← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.8 Rolnummer: P.20.0435.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Strafbaar is de bestuurder die wetens een motorvoertuig bestuurt op de openbare weg en op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid is gedekt door een verzekeringsovereenkomst die voldoet aan de bepalingen van de WAM en waarvan de werking niet is geschorst; die strafbaarheid verdwijnt niet indien na een dergelijk feit alsnog een verzekeringsovereenkomst wordt gesloten en de verzekeraar een bewijs als bedoeld door artikel 7 WAM uitreikt met een geldigheidsdatum die ingaat op de datum van dit feit

(1).
(1)Het openbaar ministerie adviseerde cassatie met verwijzing om reden dat 1°artikelen 2 en 22 WAM-Wet van 22 november 1989 geen duidelijke verplichting opleggen aan de bestuurder van een motorvoertuig om tijdens een controle op de openbare weg een geldig verzekeringsdocument voor te leggen, als bewijs dat op dat moment de burgerlijke aansprakelijkheid is gedekt en 2°de veroordeling niet naar recht verantwoord leek omdat de appelrechters aannamen dat het verzekeringsbewijs voorgelegd door eisers, gedateerd de dag na de controle op de openbare weg, ?weliswaar dekking verleent' vanaf de dag van de controle. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Besturen van een motorvoertuig op de openbare weg - Ontbreken van een verzekeringsdocument op de dag van de controle - Voorleggen van een verzekeringsbewijs opgesteld de dag na de controle met vermelding van dekking vanaf de dag van controle - Strafbaarheid - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Artt. 2, § 1, eerste lid, en 22, § 1, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0435.N N. A., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Jacques Vandeuren, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, van 14 november
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 2, § 1, en 22, § 1, WAM: het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd; de appelrechters stellen enerzijds vast dat er op datum van de feiten dekking was van een autoverzekering maar verklaren anderzijds de telastlegging A bewezen (eerste onderdeel); zij verantwoorden hun beslissing niet naar recht; zij bevestigen immers dat er op datum van de feiten dekking was van een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering; de omstandigheden dat de eiseres niet beschikte over een geldig verzekeringsbewijs op het ogenblik van de vaststellingen, dat de nummerplaat van het voertuig geregistreerd stond als niet verzekerd op dit ogenblik en dat het voorschot tot betaling van de premie door de verzekeringsmakelaar pas op 6 juli 2018 werd ontvangen, doen hieraan geen afbreuk (tweede onderdeel).
  3. Artikel 2, § 1, eerste lid, WAM bepaalt dat motorvoertuigen slechts tot het verkeer op de openbare weg en op de terreinen die toegankelijk zijn voor het pu-bliek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te ko-men, worden toegelaten indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe zij aanleiding kunnen geven, gedekt is door een verzekeringsovereenkomst die vol¬doet aan de bepalingen van deze wet en waarvan de werking niet is geschorst. Artikel 22, § 1, eerste en tweede lid, WAM bestraft de bestuurder van het motorvoertuig die het in het verkeer brengt op een van de in artikel 2, § 1, bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, is gedekt overeenkomstig deze wet en die dit weet.
  4. Uit die bepalingen volgt dat de bestuurder die wetens een motorvoertuig bestuurt op een van de in artikel 2, § 1, WAM bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid is gedekt door een verzekeringsovereenkomst die vol¬doet aan de bepalingen van de WAM en waarvan de werking niet is geschorst, strafbaar is.
  5. Die strafbaarheid verdwijnt niet indien na een dergelijk feit alsnog een verzekeringsovereenkomst wordt gesloten en de verzekeraar een bewijs als bedoeld door artikel 7 WAM uitreikt met een geldigheidsdatum die ingaat op de datum van dit feit.
  6. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het bestreden vonnis stelt vast wat volgt: - via de ANPR-camera's kreeg de politie op 5 juli 2018 een melding binnen dat er een niet-verzekerd voertuig rondreed; - dit voertuig wordt geïntercepteerd en de bestuurder wordt geïdentificeerd als de eiseres; - het voertuig is eigendom van een firma waar de eiseres is tewerkgesteld; - de eiseres kan geen geldig verzekeringsbewijs voorleggen; - op 6 juli 2018 levert de verzekeringsmakelaar een attest af waarin wordt bevestigd dat een betaling werd ontvangen van 150,00 euro als voorschot voor de verzekeringspremie voor het kwestieuze voertuig en op dezelfde datum levert de verzekeringsmaatschappij een groene kaart af voor de periode van 5 juli 2018 tot en met 31 januari
  8. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat aangezien werd vastgesteld dat op het ogenblik van de interceptie het voertuig niet was verzekerd de telastlegging A van niet-verzekering bewezen is, niettegenstaande er na de bewuste controle een verzekeringsovereenkomst werd gesloten met een dekking vanaf de datum van de vaststelling, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  9. In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert, is het afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.