← België

ETHIAS nv c. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201005.3N.6 Rolnummer: S.19.0073.N Zaak: ETHIAS nv c. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-05-16 Raadplegingen: 540 - laatst gezien 2026-06-16 04:04 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201005.3N.6 Fiches 1 - 2 Uit artikel 147, § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, Uitvoeringsbesluit ZIV-wet blijkt dat de verstrekkingen die in een centrum voor dagverzorging worden verleend en die aanleiding geven tot de betaling van het in artikel 1, 1°, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, §12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, bedoelde forfait ruimer zijn dan de hulp van derden in de zin van artikel 24, vierde lid, Arbeidsongevallenwet en geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen in de zin van artikel 28 van die wet omvatten; geen enkele wetsbepaling verbiedt de cumulatie van de bijkomende vergoeding waarin door voornoemd artikel 24, vierde lid, wordt voorzien en het litigieus forfait

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Cumulatie en verbod Vrije woorden: Vergoeding voor hulp van derden - Dagverzorgingscentra - Dagforfait - Cumulatie - Gevolg Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ALLERLEI Vrije woorden: Arbeidsongeval - Vergoeding voor hulp van derden - Dagverzorgingscentra - Dagforfait - Cumulatie - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. S.19.0073.N ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger en mr. Willy van Eeckhoutte, advocaten bij het Hof van Cassatie, deze laatste met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg 579 bus 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.702.543, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt van 7 augustus
  1. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 14 september 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 24, vierde lid, Arbeidsongevallenwet kan de getroffene, indien zijn toestand volstrekt de geregelde hulp van een ander persoon vergt, aanspraak maken op een bijkomende jaarlijkse vergoeding, die vastgesteld wordt in functie van de noodzakelijkheid van deze hulp op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen zoals het op het ogenblik dat de ongeschiktheid een bestendig karakter vertoont, is vastgesteld bij een collectieve arbeidsovereenkomst die afgesloten is in de Nationale Arbeidsraad voor een voltijdse werknemer die minstens negentien jaar is en die ten minste zes maanden anciënniteit heeft in de onderneming die hem tewerkstelt.
  3. Krachtens artikel 28 Arbeidsongevallenwet, heeft de getroffene recht op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen. Deze zorgen zijn onderscheiden van de hulp waarvan sprake in artikel 24, vierde lid, van die wet.
  4. Krachtens artikel 34, eerste lid, eerste zin, en tweede zin, 11°, ZIV-wet bestaan de geneeskundige verstrekkingen, die zowel de preventieve als de curatieve verzorging betreffen, onder meer uit de verstrekkingen die worden verleend door centra voor dagverzorging die door de bevoegde overheid erkend zijn. Artikel 37, § 12, eerste lid, ZIV-wet bepaalt in de eerste zin dat de minister, op voorstel van het Verzekeringscomité, de tegemoetkoming voor de in artikel 34, 11°, bedoelde verstrekkingen alsmede de voorwaarden van die tegemoetkoming vaststelt. Volgens artikel 147, § 3, Uitvoeringsbesluit ZIV-wet bestaat de tussenkomst van de verzekering voor de in artikel 34, 11°, van de gecoördineerde wet bedoelde verstrekkingen uit een dagelijkse tegemoetkoming die tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt genoemd. Die tegemoetkoming wordt voor de centra voor dagverzorging die zich richten tot de patiënten die de voorwaarden vervullen bedoeld in artikel 148bis, eerste lid, Uitvoeringsbesluit ZIV-wet (centra voor dagverzorging voor afhankelijke bejaarden), op een forfaitaire wijze (F-forfait) in artikel 1, 1°, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 vastgesteld. Een patiënt vervult de voorwaarden bedoeld in voornoemd artikel 148bis, eerste lid, als hij voor sommige handelingen van het dagelijks leven afhankelijk is van zowel de verzorging als van de bijstand van derden, gedurende ten minste zes uur per dag is opgenomen in een centrum in uitvoering van een overeenkomst, en, onder meer, fysiek afhankelijk is, dit is afhankelijk om zich te wassen en te kleden én afhankelijk voor transfer en verplaatsingen en/of voor naar het toilet te gaan.
  5. Volgens artikel 147, § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, Uitvoeringsbesluit ZIV-wet omvatten, wat de centra voor dagverzorging betreft, de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, 11°, ZIV-wet: - de verzorging verleend door verpleegkundigen; - de kinesitherapieverstrekkingen en de logopedieverstrekkingen verleend door de daartoe bevoegde zorgverstrekkers; - de bijstand in de handelingen van het dagelijks leven en elke handeling tot reactivatie en sociale reïntegratie, inclusief de ergotherapie; - de producten en het materiaal ter preventie van nosocomiale ziekte, alsook andere producten waarvan een gedetailleerde lijst wordt opgesteld door het Verzekeringscomité. Uit die bepaling blijkt dat de verstrekkingen die in een centrum voor dagverzorging worden verleend en die aanleiding geven tot de betaling van het in artikel 1, 1°, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000 bedoelde forfait ruimer zijn dan de hulp van derden in de zin van artikel 24, vierde lid, Arbeidsongevallenwet en geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen in de zin van artikel 28 van die wet omvatten.
  6. Geen enkele wetsbepaling verbiedt de cumulatie van de bijkomende vergoeding waarin door voornoemd artikel 24, vierde lid, wordt voorzien en het litigieus forfait.
  7. Door de subrogatoire vordering van de verweerder gegrond te verklaren, schendt het arrest geen van de in het middel aangehaalde wetsbepalingen. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 242,42 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 5 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201005.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201005.3N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240610.3F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.