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. Krachtens artikel 45, eerste lid, 2°, Werkloosheidsbesluit wordt de activiteit verricht voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen, als arbeid beschouwd voor de toepassing van artikel
- Krachtens artikel 48 Werkloosheidsbesluit kan de werkloze die op bijkomstige wijze een activiteit uitoefent in de zin van artikel 45, mits toepassing van artikel 130, uitkeringen genieten indien hij aan de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden voldoet.
- Krachtens artikel 169, eerste lid, Werkloosheidsbesluit dient elke onrechtmatig ontvangen som te worden terugbetaald. Krachtens artikel 169, derde lid, Werkloosheidsbesluit wordt de terugvordering, wanneer de werkloze die de artikelen 44 of 48 heeft overtreden bewijst dat hij alleen arbeid heeft verricht of een zelfstandige heeft geholpen op bepaalde dagen of gedurende bepaalde periodes, tot deze dagen of periodes beperkt. Uit deze bepalingen volgt dat de werkloze van wie vaststaat dat hij in strijd met artikel 44 of 48 Werkloosheidsbesluit niet-toegestane arbeid heeft verricht en aldus niet wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon was, geacht wordt nooit aan de voorwaarden van artikel 44 of 48 te hebben voldaan, zodat alle werkloosheidsuitkeringen die hij ontving onrechtmatig werden betaald en moeten worden terugbetaald. De werkloze kan evenwel zijn terugbetalingsplicht beperken door te bewijzen dat hij alleen op bepaalde dagen of gedurende bepaalde periodes niet-toegestane arbeid heeft verricht. Dat houdt in dat de werkloze bewijst dat hij op bepaalde dagen of gedurende bepaalde periodes geen niet-toegestane arbeid heeft verricht. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De in het eerste en derde onderdeel vergeefs bestreden redenen dragen de beslissing van het appelrechters. Het onderdeel dat opkomt tegen een overtollige reden, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Kosten
- Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 440,88 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Maxime Marchandise en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div