id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1022, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek - 26-10-2007 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Veroordeling tot de rechtsplegingsvergoeding - Eis van de burgerlijke partij - Maatstaf - Gevorderd bedrag - Overwaardering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1022, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek - 26-10-2007 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Fiches 3 - 4 De strafrechter kan een beklaagde slechts veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de burgerlijke partij indien hij de beklaagde schuldig verklaart aan de misdrijven waarop de burgerlijke partij haar rechtsvordering steunt; bij vrijspraak voor een of meerdere telastleggingen kan de strafrechter bij het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding geen rekening houden met het bedrag gevorderd door de burgerlijke partij voor de telastleggingen waarvoor hij vrijspreekt. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Strafzaken - Meerdere telastleggingen - Eis van de burgerlijke partij - Gedeeltelijke vrijspraak van de beklaagde - Berekening van het bedrag rechtsplegingsvergoeding - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Meerdere telastleggingen - Eis van de burgerlijke partij - Gedeeltelijke vrijspraak van de beklaagde - Berekening van het bedrag rechtsplegingsvergoeding - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.19.1109.N E. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ben Crosiers, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
- B. V. D. B., burgerlijke partij,
- R. O., burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, alsook schending van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat: het arrest veroordeelt de eiser ten onrechte tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.320,00 euro per aanleg aan elk van de verweersters; een beklaagde kan enkel worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding, vastgesteld op basis van de schadevergoeding die aan de burgerlijke partij wordt toegekend voor de strafbare feiten waaraan de beklaagde is schuldig verklaard; de eiser is enkel schuldig verklaard aan de telastlegging C (diefstal van een gsm), met een schade van 100,00 euro ten nadele van de verweerster 1 en een schade van 400,00 euro ten nadele van de verweerster 2; hieruit volgt dat hij ten aanzien van die partijen slechts kan worden veroordeeld tot een basisrechtsplegingsvergoeding van 180,00 euro, respectievelijk 240,00 euro per aanleg; ten onrechte houdt het arrest bij het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding rekening met de schadebedragen, toegekend voor de feiten van de telastleggingen A (verkrachting), B (aanranding van de eerbaarheid) en D (schuldig verzuim) waarvoor de eiser is vrijgesproken.
- Krachtens artikel 162bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering veroordeelt ieder veroordelend vonnis uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek. Volgens artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het basis-, minimum- en maximumbedrag vastgesteld door de Koning bij een in ministerraad overlegd besluit. Volgens artikel 1 Tarief Rechtsplegingsvergoeding wordt het bedrag van de basis-, minimum- en maximumbedragen van de in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsplegingsvergoeding vastgesteld per aanleg en volgens de bepalingen van dit besluit. Artikel 2 Tarief Rechtsplegingsvergoeding bepaalt voor de in geld waardeerbare vorderingen op basis van het bedrag van die vorderingen de basis-, minimum- en maximumbedragen. Het bedrag van die vordering wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 559, 561, 562 en 618 Gerechtelijk Wetboek.
- Uit deze bepalingen volgt dat het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding in beginsel wordt berekend op basis van het gevorderde bedrag en niet op basis van het aan de in het gelijk gestelde partij toegekende bedrag. De rechter kan de rechtsplegingsvergoeding niettemin berekenen op basis van het toegekende veeleer dan op basis van het gevorderde bedrag, wanneer dit laatste bedrag volgt ofwel uit een klaarblijkelijke overwaardering die de normaal bedachtzame en zorgvuldige rechtszoekende niet zou hebben begaan, ofwel uit een te kwader trouw verrichte verhoging die als enig doel had op kunstmatige wijze het bedrag van de vordering op te trekken tot een hogere schijf van de rechtsplegingsvergoeding, zonder hiertoe verplicht te zijn.
- Uit artikel 162bis Wetboek van Strafvordering volgt tevens dat de strafrechter een beklaagde slechts kan veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de burgerlijke partij indien hij de beklaagde schuldig verklaart aan de misdrijven waarop de burgerlijke partij haar rechtsvordering steunt. Indien de strafrechter de beklaagde vrijspreekt voor een of meerdere telastleggingen, kan hij bij het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding geen rekening houden met het bedrag gevorderd door de burgerlijke partij voor de telastleggingen waarvoor hij vrijspreekt.
- Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging C en veroordeelt hem, solidair met één van de medebeklaagden, tot het betalen van een schadevergoeding van 100,00 euro aan de verweerster 1 en van 400,00 euro aan de verweerster
- Het verklaart de twee medebeklaagden tevens schuldig aan de telastleggingen A, B en D, maar spreekt de eiser hiervoor vrij. De appelrechters oordelen verder dat wat de rechtsvordering van de verweerster 1 betreft, de rechtsplegingsvergoeding wordt bepaald op het basisbedrag dat van toepassing is op het bedrag, gevorderd voor de telastleggingen A, B, C en D en dat wat de rechtsvordering van de verweerster 2 betreft, gelet op de overwaardering van deze vordering, de rechtsplegingsvergoeding in billijkheid wordt bepaald op basis van de bedragen die worden toegekend voor de telastleggingen A, B, C en D. Zij veroordelen vervolgens de eiser, solidair met de twee medebeklaagden, tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.320,00 euro aan elk van de verweersters zowel voor de procedure in eerste aanleg als voor de procedure in hoger beroep. Aldus houden de appelrechters bij het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding, waartoe zij de eiser veroordelen, rekening met het bedrag gevorderd door de verweerster 1 en toegekend aan de verweerster 2 voor de telastleggingen A, B en D, waarvoor zij de eiser vrijspreken. Deze beslissingen zijn niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De overige grieven die niet tot een ruimere cassatie of een cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.320,00 euro aan elk van de verweersters. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241104.3F.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101117.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211110.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div