← België

I. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.9 Rolnummer: P.20.0602.N Zaak: I. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 443 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Aan de vereiste van de eentaligheid van een rechterlijke beslissing wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de rechter in zijn beslissing citeert uit een in een andere taal dan die van de rechtspleging opgesteld stuk uit het strafdossier en vervolgens in de taal van de rechtspleging vermeldt welke betekenis dit citaat volgens hem heeft. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Vermelding in de rechterlijke beslissing van een passage in een vreemde taal - Eigen vertaling door de rechter - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Artt. 24 en 37 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Taalgebruik in gerechtszaken - Vermelding in de rechterlijke beslissing van een passage in een vreemde taal - Eigen vertaling door de rechter - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Artt. 24 en 37 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0602.N F. I., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pieter-Jan De Block, advocaat bij de balie Brussel, tegen

  1. S. M., burgerlijke partij,
  2. MARY-LAW OFFICE bvba, met zetel te 1060 Brussel, Afrikastraat 92, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 29 april
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Het arrest oordeelt dat de als misdrijf omschreven feiten onder de telastlegging D niet bewezen zijn. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  5. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis waar het de eiser veroordeelt tot de betaling aan de verweerster 2 van een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro, te vermeerderen met de interesten en het de verdere afhandeling van deze burgerlijke rechtsvordering ambtshalve aanhoudt. Dit is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en ze valt evenmin onder een van de gevallen bedoeld in artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep evenmin ontvankelijk. Middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1, en 24 Taalwet Gerechtszaken: het arrest vermeldt wat volgt: "Het IP-adres 79.158.70.186 kon niet worden geïdentificeerd aangezien "la fecha de peticion sobrepasa los doce meses de historia", hetgeen het hof (van beroep) meent te begrijpen als "de datum van het verzoek de twaalf maanden van de internetgeschiedenis overschrijdt". Wat het IP-adres 80.28.78.39 betreft werden "Sin connexiones en la fecha y hora indicadas", hetgeen het hof (van beroep) meent te begrijpen als "geen verbindingen op de aangegeven datum en tijd" vastgesteld (stuk 135)"; aldus voegen de appelrechters geen vertaling toe van de vreemde tekst, maar suggereren ze enkel een betekenis ervan op basis van hun eigen taalkennis; minstens moest een vertaling door een objectieve derde zijn toegevoegd.
  7. Volgens artikel 24 Taalwet Gerechtszaken wordt voor de rechtscolleges in hoger beroep de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld. Volgens artikel 37 Taalwet Gerechtszaken worden de vonnissen en arresten gesteld in de taal van de rechtspleging.
  8. Aan die regel van de eentaligheid van een rechterlijke beslissing wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de rechter in zijn beslissing citeert uit een in een andere taal dan die van de rechtspleging opgesteld stuk uit het strafdossier en vervolgens in de taal van de rechtspleging vermeldt welke betekenis dit citaat volgens hem heeft.
  9. Geen enkele wetsbepaling schrijft voor dat de rechter die oordeelt het citaat te kunnen begrijpen, dit moet laten vertalen door een derde.
  10. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 101,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 29 september 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200929.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.