← België

TESSENDERLO GROUP nv contra VION FARMING bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 1615

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Koop - Verplichting tot conforme levering of tot vrijwaring tegen verborgen gebreken - Keten van verkoopovereenkomsten - Vordering van de koper tegen de verkoper - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1615

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Een contractant kan door zijn medecontractant in de regel slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op hem rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SAMENLOOP VAN AANSPRAKELIJKHEID - Aansprakelijkheid uit en buiten overeenkomst Vrije woorden: Contractant - Vordering tegen de medecontractant - Buitencontractuele aansprakelijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Revue Générale de Droit Civil Belge [RGDC] - HIGNY, Mathieu; Note 'Transfert de droits propter rem en cas de vente; les conditions du concours des responsabilités s'appliquent aussi en cas de recours exercé en amont' - 2021, n° 4, p. 188-200. Tekst van de beslissing Nr. C.20.0005.N TESSENDERLO GROUP nv, met zetel te 1050 Elsene, Troonstraat 130, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0412.101.728, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen VION FARMING bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 5281 RM Boxtel (Nederland), Boseind 15, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder het nummer 16080562, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 20 januari 2011 en 5 september 2019. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 5 juni 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan tegen het arrest van 20 januari 2011. De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan tegen het arrest van 5 september 2019. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel tegen het arrest van 20 januari 2011 Ontvankelijkheid 1. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het middel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang, doordat de bestreden beslissing naar recht is verantwoord door andere redenen dan de bekritiseerde redenen. 2. Anders dan de verweerster aanvoert, kunnen de vaststellingen van de appelrechters in het eindarrest van 5 september 2019 volgens welke (

  1. i)de eiseres zich niet heeft gedragen zoals een normaal voorzichtig bedrijf in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan, zodat haar fout voldoende bewezen is; (
  2. ii)de verweerster terecht de beslissing heeft genomen om alle varkens boven de 50 kilo te vernietigen en deze schade in oorzakelijk verband staat met de fout van de eiseres; en (iii) het door de eiseres in het verkeer brengen van varkensvet waarin de maximumgehaltes aan dioxine zoals wettelijk bepaald in het ministerieel besluit van 2 februari 2004 zijn overschreden, een fout uitmaakt die de oorzaak was van de besmetting van het veevoeder, niet worden geïnterpreteerd alsof zij daarmee zouden oordelen dat aan de voorwaarden voor samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is voldaan. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid 3. Krachtens artikel 1615 Burgerlijk Wetboek strekt de verplichting om een zaak te leveren zich uit tot haar toebehoren, waaronder het recht op conforme levering en het recht op vrijwaring wegens gebreken waarover de koper tegen zijn verkoper beschikt. 4. Uit deze wetsbepaling vloeit voort dat in een keten van koopovereenkomsten de koper een vordering wegens tekortkoming aan de verplichting tot conforme levering of aan de verplichting tot vrijwaring voor verborgen gebreken niet alleen kan instellen tegen zijn rechtstreekse verkoper, maar ook tegen iedere voorgaande verkoper in de keten aangezien die vordering geacht wordt bij iedere verkoop samen met de zaak te zijn overgedragen aan de volgende koper. De vordering van de koper tegen een voorgaande verkoper in de keten is van contractuele aard. 5. Een contractant kan door zijn medecontractant in de regel slechts buitencontractueel aansprakelijk gesteld worden indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op hem rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt. 6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerster, hoewel zij niet met de eiseres heeft gecontracteerd, over een contractueel vorderingsrecht tegen de eiseres beschikt en dat zij met name de contractuele vrijwaringsvordering van de initiële afnemer van de eiseres, die als accessorium van de verkochte zaak van koper op koper werd overgedragen, jegens de eiseres kan uitoefenen; - het feit dat de verweerster over een dergelijke als contractueel te kwalificeren vorderingsmogelijkheid beschikt, evenwel niet belet dat zij daarnaast ook op buitencontractuele grond tegen de eiseres kan ageren, vermits de principiële onmogelijkheid van contractspartijen om zich in het raam van hun contractuele verhouding op de regels van buitencontractuele aansprakelijkheid te beroepen, voortvloeit uit de veronderstelling dat contractspartijen hun contractuele rechtsverhouding uitsluitend door de regels van de contractuele aansprakelijkheid hebben willen laten beheersen, terwijl dergelijke veronderstelling ontbreekt wanneer de eiser weliswaar over een hem door zijn verkoper overgedragen contractueel vorderingsrecht tegen een eerdere verkoper in de ketting van koopovereenkomsten beschikt, maar hij met deze eerdere verkoper niet zelf heeft gecontracteerd; - er bovendien dient op te worden gewezen dat de eiseres ook niet kan worden beschouwd als een uitvoeringsagent van de leverancier van veevoer van de varkensboeren, wiens vordering de verweerster heeft overgenomen en de eiseres aldus geen beroep kan doen op de immuniteit van de uitvoeringsagent. 7. De appelrechters die aldus oordelen dat de verweerster haar vordering tegen de eiseres kan baseren op de regels van buitencontractuele aansprakelijkheid, zonder na te gaan of aan de voorwaarden voor samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is voldaan, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van cassatie 8. De vernietiging van het arrest van 20 januari 2011 brengt de vernietiging mee van het arrest van 5 september 2019 dat ervan het gevolg is. Overige grieven 9. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest van 20 januari 2011, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Vernietigt het bestreden arrest van 5 september 2019. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde tussenarrest van 20 januari 2011 en op de kant van het vernietigde eindarrest van 5 september 2019. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.8 Gerelateerde publicatie(
  3. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201002.1N.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.6 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230525.1F.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.