id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.10 Rolnummer: C.17.0576.N Zaak: B. contra B. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 978 - laatst gezien 2026-06-17 19:30 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200907.3N.10 Fiche Het aangaan door de beide echtgenoten samen van een lening bestemd voor het verwerven, het in stand houden of het verbeteren van een eigen goed van een van hen, geeft op zich aanleiding tot vergoeding door het eigen vermogen van de betrokken echtgenoot aan het gemeenschappelijk vermogen; de door beide echtgenoten geleende bedragen vallen immers in het gemeenschappelijk vermogen en worden vervolgens aangewend ten behoeve van het eigen vermogen; door het aangaan van de lening heeft een onmiddellijke verarming van het gemeenschappelijk vermogen plaats, aangezien dit vermogen wordt bezwaard door de uit de lening voortvloeiende schuld en het eventuele saldo van de lening bij de vereffening-verdeling op het passief van de gemeenschap zal moeten worden ingeschreven
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Het Hof komt hiermee terug op zijn arrest van 28 november
- (Cass. 28 november 2013, AR C.12.0523.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.1, AC 2013, nr. 639, met concl. van advocaat-generaal C. VANDEWAL) Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALGEMEEN Vrije woorden: Vergoedingsregeling - Echtgenoot - Eigen onroerend goed - Echtgenoten - Gezamenlijke lening - Vergoeding - Omvang - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1408, 1432 en 1435 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2020-21, nr. 37, p. 1452-
- - VAN THIENEN, Annette; Noot'Vergoedingsrecht van het gemeenschappelijk vermogen voor een door beide echtgenoten aangegane lening ten behoeve van het eigen vermogen' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 5, p. 428-
- - VERLOOY, Beatrice; Noot'Vergoeding door een echtgenoot voor een lening aangegaan door beide echtgenoten samen om een eigen onrorend goed te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren' T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2021, nr. 9, p. 246-
- - VOET, Lise; Noot'De verkrijking, instandhouding of verbetering van een eigen goed met door beide echtgenoten geleend geld: het geleende kapitaal moet volledig worden vergoed' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2021, n° 37, p. 1671-
- - SAUVAGE, Jim; Note'La récompense en cas de remboursement par le patrimoine commun de l'emprunt contracté conjointement pour un bien propre' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2021, nr. 1, p. 67-
- - DE WULF, Christian; Noot'Vergoeding i.v.m. de opname van door de gemeenschap geleende gelden door een echtgenoot en door die echtgenoot besteed voor de verwerving van een eigen goed' RTDF-Revue trimestrielle de droit familial - 2022, n° 4, p. 886-
- - RENCHON, Jean-Louis; Note sous cassation. Tekst van de beslissing Nr. C.17.0576.N A. B., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen R. B., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 21 februari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 mei 2020 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 14 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1432 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat elk van de echtgenoten ver-goeding verschuldigd is ten belope van de bedragen die hij uit het gemeenschap-pelijk vermogen heeft opgenomen om een eigen schuld te voldoen en, in het al-gemeen, telkens als hij persoonlijk voordeel heeft getrokken uit het gemeen-schappelijk vermogen. De vergoeding mag overeenkomstig artikel 1435 van dat wetboek niet kleiner zijn dan de verarming van het vergoedingsgerechtigde vermogen. Indien de in het vergoedingsplichtige vermogen gevallen bedragen en gelden echter gediend hebben om een goed te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren, zal de vergoeding gelijk zijn aan de waarde of de waardevermeerdering van dat goed, op het ogenblik van de ontbinding van het stelsel indien het zich op dat tijdstip in het vergoe-dingsplichtige vermogen bevindt.
- Artikel 1408, eerste gedachtestreepje, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ge-meenschappelijk zijn de schulden aangegaan door beide echtgenoten gezamen-lijk of hoofdelijk.
- Het aangaan door de beide echtgenoten samen van een lening bestemd voor het verwerven, het in stand houden of het verbeteren van een eigen goed van een van hen, geeft op zich aanleiding tot vergoeding door het eigen vermogen van de betrokken echtgenoot aan het gemeenschappelijk vermogen. De door beide echtgenoten geleende bedragen vallen immers in het gemeen-schappelijk vermogen en worden vervolgens aangewend ten behoeve van het ei-gen vermogen. Door het aangaan van de lening heeft een onmiddellijke verar-ming van het gemeenschappelijk vermogen plaats, aangezien dit vermogen wordt bezwaard door de uit de lening voortvloeiende schuld en het eventuele saldo van de lening bij de vereffening-verdeling op het passief van de gemeen-schap zal moeten worden ingeschreven.
- Het Hof komt hiermee terug op zijn arrest van 28 november 2013 waarbij het oordeelde dat wanneer beide echtgenoten samen een lening aangaan om een eigen onroerend goed van een van hen te verkrijgen, in stand te houden of te ver-beteren, enkel de effectieve afbetalingen van deze lening door het gemeenschap-pelijk vermogen tijdens het stelsel, aanleiding geven tot vergoeding overeen-komstig de artikelen 1432 en 1435 Burgerlijk Wetboek.
- De appelrechter stelt vast dat: - de partijen gehuwd zijn op 4 april 1992 onder het wettelijk stelsel: - ingevolge dagvaarding uitgebracht op 31 maart 2004, de echtscheiding tussen de partijen werd uitgesproken bij vonnis van 25 november 2005; - de eiseres bij delingsakte van 9 december 1999 de ouderlijke woning, waar-van zij al voor 1/5de eigenaar was, voor de resterende 4/5den overnam van haar moeder, haar drie broers en haar zus; - de eiseres voor deze overname een bedrag diende te betalen van 46.000,71 eu-ro, namelijk de overnamesom van 39.662,96 euro verhoogd met de kosten; - de overname werd gefinancierd door een lening aangegaan door de beide echtgenoten bij Citibank, waarvan de eerste schijf ten bedrage van 45.860,30 euro werd aangewend voor de betaling van de overnamesom en de kosten; - de notaris-vereffenaar in zijn staat van vereffening-verdeling een vergoeding aannam verschuldigd door het eigen vermogen van de eiseres aan de huwge-meenschap ten belope van 4/5den van de actuele waarde van de woning, hetzij 156.800 euro, te vermeerderen met de interesten vanaf de dag van de ontbin-ding van het stelsel of in totaal 216.574,09 euro; - de eiseres hiertegen bezwaar heeft aangetekend en voorhoudt dat slechts 1/4de van dat bedrag in aanmerking mag worden genomen aangezien de verweerder de hypothecaire lening, die voor twintig jaar werd aangegaan, slechts gedu-rende vijf jaar mee afloste. Hij oordeelt dat: - de lening destijds door beide partijen is aangegaan en dus een schuld is van het gemeenschappelijk vermogen; - de notaris het openstaand saldo van deze lening daarom ook terecht op het passief van de gemeenschap heeft aangerekend; - het standpunt van de eiseres dan ook niet kan worden bijgetreden.
- Door aldus te oordelen dat het eigen vermogen van de eiseres vergoeding verschuldigd is ten belope van 4/5den van de actuele waarde van het goed en niet slechts in verhouding tot het gedeelte van de lening dat door de verweerder mee werd afgelost, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.102,57 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren An-toine Lievens, Bart Wylleman, Maxime Marchandise en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200907.3N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div