id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200911.1N.9 Rolnummer: C.19.0248.N Zaak: K. contra JOSADIS NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-07-12 Raadplegingen: 1005 - laatst gezien 2026-06-20 16:52 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 In de regel moeten de stukken worden medegedeeld binnen de termijn die is bepaald voor de neerlegging van de conclusies en ten laatste tegelijk met de mededeling ervan waarbij de neerlegging van de stukken ter griffie geldt als mededeling
(1).
(1)Zie Cass. 12 mei 2014, AR S.13.0032.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140512.7, AC 2014, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Mededeling van stukken - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 737, 740 en 747, § 4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Mededeling van stukken - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 737, 740 en 747, § 4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2020, nr. 19, p. 1548-
- - MAES, Bruno; Noot'De mededeling van stukken door de neerlegging ervan ter griffie' JT-Journal des tribunaux - 2022, n° 6899, p. 352-
- - LENAERTS, Jean-Sébastien; Note'La communication des pièces entre parties' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0248.N A. K., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, en die optreedt op concept en vordering, tegen JOSADIS nv, met zetel te 3650 Dilsen-Stokkem, Kempenstraat 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.131.569, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 januari
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 737 Gerechtelijk Wetboek gebeurt de mededeling van de geïnventariseerde stukken hetzij in der minne tussen de partijen onderling hetzij door de neerlegging ervan ter griffie, waar de partijen ze kunnen inzien. Krachtens artikel 740 Gerechtelijk Wetboek worden alle memories, nota's of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies of, met toepassing van artikel 735, vóór de sluiting van het debat zijn overgelegd, ambtshalve uit het debat geweerd. Krachtens artikel 747, § 4, Gerechtelijk Wetboek worden, onverminderd de toepassing van de in artikel 748, §§ 1 en 2, bedoelde uitzonderingen of van de mogelijkheid van de partijen om in onderlinge overeenstemming van het overeengekomen of door de rechter bepaalde tijdsverloop af te wijken, de conclusies die na het verstrijken van de termijnen ter griffie worden neergelegd of aan de tegenpartij gezonden, ambtshalve uit het debat geweerd.
- Uit deze bepalingen volgt dat, in de regel, de stukken moeten worden medegedeeld binnen de termijn die is bepaald voor de neerlegging van de conclusies en ten laatste tegelijk met de mededeling ervan en dat de neerlegging van de stukken ter griffie geldt als mededeling.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - bij beschikking van 22 januari 2018 overeenkomstig artikel 747, § 2, Gerechtelijk Wetboek werd bepaald dat de eiseres conclusie diende te nemen uiterlijk op 5 maart 2018; - de eiseres haar conclusie met bijhorende inventaris en haar stukkenbundel ter griffie neerlegde op 5 maart 2018; - de verweerster in haar op 16 april 2018 neergelegde conclusie aanvoerde dat zij stuk 20 van het door de eiseres samen met haar conclusie van 5 maart 2018 ter griffie neergelegde stukkenbundel niet heeft ontvangen en evenmin zelf in haar bezit heeft; - de verweerster, bij gebrek aan tijdige overlegging van een kopie van dit stuk, de wering ervan vroeg.
- De appelrechter die stuk 20 van de eiseres uit het debat weert omdat de verweerster dit stuk niet heeft ontvangen en evenmin in haar bezit heeft, hoewel dit stuk door de eiseres aan de verweerster werd medegedeeld door de neerlegging ervan ter griffie binnen de daartoe bepaalde termijn, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Maxime Marchandise en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200911.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140512.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div