← België

M. contra BOUWGROEP PROBUILD bvba

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.15 Rolnummer: C.19.0147.N Zaak: M. contra BOUWGROEP PROBUILD bvba Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-05-18 Raadplegingen: 842 - laatst gezien 2026-06-17 13:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de artikel 1315, eerste en tweede lid, Burgerlijk Wetboek en artikel 870 Gerechtelijk Wetboek volgt dat degene die zich op een recht beroept behoort aan te tonen dat alle voorwaarden voorhanden zijn die het recht doen ontstaan waarop hij zich beroept. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Bewijslast - Omvang - Gevolg Fiches 2 - 3 De artikelen 1139, 1145 en 1153, derde lid Burgerlijk Wetboek houden in dat om schadevergoeding te kunnen vorderen, bestaande in de wettelijke interest bepaald bij artikel 1153 Burgerlijk Wetboek, de schuldeiser in de regel aan zijn schuldenaar duidelijk en ondubbelzinnig moet te kennen geven dat hij wil dat de verbintenis wordt uitgevoerd. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Vrije woorden: Contractuele aansprakelijkheid - Verwijlinteresten - Aanvang Thesaurus CAS: INTERESTEN - MORATOIRE INTERESTEN Vrije woorden: Overeenkomst - Verbindende kracht - Contractuele aansprakelijkheid - Verwijlinteresten - Aanvang Fiches 4 - 5 De rechter beslist op onaantastbare wijze in feite of een schuldeiser al dan niet duidelijk en ondubbelzinnig aan zijn schuldenaar te kennen heeft gegeven dat hij wil dat de schuldenaar zijn verbintenis uitvoert; het Hof gaat evenwel na of de rechter uit zijn vaststellingen zijn beslissing naar recht heeft kunnen afleiden. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Vrije woorden: Wilsuiting door de schuldeiser - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1139 en 1145 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Burgerlijk recht - Overeenkomst - Verbindende kracht - Niet-uitvoering - Wilsuiting door de schuldeiser - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1139 en 1145 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0147.N G. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen BOUWGROEP PROBUILD bv, met zetel te 2170 Antwerpen (Merksem), Oostkaai 25/2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0479.538.997, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 december

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 5 december 2019 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 1315, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan bewijzen. Krachtens artikel 1315, tweede lid, Burgerlijk Wetboek moet, omgekeerd, hij die beweert bevrijd te zijn, het bewijs leveren van de betaling of van het feit dat het tenietgaan van zijn verbintenis heeft teweeggebracht. Krachtens artikel 870 Gerechtelijk Wetboek moet iedere partij het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert.
  3. Uit deze bepalingen volgt dat degene die zich op een recht beroept behoort aan te tonen dat alle voorwaarden voorhanden zijn die het recht doen ontstaan waarop hij zich beroept. Wanneer een aannemer betaling vordert voor overeengekomen werken en de opdrachtgever aanvoert dat de werken of een gedeelte ervan niet door de aannemer werden uitgevoerd, komt het bijgevolg aan deze laatste toe om te bewijzen dat hij de werken heeft uitgevoerd.
  4. De appelrechters stellen enerzijds vast dat waar aanvankelijk de juiste hoeveelheden niet bekend waren, over het meerwerk "extra staal wegens wijziging ontwerp" in de loop van de uitvoering van de werken vorm werd gegeven aan een definitief ontwerp, "de overeenkomst met betrekking tot het uiteindelijk uitgevoerde vaststaat" en "de uitvoering (...) daarenboven door [de eiser] [werd] aanvaard", anderzijds dat "zowel de vorderingsstaat 18 als de eindafrekening van de meer- en minderwerken (...) door [de eiser] [werden] geprotesteerd met e-mail van 7 september 2014 en bij aangetekend schrijven van 10 september 2014".
  5. De appelrechters die vervolgens beslissen dat de eiser "niet aan[toont] dat de aangerekende werken niet werden uitgevoerd, noch dat de aangerekende prijs niet overeenstemt met de daadwerkelijk uitgevoerde werken aan de overeengekomen eenheidsprijzen", verleggen de bewijslast van de verweerster naar de eiser met miskenning van artikel 1315 Burgerlijk Wetboek en artikel 870 Gerechtelijk Wetboek, en verantwoorden aldus niet naar recht hun beslissing dat de vordering met betrekking tot het meerwerk "extra staal wegens wijziging ontwerp" gegrond is. Het middel is gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel
  6. Krachtens artikel 1139 Burgerlijk Wetboek wordt de schuldenaar in gebreke gesteld, hetzij door een aanmaning of door een andere daarmee gelijkstaande akte, hetzij door de overeenkomst zelf, wanneer deze bepaalt dat de schuldenaar in gebreke zal zijn zonder dat enige akte nodig is en door het enkel verschijnen van de vervaltijd. Krachtens artikel 1146 Burgerlijk Wetboek is schadevergoeding dan eerst verschuldigd wanneer de schuldenaar in gebreke is zijn verbintenis na te komen, behalve indien hetgeen de schuldenaar zich verbonden heeft te geven of te doen, niet kon gegeven of gedaan worden dan binnen een bepaalde tijd, die hij heeft laten voorbijgaan. Artikel 1153, derde lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de wettelijke interest, bepaald in het eerste lid van het artikel, verschuldigd is te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, behalve ingeval de wet ze van rechtswege doet lopen. Deze bepalingen houden in dat om schadevergoeding te kunnen vorderen, bestaande in de wettelijke interest bepaald bij artikel 1153 Burgerlijk Wetboek, de schuldeiser in de regel aan zijn schuldenaar duidelijk en ondubbelzinnig moet te kennen geven dat hij wil dat de verbintenis wordt uitgevoerd.
  7. De rechter beslist op onaantastbare wijze in feite of een schuldeiser al dan niet duidelijk en ondubbelzinnig aan zijn schuldenaar te kennen heeft gegeven dat hij wil dat de schuldenaar zijn verbintenis uitvoert. Het Hof gaat evenwel na of de rechter uit zijn vaststellingen zijn beslissing naar recht heeft kunnen afleiden.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiser in zijn appelconclusie aanvoerde dat door de verweerster geen ingebrekestelling werd verstuurd met het oog op interest en dat de appelrechters vaststellen dat de verweerster bij aangetekende brief van 29 augustus 2015 de eiser verzocht om tot de definitieve oplevering over te gaan.
  9. De appelrechters die op grond van die enkele vaststelling beslissen dat de door de verweerster gevorderde wettelijke interest verschuldigd is vanaf de datum van ingebrekestelling, "hetzij vanaf 29 augustus 2015", zonder, mede gelet op de hieromtrent bestaande betwisting, vast te stellen dat de aangetekende brief van 29 augustus 2015 de duidelijke en ondubbelzinnige uitdrukking van de wil van de verweerster bevat om van de eiser betaling te verkrijgen van de gevorderde bedragen, schenden de artikelen 1139, 1146 en 1153, derde lid, Burgerlijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Derde middel
  10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser in zijn appelconclusie een contractueel overeengekomen vertragingsboete vorderde, berekend over een periode van 320 kalenderdagen, omdat de verweerster de werken maar heeft opgeleverd op 10 november 2014 alhoewel ze daartoe contractueel gehouden was vóór 25 december 2013; - de verweerster zich in haar appelconclusie verweerde tegen de berekening van de vertragingsboete door aan te voeren dat de voorlopige oplevering plaatsvond op 9 juli 2014, dat de eiser zelf had bevestigd dat de vertragingsboete slechts 361,13 euro per dag bedroeg en dat de vertragingsboete niet moet worden berekend op basis van het door de eiser vooropgestelde totaalbedrag van de werken maar wel op basis van de oorspronkelijk bepaalde aannemingsprijs. De verweerster voerde aldus niet aan dat het bedrag van de vertragingsboete bij toepassing van artikel 1231 Burgerlijk Wetboek diende te worden verminderd.
  11. De appelrechters die de contractueel bedongen vertragingsboete verminderen op grond van het ambtshalve opgeworpen artikel 1231 Burgerlijk Wetboek, zonder de partijen toe te laten hierover tegenspraak te voeren, miskennen het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. Het middel is gegrond. Overige grieven De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Maxime Marchandise en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.