id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.4 Rolnummer: C.20.0120.N Zaak: P. contra N. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-22 Raadplegingen: 893 - laatst gezien 2026-06-16 04:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche Gezien het bestuur van een vzw aan een collegiale raad van bestuur moet worden opgedragen, doet noch een taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, noch het feit dat een bestuurder niet zelf het bestuursmandaat heeft gesolliciteerd of het feit dat een bestuurder zich het bestuur toe-eigent, afbreuk aan de verplichting dat elke individuele bestuurder verplicht is toezicht te houden op de medebestuurders. Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Vrije woorden: Collegiale raad van bestuur - Individuele bestuurder - Toezicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen - 27-06-1921 - Art. 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1921062701 Annotaties Publicaties: Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] - 2021, n° 662, p.
- - DAVAGLE, Michel; Note'Tous les administrateurs sont dans le même bateau' Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap [TRV-RPS] - 2021, nr. 3, p. 361-
- - DE GEYTER, Sarah; Noot'De toezichtsplicht van individuele bestuurders in een collegiale raad van bestuur' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0120.N Roland POCKELE-DILLES, advocaat, met kantoor te 2000 Antwerpen, Stoopstraat 1, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van Wereld Evangelische Missie Steentafel vzw, met zetel te 2060 Antwerpen, Sint-Jobstraat 12, bus 22, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0894.950.011, eiser, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 21 november 2019 (nr. G.19.0084.N), vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, tegen M. N. K., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 mei
- Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 13, tweede lid, VZW-wet, zoals van toepassing, bestuurt de raad van bestuur de vereniging en vertegenwoordigt diezelfde raad haar in en buiten rechte. Alle bevoegdheden die de wet niet uitdrukkelijk verleent aan de algemene vergadering, worden toegekend aan de raad van bestuur. Krachtens het derde lid kunnen de statuten de bevoegdheden beperken die op grond van het vorige lid aan de raad van bestuur worden toegekend. Deze beperkingen, alsook de taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij zijn bekendgemaakt.
- Dat het bestuur van een vzw aan een collegiale raad van bestuur moet worden opgedragen, betekent dat elke individuele bestuurder verplicht is toezicht te houden op de medebestuurders. Noch een taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, noch het feit dat een bestuurder niet zelf het bestuursmandaat heeft gesolliciteerd of het feit dat een bestuurder zich het bestuur toe-eigent, doet afbreuk aan deze verplichting.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiser voor de bestuurdersfout van de verweerster verwijst naar de statuten van de vzw waaruit blijkt dat de verweerster bij de oprichting als penningmeester in de raad van bestuur werd opgenomen en waarin wordt vermeld dat inzake financiële verrichtingen de handtekening is vereist van de raadsvoorzitter en de penningmeester; - die vermeldingen in de statuten van de vzw op zich niet volstaan om een fout van de verweerster aan te tonen; - de verweerster aannemelijk maakt dat de voorzitter de touwtjes van de vzw in handen had en zich het bestuur van de vzw toe-eigende; - de verweerster in de vzw geen bestuurdersrol vervulde, onder andere omdat uit geen enkel stuk blijkt dat de verweerster in de periode van het bestaan van de vzw, toch bijna vier jaar, enige bestuursdaad stelde of voor de vzw enig document ondertekende; - de bewering van de verweerster dat de raadsvoorzitter slechts op haar een beroep deed om over voldoende leden te beschikken om een vzw op te richten en zelf het volledige bestuur van de vzw op zich nam, met de waarheid strookt.
- De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat “in de gegeven omstandigheden” de niet-tijdige fiscale aangifte de verweerster niet ten laste kan worden gelegd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div