id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.6 Rolnummer: P.20.0583.N Zaak: Z. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-01-10 Raadplegingen: 859 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Volgens artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement moet de bestuurder die naar links afslaat voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten; die verplichting voorrang te verlenen aan het tegenliggend verkeer hangt niet af van de naleving van de verkeersregels door de voorrangsgerechtigde bestuurder, voor zover zijn komst daardoor niet onvoorzienbaar is
(1); uit het enkele feit dat een prioritair voertuig op een door artikel 72.5 Wegverkeersreglement bedoelde rijstrook rijdt zonder gebruik te maken van blauwe knipperlichten en desgevallend het speciaal geluidstoestel, volgt niet automatisch dat dit voertuig voor de voorrangsgerechtigde bestuurder onvoorzienbaar is.
(1)Zie: Cass. 20 december 2016, AR P.15.0794.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161220.1, AC 2016, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 19 - Artikel 19.3 Vrije woorden: Richtingverandering - Verlenen van voorrang - Rijgedrag van de voorrangsgerechtigde bestuurder - Draagwijdte Fiche 2 Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak of de komst van de voorrangsgerechtigde bestuurder al dan niet voorzienbaar is; het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeersreglement van 01-12-1975 - Artikel 19 - Artikel 19.3 - Richtingverandering - Verlenen van voorrang - Onvoorzienbare hindernis - Toezicht door het Hof Annotaties Publicaties: Verkeer, aansprakelijkheid, verzekering [VAV] - 2021, nr. 1, p. 66-
- - BREWAEYS, Luc; Noot'Nogmaals over de voorrangsplicht voortvloeiend uit art. 19.3.3° Wegverkeersreglement' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0583.N H Z M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen T D, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 12 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis bevestigt wat betreft de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster de door de eerste rechter uitgesproken veroordeling van de eiser tot betaling van een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro en de bevolen onderzoeksmaatregel en het verwijst de zaak voor de afhandelingen van de burgerlijke belangen terug naar de eerste rechter.
- In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing over het beginsel van aansprakelijkheid, is het niet ontvankelijk aangezien uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerster, zoals nochtans vereist door artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
- Voor het overige is de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en is eisers cassatieberoep tegen die beslissing voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 19.3.3°, 37 en 72.5 Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat het opdagen van het politievoertuig zichtbaar en voorzienbaar was; het stelt immers ook vast dat de eiser pas links afsloeg en een richtingsverandering uitvoerde op het ogenblik dat een tegenliggend voertuig hem op het kruispunt doorgang verleende en dat het politievoertuig de busstrook heeft gevolgd zonder zwaailicht of sirene en aldus een inbreuk pleegde op artikel 37.2 Wegverkeersreglement; het politievoertuig heeft de eiser in zijn gerechtvaardigde verwachting bedrogen en was aldus voor de eiser onvoorzienbaar.
- Volgens artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement moet de bestuurder die naar links afslaat voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten. Die verplichting voorrang te verlenen aan het tegenliggend verkeer hangt niet af van de naleving van de verkeersregels door de voorranggerechtigde bestuurder, voor zover zijn komst daardoor niet onvoorzienbaar is.
- De omstandigheid dat de voorrangsgerechtigde bestuurder in strijd met artikel 72.5 Wegverkeersreglement gebruik heeft gemaakt van een rijstrook zonder daartoe gerechtigd te zijn, heft de voorrangsplicht niet op, tenzij het opdagen van de voorrangsgerechtigde onvoorzienbaar is.
- Uit het enkele feit dat een prioritair voertuig op een door artikel 72.5 Wegverkeersreglement bedoelde rijstrook rijdt zonder overeenkomstig artikel 37.2 en 37.3 Wegverkeersreglement gebruik te maken van blauwe knipperlichten en desgevallend het speciaal geluidstoestel volgt niet automatisch dat dit voertuig voor de voorrangsplichtige bestuurder onvoorzienbaar is.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak of de komst van de voorrangsgerechtigde bestuurder al dan niet voorzienbaar is. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - het feit dat de voorrangsgerechtigde bestuurder de busstrook heeft gevolgd, zonder zwaailicht of sirene doet geen afbreuk aan de voorrangsplicht van de eiser; - de eiser diende ter plaatse twee rijstroken te dwarsen om zijn richtingsverandering naar links uit te voeren; - het was op dat moment heel druk; - het feit dat één van de tegenliggende bestuurders de eiser de vrije doorgang liet, betekent niet dat de eiser zonder meer het links afslaan mocht voltooien en er daarbij mocht van uitgaan dat al het tegenliggend en dus voorrang hebbend verkeer even hoffelijk zou zijn en hem zou laten doorrijden; - hij kon ter plaatse immers nog worden geconfronteerd met ander tegenliggend verkeer; - de eiser kon en moest hiermee rekening houden. Op grond van die vaststellingen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de komst van de voorranggerechtigde bestuurder niet onvoorzienbaar was. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 88,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 22 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161220.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230621.2F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div