id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.9 Rolnummer: P.20.0042.N Zaak: L. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-05-23 Raadplegingen: 539 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het misdrijf van laster, gepleegd door geschriften die niet openbaar werden gemaakt, vereist dat er een geschrift met een lasterlijke inhoud werd toegestuurd of meegedeeld aan verscheidene personen, waardoor de laster in het openbaar wordt gebracht; die openbaarheid hoeft niet noodzakelijk het rechtstreekse gevolg te zijn van het optreden van de dader, maar kan ook onrechtstreeks voortvloeien uit zijn handelswijze als het noodzakelijke gevolg ervan, waardoor blijkt dat hij dit gevolg heeft gewild. Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF Vrije woorden: Laster - Geschrift dat niet openbaar werd gemaakt - Toezending of mededeling aan verscheidene personen - Openbaarheid van het geschrift - Handelswijze van de dader - Beoordeling - Grens Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of een niet-openbaar gemaakt geschrift dat aan verscheidende personen werd toegestuurd of meegedeeld in de openbaarheid werd gebracht
(1).
(1)Cass. 30 oktober 2007, AR P.07.0714.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.6, AC 2007, nr. 517; Cass. 29 mei 1990, AR 3441, AC 1990, nr.
- Zie A. DE NAUW en F. KUTY, Manuel de droit pénal spécial, Die Keure, 2018, 595-
- Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Laster - Geschrift dat niet openbaar werd gemaakt - Toezending of mededeling aan verscheidene personen - Openbaarheid van het geschrift Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 1, p. 37-
- - DE BOCK, Erik; Noot'Het openbaarheidsvereiste bij het misdrijf laster' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0042.N P. L., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen M. M. V., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 443 en 444 Strafwetboek: met het oordeel dat de voor het misdrijf van laster vereiste openbaarheid niet is bewezen omdat het e-mailbericht van 11 juli 2017 een niet-openbaar geschrift is dat slechts aan de syndicus werd verstuurd, waarbij de verspreiding ervan naar de eiser, zijn advocaat en naar een derde een niet-gewild en niet een noodzakelijk gevolg is, verantwoordt het arrest de vrijspraak van de verweerster wegens laster niet naar recht; de verweerster heeft zelf de e-mail verstuurd naar de syndicus en de derde, wat als een verspreiding in de zin van artikel 444 Strafwetboek moet worden beschouwd; minstens blijkt niet dat de verweerster de verspreiding ervan als noodzakelijk gevolg van het toezenden van de e-mail aan de syndicus niet gewild zou hebben.
- Bij toepassing van artikel 444, zesde lid, Strafwetboek vereist het misdrijf van laster, gepleegd door geschriften die niet openbaar werden gemaakt, dat er een geschrift met een lasterlijke inhoud werd toegestuurd of meegedeeld aan verscheidene personen, waardoor de laster in de openbaarheid wordt gebracht. Die openbaarheid hoeft niet noodzakelijk het rechtstreekse gevolg te zijn van het optreden van de dader, maar kan ook onrechtstreeks voortvloeien uit zijn handelwijze als het noodzakelijke gevolg ervan, waardoor blijkt dat hij dit gevolg heeft gewild.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of een niet-openbaar gemaakt geschrift dat aan verscheidene personen werd toegestuurd of meegedeeld in de openbaarheid werd gebracht zoals bedoeld in artikel 444, zesde lid, Strafwetboek. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Het arrest (p. 10) stelt vast dat: - de verweerster een niet-openbaar geschrift, namelijk een e-mailbericht heeft verstuurd aan slechts één persoon, namelijk aan de syndicus van het gebouw, waarin wordt vermeld dat ze tegen de eiser een klacht heeft lopen omdat hij zich ongevraagd op haar terras begeeft; - de onmiddellijke verspreiding van dit e-mailbericht naar de eiser en naar een derde en nadien naar eisers advocaat niet een noodzakelijk en niet-gewild gevolg is van het toezenden van het e-mailbericht door de verweerster naar de syndicus.
- Het arrest stelt niet vast dat de verweerster het e-mailbericht behalve aan de syndicus ook zelf aan een derde heeft doorgestuurd. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- De loutere omstandigheid dat een geschrift dat aan een persoon werd toegestuurd door die laatste werd doorgestuurd naar andere personen, impliceert niet noodzakelijk dat er sprake is van openbaarheid in de zin van artikel 444, zesde lid, Strafwetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de hiervoor aangehaalde redenen kan het arrest wettig oordelen dat het e-mailbericht niet werd toegestuurd of meegedeeld aan verscheidene personen en aldus niet in de openbaarheid werd gebracht zoals bedoeld in artikel 444, zesde lid, Strafwetboek. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige verplicht het middel het Hof tot een onderzoek van feiten, waarvoor het geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,50 euro waarvan 49,50 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div