← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.1 Rolnummer: P.20.0417.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-03-24 Raadplegingen: 925 - laatst gezien 2026-06-19 20:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het verval van het recht tot sturen, bepaald in artikel 42 Wegverkeerswet is een veiligheidsmaatregel die naast de straf moeten worden uitgesproken; uit de bijlage 6 aan het K.B. van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs dat de minimumnormen en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een voertuig bepaalt, volgt niet dat de rechter enkel kan besluiten tot lichamelijke ongeschiktheid wanneer een persoon niet voldoet aan de minimumnormen bedoeld in voormelde bijlage 6

(1).
(1)Zie Cass. 30 november 2010, AR P.10.0619.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2, AC 2010, nr. 702, met concl. van eerste advocaat-generaal M. De Swaef. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Beoordeling door de rechter - Minimumnormen van bijlage 6 bij KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0417.N B P J D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 10 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis baseert eisers ongeschiktheidsverklaring om een motorvoertuig te besturen op het deskundigenverslag van dr. De Varé, die zich evenwel niet uitspreekt over de rijgeschiktheid van de eiser; aldus gaan de appelrechters in hun beoordeling van de rijgeschiktheid van de eiser verder dan de minimumnorm en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig zoals bepaald in bijlage 6 aan het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
  3. Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerwet bepaalt : "Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig." Dit verval is een beveiligingsmaatregel die naast de uitgesproken straf moet worden uitgesproken.
  4. Bijlage 6 aan het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalt de minimumnormen en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig. Deze bijlage beschrijft de functionele stoornissen en aandoeningen die de uitsluiting tot gevolg hebben en de geneeskundige normen waaraan de kandidaat voor een rijbewijs of een voorlopig rijbewijs en de houder van een rijbewijs, moeten voldoen.
  5. Uit deze wetsbepalingen volgt niet dat de rechter enkel kan besluiten tot lichamelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorrijtuig wanneer een persoon niet voldoet aan de minimumnormen bedoeld in voormelde bijlage
  6. In zoverre het onderdeel van een andere rechtsvatting uitgaat, faalt het naar recht.
  7. Het bestreden vonnis oordeelt: - het verslag van dr. Steemans is een advies, maar de rechtbank kan dit advies niet volgen; - er is immers het omvangrijker verslag van dr. De Varé, waaruit blijkt dat er een zeer ernstig risico op recidive en op toekomstige agressie is; - blijkens het verslag van dr. Steemans mag de eiser dan misschien voldoen aan de bijlage 6 bij het KB van 23 maart 1998, doch de beoordeling van de rijge-schiktheid gaat verder dan dat; - uit het verslag van dr. De Varé, dat door het verslag van dr. Steemans niet wordt tegengesproken, blijkt een ernstig gevaar op recidive en agressie; er ligt op heden geen behandelplan voor waaruit blijkt welke behandeling de eiser zou gevolgd hebben om zijn probleem het hoofd te bieden; - bovendien staat het vast dat het ernstig alcoholmisbruik van de eiser (zie verslag De Varé: 1 à 2 bakken per dag gedurende 2 jaar) restschade heeft veroorzaakt; - de rechtbank kan niet het risico nemen dat een persoon, met de beschrijving van de risico's zoals gegeven door dr. De Varé, en waarvan op heden niet vaststaat dat de problemen onder controle zijn, toegelaten wordt tot het gemotoriseerde verkeer; - het staat vast dat de eiser niet over de nodige geestelijke capaciteiten beschikt om zich in het gemotoriseerde verkeer te kunnen begeven; - gelet op deze elementen in hun onderlinge samenhang beschouwd, kan de rechtbank er niet omheen dat de houding van de eiser in het verleden getuigt van een volgehouden geestelijke en lichamelijke ongeschiktheid om een motorvoertuig te besturen; hij kreeg al herhaaldelijk de kans om zijn gedrag bij te sturen, maar wil dat blijkbaar helemaal niet doen. Met deze redenen verantwoordt het bestreden vonnis naar recht de beslissing dat de eiser niet voldoet aan de lichamelijke en geestelijke normen van geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 154 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek: uit het verslag van dr. De Varé blijkt enkel dat er een ernstig risico bestaat op recidive en op toekomstige agressie; op geen enkele wijze wordt in dit verslag gewag gemaakt van een geestelijke of lichamelijke rijongeschiktheid van de eiser.
  9. Met de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel, geeft het bestreden vonnis van het deskundige verslag van dr. De Varé geen uitlegging die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar zijn. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 101,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201006.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.