id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.18 Rolnummer: P.20.0413.N Zaak: V. contra GOIJENS RECYCLING NV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 639 - laatst gezien 2026-06-20 00:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer een eiser afstand doet van zijn cassatieberoep nopens de schuld op strafgebied en burgerlijk gebied kan die afstand worden verleend
(1)Zie over de afstand van het cassatieberoep R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, Mechelen, 2014, 6de editie, pp. 1526-1532, nrs. 3942-3951; M.-A. BEERNAERT, H. D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, la Charte, 2017, 8ste editie, pp. 1602-
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Strafvordering Vrije woorden: Afstand met betrekking tot de schuld op strafgebied Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Afstand met betrekking tot de schuld op burgerlijk gebied. Fiches 3 - 4 Krachtens artikel 65, tweede lid, Strafwetboek houdt de rechter wanneer hij vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen; deze bepaling noch artikel 6 EVRM verplichten de rechter de zaak uit te stellen in afwachting van de uitspraak over de straf in een hangende zaak, waarin de beklaagde schuldig werd verklaard aan feiten, die de opeenvolgende en vooruitgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet kunnen zijn met de te beoordelen feiten. Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Gescheiden berechting Vrije woorden: Schuldigverklaring van een beklaagde aan de feiten - Uitspraak over de straf hangend - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Schuldigverklaring van een beklaagde aan de feiten - Uitspraak over de straf hangend - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0413.N P V B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent, tegen
- GOIJENS RECYCLING nv, met zetel te 3960 Bree, Industrieterrein Kanaal-Noord 1150, burgerlijke partij,
- KENNEDY T.T.S. nv, met zetel te 9080 Lochristi, Eddastraat 1, burgerlijke partij,
- VERVOER VERCAUTEREN ANDRÉ nv, met zetel te 9160 Lokeren, Rechtstraat 363, burgerlijke partij,
- GALVA POWER GROEP nv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Centrum-Zuid 2037, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep "nopens de schuld op strafgebied en burgerlijk gebied". Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 65 Strafwetboek: het arrest legt bij toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek aan de medebeklaagde een bijkomende straf op rekening houdend met het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 mei 2018; ook de eiser werd bij dit arrest veroordeeld, maar het bestreden arrest maakt wat hem betreft geen toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek; de eiser tekende cassatieberoep aan tegen het arrest van 9 mei 2018 en het Hof vernietigde het arrest wat de strafmaat betreft; het instellen van het cassatieberoep speelt thans in het nadeel van de eiser; de schuld van de eiser aan de feiten, waarvoor het arrest van 9 mei 2018 hem veroordeelde staat immers vast en de appelrechters zijn genegen toepassing te maken van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, zoals zij ook hebben gedaan ten aanzien van de medebeklaagde; de appelrechters hadden de zaak moeten uitstellen in afwachting van de uitspraak over de strafmaat in die andere zaak om de eiser op gelijke voet met de medebeklaagde een correcte bestraffing op te leggen; er kan immers niet worden gegarandeerd dat de rechter in die andere zaak toepassing zal maken van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek rekening houdend met het bestreden arrest.
- Krachtens artikel 65, tweede lid, Strafwetboek houdt de rechter wanneer hij vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Deze bepaling noch artikel 6 EVRM verplichten de rechter de zaak uit te stellen in afwachting van de uitspraak over de straf in een hangende zaak, waarin de beklaagde schuldig werd verklaard aan feiten, die de opeenvolgende en vooruitgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet kunnen zijn met de te beoordelen feiten. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand zoals voormeld. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 107,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 8 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div