← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.12 Rolnummer: P.20.0537.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-05-10 Raadplegingen: 727 - laatst gezien 2026-06-19 00:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat ingevolge artikel 211 Wetboek van Strafvordering ook van toepassing is op de hoven van beroep, moet de rechter voor de keuze en de maat van de straffen die de wet aan zijn vrije beoordeling overlaat, daartoe nauwkeurig de redenen vermelden, zij het dat dit beknopt mag zijn; het is niet noodzakelijk dat de rechter voor de keuze van elke straf en de strafmaat ervan telkens afzonderlijk de redenen opgeeft welke hem tot die keuze hebben gebracht en hij kan opteren voor een globale motivering voor de aan een beklaagde opgelegde straffen en hun maat, voor zover blijkt dat de opgegeven redenen de keuze voor alle straffen en de maat ervan verantwoorden

(1).
(1)Zie Cass. 14 oktober 2014, AR P.13.1915.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.6, AC 2014, nr. 603; Cass. 5 juni 2007, AR P.06.1655.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.11, AC 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Keuze van de straf of de maatregel - Motiveringsplicht - Draagwijdte Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Keuze van de straf of de maatregel - Motiveringsplicht - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.0537.N A M, beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiser niet alleen tot een hoofdgevangenisstraf, maar ook tot een facultatieve geldboete, terwijl noch het beroepen vonnis noch het arrest nauwkeurig de redenen vermelden waarom die geldboete diende te worden opgelegd; bijgevolg is de straf niet naar recht verantwoord.
  4. Volgens artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat ingevolge artikel 211 Wetboek van Strafvordering ook van toepassing is op de hoven van beroep, moet de rechter voor de keuze en de maat van de straffen die de wet aan zijn vrije beoordeling overlaat, daartoe nauwkeurig de redenen vermelden, zij het dat dit beknopt mag zijn.
  5. Het is niet noodzakelijk dat de rechter voor de keuze van elke straf en de maat ervan telkens afzonderlijk de redenen opgeeft welke hem tot die keuze hebben gebracht. De rechter kan opteren voor een globale motivering voor de aan een beklaagde opgelegde straffen en hun maat, voor zover blijkt dat de opgegeven redenen de keuze voor alle straffen en de maat ervan verantwoorden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Het arrest vermeldt een aantal algemene beschouwingen over de straftoemeting, het stelt de toestand van wettelijke herhaling vast en het verwijst naar het zwaar strafrechtelijk verleden van de eiser, zijn sociale toestand en de ernst en de gevolgen van de bewezen verklaarde feiten. Het oordeelt vervolgens dat de eerste rechter, die aangaf dat enkel een gevangenisstraf én een geldboete gepast waren, op grond van een oordeelkundige redenering die het beaamt en herneemt op passende wijze de aan de eiser op te leggen straf heeft bepaald, rekening houdend met de ernst van de feiten, de omstandigheden waarin ze werden gepleegd en zijn strafrechtelijk verleden. Het oordeelt bovendien dat het bedrag van de geldboete aangepast is aan de ernst van de feiten, het beoogde voordeel en de persoon van de eiser. Aldus vermeldt het arrest ook voor de keuze van de facultatieve straf van de geldboete nauwkeurig de redenen. Bijgevolg is die beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 78,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 22 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241105.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.11 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.