← België

S. contra OCMW KORTRIJK

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.21 Rolnummer: S.19.0005.N Zaak: S. contra OCMW KORTRIJK Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-05-18 Raadplegingen: 385 - laatst gezien 2026-06-17 08:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Noch uit artikel 1, noch uit artikel 57, § 2, OCMW-wet volgt dat een hulpzoekende aan wie maatschappelijke dienstverlening wordt toegekend in de vorm van financiële steun, aanspraak kan maken op interest op die steun. Thesaurus CAS: MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OPENBARE CENTRA VOOR) Vrije woorden: Maatschappelijke dienstverlening - Vorm - Financiële steun - Interest Fiches 2 - 3 Noch uit artikel 1, noch uit artikel 57, § 2, OCMW-wet volgt dat het recht op maatschappelijke dienstverlening moet worden verleend onder de vorm van financiële steun; uit de omstandigheid dat een hulpzoekende die recht heeft op maatschappelijke dienstverlening in beginsel geen subjectief recht heeft om die dienstverlening te verkrijgen in de vorm van financiële steun, volgt dat de verbintenis van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om dienstverlening te verlenen geen verbintenis is die alleen betrekking heeft op het betalen van een bepaalde geldsom, zodat artikel 1153 Burgerlijk Wetboek niet toepasselijk is. Thesaurus CAS: MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OPENBARE CENTRA VOOR) Vrije woorden: Maatschappelijke dienstverlening - Vorm - Financiële steun - Subjectief recht - Gevolg Thesaurus CAS: INTERESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Maatschappelijke dienstverlening - Vorm - Financiële steun - Subjectief recht - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. S.19.0005.N

  1. N. S.,
  2. E. S.,
  3. M. S., eisers, toegelaten tot de kosteloze rechtsbijstand bij beschikking van 24 januari 2019 (nr. G.18.0201.N), vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN KORTRIJK, openbare instelling, met kantoor te 8500 Kortrijk, Budastraat 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0212.189.676, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 8 november
  4. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Noch uit artikel 1, noch uit artikel 57, § 2, OCMW-wet volgt dat een hulpzoekende aan wie maatschappelijke dienstverlening wordt toegekend in de vorm van financiële steun, aanspraak kan maken op interest op die steun. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Noch uit artikel 1, noch uit artikel 57, § 2, OCMW-wet volgt dat het recht op maatschappelijke dienstverlening moet worden verleend onder de vorm van financiële steun. Uit de omstandigheid dat een hulpzoekende die recht heeft op maatschappelijke dienstverlening in beginsel geen subjectief recht heeft om die dienstverlening te verkrijgen in de vorm van financiële steun, volgt dat de verbintenis van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om dienstverlening te verlenen geen verbintenis is die alleen betrekking heeft op het betalen van een bepaalde geldsom, zodat artikel 1153 Burgerlijk Wetboek niet toepasselijk is. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht. Kosten
  7. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 373,29 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Maxime Marchandise en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200907.3N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.