← België

PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN CASSATIE contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.22 Rolnummer: P.20.0661.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN CASSATIE contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 503 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer blijkt dat op het ogenblik van het versturen van de kennisgeving van de dag waarop het cassatieberoep van de beklaagde zou worden behandeld, zijn adres in het buitenland gekend was en de kennisgeving werd verstuurd naar een adres waar hij niet langer woonachtig was en hij derhalve onwetend was over de dag waarop zijn cassatieberoep zou worden behandeld, geen kennis heeft kunnen nemen van de conclusie van het openbaar ministerie en terzake evenmin enig verweer heeft kunnen voeren, is er grond tot intrekking van het arrest. Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Vrije woorden: Strafzaken - Intrekking van een arrest - Kennisgeving van de dag van behandeling van het cassatieberoep - Toezending aan de beklaagde - Onjuist adres - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0661.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot intrekking, in de zaak van R L A H, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Bij arrest P.14.1220.N van 13 oktober 2015 heeft het Hof eisers cassatieberoep tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 11 juni 2014, verworpen. De procureur-generaal heeft op 18 juni 2020 ter griffie een verzoekschrift ingediend tot intrekking van het arrest P.14.1220.N van 13 oktober

  1. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vordering tot intrekking
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - volgens het bestreden arrest van het hof van beroep te Gent van 11 juni 2014 R H (hierna de betrokkene) woonachtig was te 8400 Oostende, Aartshertogstraat 57 bus 1, maar hij woonplaats had gekozen bij gerechtsdeurwaarder Anne-Marie Geltmeyer, met kantoor te 9000 Gent, Tijgerstraat 17/301-302; - volgens de door de betrokkene zelf afgelegde verklaring van cassatieberoep van 26 juni 2014 tegen dit arrest hij woonachtig was te 8400 Oostende, Aartshertogstraat 57 bus 1, maar hij een adreswijziging had aangevraagd naar 8400 Oostende, Nijverheidstraat 20 bus 2; - de zaak op de algemene rol van het Hof werd ingeschreven op 18 juli 2014; - door de griffie van het Hof aan de betrokkene bij brief van 18 juli 2014 werd meegedeeld dat de zaak op de algemene rol werd ingeschreven en de datum van behandeling van zijn zaak hem te gelegener tijd zou worden meegedeeld; - deze brief werd toegestuurd aan het adres 8400 Oostende, Nijverheidsstraat 20 bus 2; - de betrokkene aan de griffie van het hof van beroep te Gent op 26 augustus 2014 een nieuwe verblijfplaats heeft meegedeeld, namelijk Spanje, 38626 Cabo Blanco Tenerife, Calle Igara 81 Bayo D; - de griffie van het hof van beroep deze mededeling van adreswijziging heeft toegestuurd aan het Hof, waar ze op 1 september 2014 ter griffie werd ontvangen; - door de betrokkene geen memorie werd ingediend binnen de twee maanden na de inschrijving van de zaak op de algemene rol, termijn die werd bepaald door het dan toepasselijke artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; - de kennisgeving van de dag waarop het cassatieberoep van de betrokkene zou worden behandeld door het Hof, werd toegestuurd aan de betrokkene bij brief van 25 september 2015 met als adres 8400 Oostende, Nijverheidsstraat 20 bus 2; - het cassatieberoep van de betrokkene bij arrest van het Hof van 13 oktober 2015 werd verworpen; - dit arrest melding maakt van het adres van de betrokkene te Spanje.
  3. Uit het voorgaande volgt dat op het ogenblik van het versturen van de kennisgeving van de dag waarop het cassatieberoep van de betrokkene zou worden behandeld, zijn adres te Spanje gekend was en de kennisgeving werd verstuurd naar een adres waar de betrokkene niet langer woonachtig was. Derhalve was de betrokkene onwetend over de dag waarop zijn cassatieberoep zou worden behandeld, heeft hij geen kennis kunnen nemen van de conclusie van het openbaar ministerie en heeft hij terzake evenmin enig verweer kunnen voeren. Er is dan ook grond tot intrekking van het arrest P.14.1220.N van 13 oktober 2015 en een nieuwe beoordeling van het cassatieberoep. Beoordeling van het cassatieberoep Ambtshalve onderzoek
  4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Trekt het arrest van 13 oktober 2015 in de zaak nummer P.14.1220.N in. Doet bij wijze van nieuwe beslissing uitspraak over het cassatieberoep. Verwerpt het cassatieberoep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het bestreden arrest en van het arrest P.14.1220.N van het Hof van 13 oktober
  5. Laat de kosten van de intrekking, bepaald op nul euro, ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiser tot de kosten van het cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 94,60 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 8 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.