← België

Jacobs nv contra VLAAMS GEWEST'

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200925.1N.8 Rolnummer: F.20.0004.N Zaak: Jacobs nv contra VLAAMS GEWEST' Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-03-18 Raadplegingen: 443 - laatst gezien 2026-06-19 19:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 2.2.1.0.1 VCF en 3 WIGB volgt dat de belasting verschuldigd is voor alle voertuigen die dienen tot het vervoer van personen of goederen en dat het daartoe volstaat het dat het voertuig geschikt is voor zulk vervoer en als zodanig wordt gebruikt; niet vereist is dat het vervoer van personen of goederen de hoofdbestemming van het voertuig uitmaakt en evenmin is vereist dat er een uitsluitend gebruik is van het voertuig voor zulk vervoer

(1).
(1)Zie ook het gelijkluidend arrest van dezelfde datum inzake F.20.0012.N Thesaurus CAS: VERKEERSBELASTING OP MOTORRIJTUIGEN (MOTORRIJTUIGENBELASTING) Vrije woorden: Belastbaar voorwerp - Voertuigen die dienen tot het vervoer van een persoon of goederen - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen - 23-11-1965 - Art. 3 - 31 Link Justel databank 19651123-31 Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.2.1.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0004.N JACOBS nv, met zetel te 2250 Olen, Industrielaan 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.369.418, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de persoon van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 juni 2019 (repertoriumnummer 2019/5085 - rolnummer 2018/AR/698). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 18 juni 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. Artikel 2.2.1.0.1 VCF bepaalt dat, overeenkomstig artikel 3 van het federale Wetboek van 23 november 1965 van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (hierna: WIGB), een belasting wordt geheven op de stoom- of motorvoertuigen dienende hetzij tot het vervoer van personen, hetzij tot het vervoer van goederen of van om het even welke voorwerpen over de wegen. Overeenkomstig artikel 3 WIGB wordt een belasting geheven op de stoom- of motorvoertuigen dienende hetzij tot het vervoer van personen, hetzij tot het vervoer van goederen of van om het even welke voorwerpen over de wegen. Uit deze bepalingen volgt dat de belasting verschuldigd is voor alle voertuigen die dienen tot het vervoer van personen of goederen. Daartoe volstaat het dat het voertuig geschikt is voor zulk vervoer en als zodanig wordt gebruikt. Niet vereist is dat het vervoer van personen of goederen de hoofdbestemming van het voertuig uitmaakt. Een uitsluitend gebruik van het voertuig voor zulk vervoer is evenmin vereist.
  2. De appelrechter stelt vast dat: - de reinigingsvoertuigen een "laadcapaciteit" hebben om "hetzij afval in op te slaan hetzij om water of reinigingsvloeistoffen ter plaatse te gebruiken"; - het geen geschilpunt is dat afval, water of reinigingsvloeistoffen goederen zijn in de zin van artikel 3 WIGB; - "de inherente laadcapaciteit dient om die goederen te vervoeren"; - de reinigingsvoertuigen "in een even belangrijke mate" dienen "om het afval naar een dumpingsite of een afvalverwerker te vervoeren"; - hoewel de opslag of het vervoer van reinigingsvloeistoffen of afval losgekoppeld zou kunnen worden van de reinigingsinstallatie, aangenomen kan worden dat de combinatie van beide kenmerken, reinigingsapparatuur en opslag- of vervoersmogelijkheid, een veel efficiënter werkproces is.
  3. Op grond van deze vaststellingen vermocht de appelrechter te oordelen dat de betrokken reinigingsvoertuigen dienen om in de zin van artikel 2.2.1.0.1 VCF en artikel 3 WIGB goederen te vervoeren. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 509,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 september 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200925.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.