← België

DE WOONINSPECTEUR contra J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.24 Rolnummer: P.20.0221.N Zaak: DE WOONINSPECTEUR contra J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 417 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de bepalingen van artikel 20bis, §§ 1 en 7 Vlaamse Wooncode, volgt dat, indien de rechter een herstelmaatregel beveelt in de zin van artikel 20bis, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode, hij verplicht is om een termijn te bepalen voor de uitvoering ervan welke niet meer dan twee jaar mag bedragen en om de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis, §§ 1 en 7 - Termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel - Draagwijdte Fiche 2 Uit de bepaling van artikel 20bis, § 8, eerste lid, Vlaamse Wooncode, de wetsgeschiedenis en de algemene economie van de regeling volgt dat indien de rechter veroordeelt wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode, of daarvoor de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gelast, hij verplicht is de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de herhuisvestingskosten, vermeld in artikel 17bis, § 2, Vlaamse Wooncode, te verhalen op de overtreder. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALLERLEI Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Artikel 20bis, § 8 - Veroordeling voor één van de misdrijven bepaald in artikel 20, § 1 - Verhalen van de kosten op de overtreder - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0221.N WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, eiser tot herstel, eiser, met als raadsman mr. Philippe Declercq, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3320 Hoegaarden, Gemeenteplein 25, waar de eiser woonplaats kiest, tegen V A M J, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 20bis, § 1, tweede lid, § 7, en § 8, Vlaamse Wooncode: het arrest willigt de herstelvordering van de eiser in, maar bepaalt geen termijn voor de uitvoering ervan noch verleent het machtiging om tot ambtshalve uitvoering over te gaan of tot terugvordering van eventuele herhuisvestingskosten, hoewel dit verplicht is.
  3. Artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode bepaalt: "Naast de straf kan de rechtbank de overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning, het pand dat het gebouw met de aanwezige woonentiteiten omvat, of de specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, § 3, eerste lid, te laten voldoen aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel
  4. Als de rechtbank vaststelt dat de woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of dat het gaat om een goed als vermeld in artikel 20, § 1, tweede lid, beveelt ze de overtreder om er een andere bestemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of om de woning of het goed te slopen, tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. Dat gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt. De rechtbank bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en kan, op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen, eveneens een dwangsom bepalen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen. De termijn voor de uitvoering van de werken bedraagt maximaal twee jaar." Artikel 20bis, § 7, eerste lid, Vlaamse Wooncode bepaalt: "Voor het geval dat de herstelmaatregelen door de overtreder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis van de rechter, bedoeld in §§ 1 en 5, dat de wooninspecteur, het college van burgemeester en schepenen of eventueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien."
  5. Uit deze bepalingen volgt dat, indien de rechter een herstelmaatregel beveelt in de zin van artikel 20bis, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode, hij verplicht is om een termijn te bepalen voor de uitvoering ervan welke niet meer dan twee jaar mag bedragen en om de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd.
  6. Artikel 20bis, § 8, eerste lid, Vlaamse Wooncode bepaalt: "In geval van veroordeling wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, machtigt het vonnis van de rechter, bedoeld in §§ 1 en 5, de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen om de kosten, vermeld in artikel 17bis, § 2 te verhalen op de overtreder."
  7. Uit deze bepaling, de wetsgeschiedenis en de algemene economie van de regeling volgt dat indien de rechter veroordeelt wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode, of daarvoor de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gelast, hij verplicht is de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de herhuisvestingskosten, vermeld in artikel 17bis, § 2, Vlaamse Wooncode, te verhalen op de overtreder.
  8. Het arrest verklaart de enige telastlegging bestaande in het overtreden van de artikelen 2, 3, 4, 5, 17bis en 20 Vlaamse Wooncode bewezen en gelast daarvoor de opschorting van de uitspraak van de veroordeling van de verweerster gedurende een termijn van drie jaar. Het beveelt als herstelmaatregel de verweerster aan het pand een andere bestemming, overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, te geven dan de in de telastlegging omschreven verhuur van twee appartementen en vijf kamers of dat zij het goed moet slopen, tenzij de sloop ervan verboden is.
  9. Het arrest dat aldus nalaat een termijn te bepalen voor de uitvoering van de herstelmaatregel, dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen niet machtigt tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd en dat de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen niet machtigt om de in artikel 17bis, § 2, Vlaamse Wooncode bedoelde herhuisvestingskosten te verhalen op de overtreder, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 44 Strafwetboek, de artikelen 161 en 189 Wetboek van Strafvordering en artikel 20bis, § 1, tweede lid, § 7, en § 8, Vlaamse Wooncode: het arrest beantwoordt de volgende vorderingen van de eiser niet: a) het bepalen van een hersteltermijn van tien maanden, op straffe van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging in de uitvoering van de herstelmaatregel, b) de machtiging tot ambtshalve uitvoering; c) de machtiging om de kosten van herhuisvesting te verhalen op de overtreder.
  11. In zoverre het arrest wordt vernietigd op grond van het eerste middel, behoeft het middel geen antwoord.
  12. De eiser heeft voor de appelrechters gevorderd om de uitvoering van het herstel te waarborgen door het opleggen van een dwangsom van 150,00 euro per dag vertraging. Het arrest laat die vordering onbeantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het nalaat: - een termijn te bepalen voor de uitvoering van de herstelmaatregel overeenkomstig artikel 20bis¸ § 1, tweede lid, Vlaamse Wooncode; - uitspraak te doen over de door de eiser gevorderde dwangsom overeenkomstig artikel 20bis, § 1, tweede lid, Vlaamse Wooncode; - de eiser en het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd en dit overeenkomstig artikel 20bis, § 7, eerste en tweede lid, Vlaamse Wooncode; - de eiser en het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de in artikel 17bis, § 2, Vlaamse Wooncode bedoelde herhuisvestingskosten te verhalen op de overtreder overeenkomstig artikel 20bis, § 8, eerste lid, Vlaamse Wooncode. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van het cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 629,78 euro waarvan 74,80 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 8 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.24 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.