← België

SNOECK bvba contra OVAM

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.2 Rolnummer: C.18.0584.N Zaak: SNOECK bvba contra OVAM Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2022-02-25 Raadplegingen: 741 - laatst gezien 2026-06-16 15:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bevoegde Vlaamse Minister die uitspraak doet over het administratief beroep van de heffingsplichtige tegen het bedrag van de heffing of van de navordering is tevens bevoegd om uitspraak te doen over de wettigheid en de proportionaliteit van de op grond van artikel 58 opgelegde administratieve geldboete, zodat ingeval van beroep tegen deze beslissing bij de rechter deze zowel de wettigheid van de heffing of navordering als de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete kan beoordelen. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Heffingsplichtige - Ambtelijke aanslag en administratieve geldboete - Administratief beroep en navolgend beroep bij de rechter - Bevoegdheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Artt. 55, eerste en vijfde lid, en 58 - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Thesaurus CAS: ADMINISTRATIEVE GELDBOETE IN FISCALE ZAKEN Vrije woorden: Ambtelijke aanslag en administratieve geldboete - Administratief beroep en navolgend beroep bij de rechter - Bevoegdheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Artt. 55, eerste en vijfde lid, en 58 - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Fiches 3 - 4 De ambtenaar die gevat wordt van een verzoek tot kwijtschelding of vermindering, kan bij wijze van gunstmaatregel op grond van opportuniteitsredenen alsnog beslissen om geheel of gedeeltelijk af te zien van de uitvoering van een wettig opgelegde administratieve geldboete, terwijl de toetsing van de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete toekomt aan de rechter die uitspraak doet over het al dan niet verschuldigd zijn van de heffing. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Heffingsplichtige - Administratieve geldboete - Verzoek tot kwijtschelding of vermindering - Aangewezen ambtenaar - Bevoegdheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Artt. 60 en 61, eerste en tweede lid - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Thesaurus CAS: ADMINISTRATIEVE GELDBOETE IN FISCALE ZAKEN Vrije woorden: Heffingsplichtige - Administratieve geldboete - Verzoek tot kwijtschelding of vermindering - Aangewezen ambtenaar - Bevoegdheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Artt. 60 en 61, eerste en tweede lid - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0584.N SNOECK bv, met zetel te 1755 Gooik, Hoevestraat 41, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I straat 3, tegen OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (afgekort OVAM), publiekrechtelijke rechtspersoon, met zetel te 2800 Mechelen, Stationsstraat 110, verweerster, met als raadslieden mr. Willem Slosse, advocaat bij de balie provincie Antwerpen en mr. Astrid Gelijkens, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, beiden met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 64, bus

  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 juni
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 8 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 58 Materialendecreet wordt, met behoud van de bepalingen van hoofdstuk 7, voor iedere navordering, vermeld in artikel 50, § 3, en voor elke ambtelijke aanslag, vermeld in artikel 54, eerste lid, een administratieve geldboete opgelegd. Als heffingen niet of onvoldoende worden aangegeven, wordt de geldboete gelijkgesteld aan de heffingen die niet of onvoldoende zijn aangegeven. Krachtens artikel 55, eerste lid, Materialendecreet kan de heffingsplichtige, binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending, per aangetekende brief, beroep instellen bij de door de Vlaamse Regering aangeduide Vlaamse minister, die uitspraak doet binnen zes maanden vanaf de verzending van het beroepsschrift. Krachtens het vijfde lid van die wetsbepaling verzendt de minister per aangetekende brief zijn beslissing aan de heffingsplichtige en kan tegen de beslissing van de minister een vordering worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 1385decies en artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de bevoegde Vlaamse minister uitspraak doet over het administratief beroep van de heffingsplichtige tegen het bedrag van de heffing of van de navordering en dat hij tevens bevoegd is om uitspraak te doen over de wettigheid en de proportionaliteit van de op grond van artikel 58 opgelegde administratieve geldboete. Hieruit volgt tevens dat tegen de beslissing van de minister een beroep kan worden ingesteld bij de rechter die zowel de wettigheid van de heffing of navordering als de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete kan beoordelen.
  4. Krachtens artikel 60 Materialendecreet kan de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse regering met de belastingplichtige dadingen treffen, voor zover die niet leiden tot vrijstelling of vermindering van de heffing. Krachtens artikel 61, eerste lid, Materialendecreet beslist de ambtenaar, vermeld in artikel 60, ook over de gemotiveerde verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete die de heffingsplichtige per aangetekende brief tot hem richt. Die verzoeken moeten op straffe van verval ingediend worden uiterlijk binnen een maand nadat de beroeper in kennis is gesteld van de beslissing van de door de Vlaamse Regering aangeduide Vlaamse minister over het ingestelde beroep overeenkomstig de bepalingen van artikel 55, vijfde lid. Krachtens artikel 61, tweede lid, Materialendecreet kan tegen de beslissing, vermeld in het eerste lid, een vordering worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1385decies en 1385undecies Gerechtelijk Wetboek. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de ambtenaar, die in het raam van artikel 61 Materialendecreet wordt gevat door een verzoek tot kwijtschelding of vermindering, bij wijze van gunstmaatregel op grond van opportuniteitsredenen alsnog kan beslissen om geheel of gedeeltelijk af te zien van de uitvoering van een wettig opgelegde administratieve geldboete. De toetsing van de wettigheid en de proportionaliteit van een op grond van artikel 58 Materialendecreet opgelegde administratieve geldboete komt evenwel toe aan de rechter die uitspraak doet over het al dan niet verschuldigd zijn van de heffing.
  5. De appelrechters stellen vast dat de eiseres administratief beroep aantekende tegen de ambtelijke aanslag, die een administratieve geldboete omvatte, en dat de minister zich bij beslissing van 27 april 2015 onbevoegd verklaarde om te oordelen over de administratieve geldboete en het administratief beroep voor het overige ongegrond verklaarde.
  6. De appelrechters oordelen dat: - bij artikel 55 Materialendecreet een beroepsprocedure wordt ingesteld tegen het bedrag van de vermoedelijk verschuldigde heffing en geenszins ook tegen de administratieve geldboete die geen deel uitmaakt van de ambtelijke aanslag; - de minister zich terecht onbevoegd verklaarde om te oordelen over de administratieve geldboete, waarvoor in een eigen beroepsmogelijkheid is voorzien in artikel 61 Materialendecreet. - de eiseres de mogelijkheid had om de administratieve geldboete te betwisten met toepassing van artikel 61 Materialendecreet en derhalve voor te leggen aan eerst de bevoegde ambtenaar en vervolgens in toepassing van artikel 1385decies en artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek aan de rechtbank, mogelijkheid waarvan zij echter geen gebruik heeft gemaakt; - het vonnis van de eerste rechter dat besloot tot de ontoelaatbaarheid van de vordering op het vlak van de geldboete, bij gebrek aan voorafgaande instelling van het door het materialendecreet georganiseerde administratief beroep, bepaald in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek, dan ook moet worden bevestigd; - gelet op de ontoelaatbaarheid van de vordering op het vlak van de geldboete, het hof niet kan oordelen over de grief van de eiseres betreffende de disproportionaliteit van de geldboete. De appelrechters, die vaststellen dat het bij artikel 55 Materialendecreet georganiseerde administratieve beroep werd ingesteld bij de minister alvorens een beroep werd gedaan op de rechter, en aldus oordelen dat zij enkel bevoegd zijn om uitspraak te doen over de wettigheid van de heffing en niet kunnen oordelen over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.