id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201005.3N.7 Rolnummer: S.19.0008.N Zaak: AWA ALEXANDER WATSON ASSOCIATES BV contra M. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2022-05-16 Raadplegingen: 822 - laatst gezien 2026-06-19 19:55 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201005.3N.7 Fiche 1 Artikel 119.6 Arbeidsovereenkomstenwet kan slechts worden toegepast ten aanzien van de huisarbeider die geen telewerker is in de zin van de CAO nr. 85 van 9 november 2005. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - ALLERLEI Vrije woorden: Huisarbeid - Telewerk - Toepassing - Huisarbeider - Begrip Fiche 2 De loutere omstandigheid dat tussen een werkgever en een werknemer geen schriftelijke overeenkomst is gesloten overeenkomstig artikel 6, § 1, CAO nr. 85, sluit niet uit dat de arbeidsrelatie tussen die werkgever en werknemer onder het voormelde toepassingsgebied van de CAO nr. 85 valt
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Algemeen Vrije woorden: Huisarbeid - Telewerk - Schriftelijke overeenkomst - Niet-bestaand - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Artt. 119.1, § 2, 119.4, § 2, 4°, en 119.6 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 CAO nr. 85 van 9 november 2005, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het telewerk - 09-11-2005 - Artt. 2, eerste en tweede lid, 3, 4, eerste lid, en 6, §§ 1 en 3 - 32 Link Justel databank 20051109-32 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 4, p. 306-
- - RYCKX, Daniel; Noot'Een telewerker is een huisarbeider maar ook niet' Tekst van de beslissing Nr. S.19.0008.N AWA ALEXANDER WATSON ASSOCIATES bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 1062 HH Amsterdam (Nederland), Koningin Wilhelminaplein 13, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, tegen P. M., die woonplaats heeft gekozen bij mr. Willy Fredrix, gerechtsdeurwaarder, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 112, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 19 februari
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 14 september 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 2, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 van 9 november 2005, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het telewerk, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 13 juni 2006, hierna CAO nr. 85, wordt voor de toepassing van die overeenkomst onder telewerk verstaan een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, in het kader van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden die ook op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis en niet incidenteel buiten die bedrijfslocatie worden uitgevoerd. De telewerker is elke werknemer die telewerk verricht. Krachtens artikel 2, tweede lid, CAO nr. 85 heeft de overeenkomst geen betrekking op de zogenaamde mobiele telewerkers, dat wil zeggen wier mobiliteit noodzakelijk deel uitmaakt van de wijze van uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Krachtens artikel 3 CAO nr. 85 is de overeenkomst van toepassing op de werknemers en de werkgevers die hen tewerkstellen. Krachtens artikel 4, eerste lid, CAO nr. 85 kan het telewerk worden verricht in de woning van de telewerker of in elke andere door hem gekozen plaats. Krachtens het tweede lid van die bepaling valt het telewerk dat wordt verricht in een satellietkantoor van de werkgever, dat wil zeggen een gedecentraliseerd lokaal van de werkgever of een lokaal dat de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt, buiten het toepassingsgebied van de CAO. Krachtens artikel 6, § 1 en § 3, CAO nr. 85 moet voor iedere telewerker afzonderlijk een schriftelijke overeenkomst worden opgesteld, uiterlijk op het ogenblik dat de telewerker begint met de uitvoering van zijn overeenkomst, en heeft de telewerker bij ontstentenis van een schriftelijke overeenkomst het recht zijn werkzaamheden op de bedrijfslocatie van de werkgever te verrichten of terug te keren naar de bedrijfslocatie van de werkgever.
- Titel VI van de Arbeidsovereenkomstenwet, ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 6 december 1996 betreffende de huisarbeid, regelt de tewerkstelling van huisarbeiders. Krachtens artikel 119.1 Arbeidsovereenkomstenwet regelt deze titel de tewerkstelling van huisarbeiders die tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een werkgever in hun woonplaats of op elke andere door hen gekozen plaats, zonder dat zij onder het toezicht of de rechtstreekse controle van de werkgever staan. Krachtens artikel 119.1, § 2, eerste lid, Arbeidsovereenkomstenwet zijn de artikelen 119.3 tot 119.12 van die wet niet van toepassing op de werknemers op wie de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het telewerk, gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad, van toepassing is. Krachtens artikel 119.4, § 1, Arbeidsovereenkomstenwet moet de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders voor iedere werknemer afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer de uitvoering van zijn overeenkomst aanvangt. Krachtens artikel 119.4, § 2, 4°, moet dat geschrift de vergoeding van de kosten die verbonden zijn aan de huisarbeid vermelden. Krachtens artikel 119.6 Arbeidsovereenkomstenwet is bij ontstentenis van de in artikel 119.4, § 2, 4°, bedoelde vermelding en bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten overeenkomstig de CAO-wet die deze aangelegenheid regelt een forfaitair bedrag van 10 pct. van het loon verschuldigd als vergoeding van de kosten die aan de huisarbeid verbonden zijn, tenzij de werknemer met verantwoordingsstukken aantoont dat de werkelijke kosten hoger zijn dan 10 pct. van het loon.
- Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat artikel 119.6 Arbeidsovereenkomstenwet slechts kan worden toegepast ten aanzien van de huisarbeider die geen telewerker is in de zin van de CAO nr. 85 en dat de loutere omstandigheid dat tussen een werkgever en een werknemer geen schriftelijke overeenkomst is gesloten overeenkomstig artikel 6, § 1, CAO nr. 85, niet uitsluit dat de arbeidsrelatie tussen die werkgever en werknemer onder het voormelde toepassingsgebied van de CAO nr. 85 valt.
- De appelrechters stellen vast dat: - de verweerster een vergoeding vordert op basis van artikel 119.6 Arbeidsovereenkomstenwet; - de eiseres betwist dat verschuldigd te zijn omdat de verweerster telewerker is in de zin CAO nr.
- Zij oordelen dat de verweerster huisarbeider is in de zin van de Arbeidsovereenkomstenwet en dat zij niet als telewerker kan worden aangezien omdat de overeenkomst tussen de eiseres en de verweerster niet voldoet aan de vereisten van artikel 6 CAO nr.
- Met die reden sluiten de appelrechters niet wettig uit dat de verweerster telewerker is in de zin van CAO nr. 85 en verantwoorden zij hun beslissing dat de eiseres de vergoeding bedoeld in artikel 119.6 Arbeidsovereenkomstenwet verschuldigd is, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot betaling van kosten verbonden aan huisarbeid en het oordeelt over de gerechtskosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 5 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201005.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201005.3N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201005.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div