← België

M. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.5 Rolnummer: C.19.0416.N Zaak: M. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-25 Raadplegingen: 765 - laatst gezien 2026-06-18 22:12 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201002.1N.5 Fiche De afstammelingen of aangenomen kinderen van de overleden pachter of van diens echtgenoot of de echtgenoten van die afstammelingen of aangenomen kinderen kunnen de exploitatie van het landeigendom uitsluitend voortzetten en, na kennisgeving van die voortzetting aan de verpachter, aanspraak maken op pachtvernieuwing van rechtswege, wanneer zij de hoedanigheid van erfgenaam of rechtverkrijgende hebben

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Algemeen Vrije woorden: Overlijden van de pachter - Voorzetting van de exploitatie en pachtvernieuwing - Afstammelingen of aangenomen kinderen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Artt. 38, 41, eerste lid, 42, eerste lid, en 43, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0416.N
  1. M. M.,
  2. J. D. P.,
  3. M. D. B.,
  4. R. V. R.,
  5. K. D. P.,
  6. J. D. P.,
  7. E. D. P., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, tegen M. D. B., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  8. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 3 juni
  9. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 7 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  10. Krachtens artikel 38 Pachtwet loopt in geval van overlijden van de pachter van een landeigendom, de pacht door ten voordele van zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden, tenzij de verpachter, zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden opzegging hebben gedaan. Krachtens artikel 41, eerste lid, Pachtwet kunnen de erfgenamen of rechtverkrijgenden van de overleden pachter overeenkomen de exploitatie gemeenschappelijk voort te zetten of een of meer hunner daartoe aanstellen. Krachtens artikel 42, eerste lid, Pachtwet moeten de erfgenamen of rechtverkrijgenden aan de verpachter kennis geven van het akkoord dat zij hebben gesloten. Krachtens artikel 43, eerste lid, Pachtwet brengt, indien de persoon of de personen die de exploitatie voortzetten, afstammelingen of aangenomen kinderen van de overleden pachter of van diens echtgenoot zijn of echtgenoten van voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen, de kennisgeving, behoudens geldig verklaard verzet van de verpachter, van rechtswege pachtvernieuwing mee. Krachtens het tweede lid van voormelde bepaling heeft die pachtvernieuwing dezelfde uitwerking als in het tweede lid van artikel 35 is bepaald. De verpachter kan hiertegen opkomen onder de voorwaarden gesteld in de artikelen 36 en 37, door de kennisgevers te dagvaarden voor de vrederechter.
  11. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de afstammelingen of aangenomen kinderen van de overleden pachter of van diens echtgenoot of de echtgenoten van die afstammelingen of aangenomen kinderen, zoals vermeld in artikel 43, eerste lid, Pachtwet, de exploitatie van het landeigendom uitsluitend kunnen voortzetten en, na kennisgeving van die voortzetting aan de verpachter, aanspraak kunnen maken op een pachtvernieuwing van rechtswege, wanneer zij, krachtens de artikelen 38, 41 en 42 Pachtwet, de hoedanigheid van erfgenaam of rechtverkrijgende hebben.
  12. In zoverre het middel ervan uitgaat dat voornoemde, in artikel 43, eerste lid, Pachtwet vermelde personen in elk geval de exploitatie kunnen voortzetten en, na kennisgeving van die voortzetting aan de verpachter, aanspraak kunnen maken op een pachtvernieuwing van rechtswege, ook wanneer zij niet de hoedanigheid van erfgenaam of rechtverkrijgende hebben, faalt het naar recht.
  13. In zoverre het middel de miskenning van de bewijskracht aanvoert van de syntheseberoepsconclusie van de eisers, vertoont het geen belang, aangezien de appelrechter oordeelt zoals hij had moeten doen indien hij de aangevoerde miskenning van bewijskracht van akten niet had begaan. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 574,50 euro met inbegrip van de bijdrage ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, beperkt tot 20 euro, en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201002.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.