id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.12 Rolnummer: P.20.0627.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-05-23 Raadplegingen: 460 - laatst gezien 2026-06-19 20:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van het rechtscollege in hoger beroep om de duur van uitstel van tenuitvoerlegging van het verval van het recht tot sturen te behouden, doch dit verval voor een gedeelte als effectieve straf op te leggen, houdt een verzwaring van de straf in, waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist
(1).
(1)Cass. 27 januari 1982, AC 1981-82, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen met uitstel - Periode van het verval van het recht tot sturen - Beperking in hoger beroep van de duur van het verval van het recht tot sturen dat volledig met uitstel is opgelegd - Behoud van de duur van het uitstel - Eenparigheid van stemmen - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen met uitstel - Periode van het verval van het recht tot sturen - Beperking in hoger beroep van de duur van het verval van het recht tot sturen dat volledig met uitstel is opgelegd - Behoud van de duur van het uitstel - Eenparigheid van stemmen - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0627.N D. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans Porters, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven op 19 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis oordeelt dat geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis legt een zwaardere straf op dan de eerste rechter zonder evenwel vast te stellen dat het appelgerecht eenparig was; de eerste rechter legde een verval van één jaar op geheel met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende drie jaar, terwijl het appelgerecht een rijverbod oplegt voor eenzelfde duur, maar slechts uitstel van tenuitvoerlegging toekent voor zes maanden.
- Uit artikel 211bis Wetboek van Strafvordering volgt dat het appelgerecht de aan een beklaagde opgelegde straf maar kan verzwaren als het eenstemmig is.
- Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser tot dezelfde hoofdgevangenisstraf, dezelfde geldboete met uitstel van tenuitvoerlegging voor eenzelfde termijn en voor hetzelfde gedeelte, eenzelfde vervangend verval en eenzelfde verval, maar waar de eerste rechter uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar had verleend voor de gehele duur van het verval van één jaar, beperkt het appelgerecht dit uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar tot een periode van zes maanden. Aldus verzwaart het de aan de eiser opgelegde straf en het doet dit zonder vast te stellen dat die beslissing eenparig is genomen. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over het aan de eiser opgelegde verval leidt tot de vernietiging van de beslissing om het herstel van dit verval afhankelijk te maken van het slagen in de onderzoeken en examens, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen, alsook tot de vernietiging van de kostenveroordeling in hoger beroep. Ze laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het aan de eiser een verval van het recht tot sturen oplegt en het herstel ervan afhankelijk maakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens en het beslist over de kosten in hoger beroep. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 74,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div