id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.11 Rolnummer: P.20.0928.N Zaak: B. contra BELGISCHE STAAT Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 677 - laatst gezien 2026-06-19 19:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die hij uiterlijk vijftien dagen door de rechtszitting ter griffie van het Hof doet toekomen; de eiser weet dat zaken van bestuurlijke vrijheidsberoving van vreemdelingen voor het Hof spoedeisend zijn en hij niet moet wachten op een bericht van de griffier over de rechtsdagbepaling vooraleer een memorie in te dienen; de daags voor de rechtszitting ingediende memorie is niet ontvankelijk, behoudens overmacht
(1).
(1)Cass. 7 januari 2020, AR P.19.1172.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 8 augustus 2018, AR P.18.0841.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 21 juni 2017, AR P.17.0617.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170621.1, AC 2017, nr. 410;. Zie ook A. HENKES, "De vrijheidsberoving van een vreemdeling en het beroep bij de rechterlijke macht", Mercuriale van 2 september 2019, R.W. 2019-20,
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: Bestuurlijke aanhouding van vreemdelingen - Spoedeisend karakter - Memorie ingediend daags voor de zitting - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1106, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Artt. 71 en 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Bestuurlijke aanhouding - Beroep bij de rechterlijke macht - Beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep - Spoedeisend karakter - Memorie ingediend daags voor de zitting - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1106, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Artt. 71 en 72 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0928.N A. B., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Abderrahim Lahlali, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 731, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, vrijwillig tussengekomen partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 augustus
- De eiser voert in een memorie grieven aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
- Krachtens artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die hij uiterlijk vijftien dagen voor de rechtszitting ter griffie van het Hof doet toekomen.
- De memorie van de eiser werd ontvangen ter griffie van het Hof op 28 september 2020, dit is buiten de in artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van ten minste vijftien dagen vóór de rechtszitting van 29 september
- De eiser voert aan dat hij, nadat hij op 4 september 2020 cassatieberoep heeft ingesteld, pas op 22 september 2020 een oproeping heeft ontvangen voor de rechtszitting van het Hof van 29 september 2020, zodat hij in de volstrekte onmogelijkheid verkeerde zijn memorie tijdig neer te leggen.
- Dit verweer dat er lijkt in te bestaan dat overmacht, dit wil zeggen een omstandigheid die de eiser niet had kunnen voorzien en vermijden, hem heeft belet tijdig een memorie in te dienen, kan niet worden aangenomen. Immers: - de eiser weet dat zaken met betrekking tot de bestuurlijke vrijheidsberoving van vreemdelingen voor het Hof spoedeisend zijn en het voorwerp uitmaken van een spoedige rechtsdagbepaling, aangezien in die zaak de beoordeling van de wettigheid van vrijheidsberoving aan de orde is en dergelijke maatregel slechts een beperkte geldigheidsduur heeft; - de eiser weet dan ook dat hij niet moet wachten op de door artikel 1106, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsdagbepaling vooraleer een memorie op te stellen en in te dienen, maar dat hij van zodra hij cassatieberoep heeft ingesteld het nodige moet doen; - hoewel de eiser volgens zijn eigen verklaring op 22 september 2020 kennis kreeg van de rechtsdagbepaling voor het Hof voor 29 september 2020, heeft hij bovendien pas op 28 september 2020 een memorie ingediend; - de eiser beschikte dan ook over voldoende tijd en faciliteiten om middelen aan te voeren. De één dag voor de rechtszitting ingediende memorie is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170621.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div