← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.15 Rolnummer: P.20.0535.N Zaak: J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-05-23 Raadplegingen: 973 - laatst gezien 2026-06-20 10:35 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200915.2N.15 Fiches 1 - 3 Wanneer een beslissing bij verstek is gewezen en vatbaar is voor verzet, neemt de termijn om cassatieberoep in te stellen een aanvang bij het verstrijken van de termijn van verzet of, wanneer de beslissing bij verstek is gewezen ten aanzien van de beklaagde of beschuldigde, na het verstrijken van de gewone termijn van verzet, waarbij het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van die termijn, zelfs als het verzet ongedaan wordt verklaard en het verzet in de buitengewone termijn is ingesteld omdat het arrest bij verstek niet aan de persoon van de beklaagde is betekend

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Uitspraak bij verstek in hoger beroep die vatbaar is voor verzet - Verzet in de buitengewone termijn - Ongedaan verzet - Cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak bij verstek en het ongedaan verzet - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 187, §§ 1 en 6, 359 en 424 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde Vrije woorden: Uitspraak bij verstek in hoger beroep die vatbaar is voor verzet - Verzet in de buitengewone termijn - Ongedaan verzet - Cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak bij verstek en het ongedaan verzet - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 187, §§ 1 en 6, 359 en 424 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Uitspraak bij verstek in hoger beroep die vatbaar is voor verzet - Verzet in de buitengewone termijn - Ongedaan verzet - Cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak bij verstek en het ongedaan verzet - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 187, §§ 1 en 6, 359 en 424 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0535.N B. J., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jean-Christophe De Block, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen: - het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 10 september 2019, dat bij verstek uitspraak doet over de tegen de eiser ingestelde strafvordering; - het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 29 april 2020, dat eisers verzet tegen het verstekarrest van 10 september 2019 ongedaan verklaart. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Op 31 augustus 2020 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 15 september 2020 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen het arrest van 10 september 2019
  1. Wanneer een beslissing bij verstek is gewezen en vatbaar is voor verzet, neemt de termijn om cassatieberoep in te stellen krachtens artikel 424 Wetboek van Strafvordering een aanvang bij het verstrijken van de termijn van verzet of, wanneer de beslissing bij verstek is gewezen ten aanzien van de beklaagde of de beschuldigde, na het verstrijken van de gewone termijn van verzet, waarbij het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van die termijn. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat het verzet tegen het bij verstek gewezen arrest ongedaan wordt verklaard, noch door de omstandigheid dat de betekening van het bij verstek gewezen arrest niet aan de persoon is gedaan en er verzet tegen werd aangetekend tijdens de buitengewone termijn van verzet.
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het bij verstek gewezen arrest van 10 september 2019 op 18 september 2019 aan de eiser werd betekend bij toepassing van artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek; - de eiser op 12 februari 2020 verzet heeft aangetekend tegen het arrest van 10 september 2019, dat hem op 12 februari 2020 aan persoon werd betekend.
  3. Het cassatieberoep tegen het arrest van 10 september 2019 werd aangetekend op 11 mei 2020, dit is meer dan vijftien dagen na het verstrijken van de gewone termijn van verzet tegen dit arrest. Het cassatieberoep werd aldus laattijdig ingesteld en is niet ontvankelijk. Cassatieberoep tegen het arrest van 29 april 2020 Middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM en artikel 187 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben de zaak op de rechtszitting van 16 maart 2020 ten onrechte behandeld in afwezigheid van de eiser en diens raadsman, waardoor hem zijn recht op toegang tot een rechter en op het rechtsmiddel van verzet werd ontnomen; ingevolge de crisis, veroorzaakt door covid-19 en de uitzonderlijke toestanden die ermee gepaard gaan, heeft de raadsman van de eiser daags vóór de rechtszitting een faxbericht naar de griffie verstuurd, waarvan de raadsman op 15 maart 2020 om 20.06 uur een ontvangstbevestiging heeft ontvangen, waarin hij verzocht om de zaak uit te stellen naar een latere datum; de afwezigheid van de eiser en zijn raadsman op de rechtszitting van 16 maart 2020 kon bijgevolg, mede gelet op de bijzondere dienstbeschikking van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel van 16 maart 2020, niet worden beschouwd als verstek.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser op verzoek van het openbaar ministerie werd opgeroepen op de rechtszitting van 17 februari 2020; - noch de eiser noch zijn raadsman zijn verschenen op de rechtszitting van 17 februari 2020, waarop de appelrechters de zaak hebben uitgesteld naar de rechtszitting van 16 maart 2020 teneinde het openbaar ministerie toe te laten de eiser op te roepen; - de eiser bij gerechtsdeurwaardersexploot van 4 maart 2020 werd gedagvaard om te verschijnen op de rechtszitting van 16 maart 2020; - de eiser niet is verschenen en ook niet werd vertegenwoordigd op de rechtszitting van 16 maart 2020, waarop de zaak werd behandeld, in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op de rechtszitting van 29 april 2020; - eisers verzet bij arrest van 29 april 2020 ongedaan werd verklaard.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de raadsman van de eiser de appelrechters heeft verzocht om de behandeling van de zaak op de rechtszitting van 16 maart 2020 uit te stellen. Het middel mist bijgevolg feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200915.2N.15 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.