← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.15 Rolnummer: P.20.0992.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 664 - laatst gezien 2026-06-19 19:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de onderzoeksrechter een regelmatig bevel tot aanhouding verleent voor feiten waarvoor de verdachte ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd, leidt het enkele feit dat dit bevel ook slaat op feiten waarvoor de verdachte niet is overgeleverd en waarvoor hij dus ingevolge de toepassing van het specialiteitsbeginsel niet kan worden vervolgd, niet tot de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding

(1).
(1)Cass. 12 september 2017, AR P.15.1413.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170912.2, AC 2017, nr. 463 met concl. van advocaat-generaal M. TIMPERMAN. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Feiten waarvoor de overlevering is geweigerd - Regelmatigheid van het bevel tot aanhouding - Draagwijdte Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit - Overlevering - Feiten waarvoor de overlevering is geweigerd - Regelmatigheid van het bevel tot aanhouding - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.0992.N S. M., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Dimitri de Beco, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 oktober
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht: het arrest dat zich ertoe beperkt de redenen van de vordering van het openbaar ministerie over te nemen, beantwoordt niet het bij beroepsconclusie aangevoerde verweer van de eiseres over de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding, waaronder het verweer dat de raadkamer de reikwijdte van het aanhoudingsbevel niet kon beperken; ook de vordering van het openbaar ministerie beantwoordt dat verweer niet.
  3. In zoverre het middel niet preciseert welk verweer het arrest niet beantwoordt, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.
  4. Het arrest bevestigt de beroepen beschikking op grond van onder meer de volgende van de vordering van het openbaar ministerie overgenomen redenen: - "[De eiseres] heeft hoger beroep aangetekend op 18.09.2020 tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen afdeling Brugge op datum van 18.09.2020 waarbij de voorlopige hechtenis gehandhaafd werd, evenwel enkel voor de tenlasteleggingen A.1 en B van het bevel tot aanhouding;" - "Het bevel tot aanhouding, hierboven vermeld, is, behoudens voor zover gebaseerd op de feiten vermeld onder tenlasteleggingen A.
  5. t.e.m. A.7, C.1 en D.1., regelmatig ten aanzien van de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis;" - "Het onderzoek is lopende, waarbij [de eiseres] werd overgeleverd, evenwel zonder afstand te doen van het specialiteitsbeginsel. Gelet op de aanwijzingen met betrekking tot andere feiten, zal een bijkomende procedure nodig zijn alvorens voor die andere feiten over te gaan tot verhoor van [de eiseres]. (...)" Uit die redenen blijkt dat de kamer van inbeschuldigingstelling van oordeel is dat de raadkamer wel degelijk de reikwijdte van het bevel tot aanhouding, dat de onderzoeksrechter lastens de eiseres heeft afgeleverd voor de telastleggingen A.1 tot en met A.7, B, C.1 en D.1, ingevolge de toepassing van het specialiteitsbeginsel kon beperken tot enkel de telastleggingen A.1 en B. Aldus verwerpt en beantwoordt het arrest het desbetreffende verweer van de eiseres. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 37, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel en artikel 21, § 4, Voorlopige Hechteniswet: de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt ten onrechte dat zij de feiten van de telastleggingen waarvoor de onderzoeksrechter de eiseres in verdenking heeft gesteld en onder aanhoudingsmandaat heeft geplaatst, kan beperken tot slechts die feiten waarvoor de eiseres ingevolge de uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd, met uitsluiting van de feiten die niet waren vervat in het Europees aanhoudingsbevel en waarvoor de eiseres op grond van het specialiteitsbeginsel dus niet mocht worden vervolgd; het onderzoeksgerecht is enkel bevoegd om in bepaalde omstandigheden de gronden van het aanhoudingsbevel te wijzigen, aan te vullen of te verbeteren, maar kan de reikwijdte van dat bevel niet beperken.
  7. Artikel 37, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "Een persoon overgeleverd op grond van een Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit kan niet worden vervolgd, veroordeeld of van zijn vrijheid worden benomen wegens een ander, voor zijn overlevering gepleegd strafbaar feit dan dat waarop de overlevering betrekking heeft." Artikel 37, § 2, 3°, van dezelfde wet bepaalt dat die regel niet van toepassing is ingeval "de strafprocedure geen aanleiding geeft tot de toepassing van een maatregel die de individuele vrijheid van de betrokkene beperkt". Die bepalingen zijn de omzetting in het interne recht van artikel 27, 2 en 3, c, van het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten.
  8. In een arrest van 1 december 2008 in de zaak C-388/08 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat de uitzonderingsbepaling van artikel 27, 3, c, zo moet worden uitgelegd dat zij niet verhindert dat aan de overgeleverde persoon een vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd alvorens toestemming van de uitvoerende rechterlijke autoriteit wordt verkregen, op voorwaarde dat die maatregel wettelijk gerechtvaardigd is door andere telastleggingen in het Europees aanhoudingsbevel.
  9. Hieruit volgt dat, wanneer de onderzoeksrechter een regelmatig bevel tot aanhouding verleent voor feiten waarvoor de verdachte ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd, het enkele feit dat dit bevel ook slaat op feiten waarvoor de verdachte niet is overgeleverd en waarvoor hij dus ingevolge de toepassing van het specialiteitsbeginsel niet kan worden vervolgd, niet leidt tot de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. In zoverre het onderdeel aanvoert dat een onderzoeksgerecht de reikwijdte van een aanhoudingsbevel niet kan beperken, is het afgeleid uit de vermelde onjuiste rechtsopvatting en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  11. Voor het overige houdt de regelmatigheid van een inverdenkingstelling door de onderzoeksrechter geen verband met de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding waarover de onderzoeksgerechten zich uit te spreken hebben op grond van de artikelen 21, § 4, en 30, § 4, Voorlopige Hechteniswet. In zoverre faalt het onderdeel eveneens naar recht. Eerste onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 37, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel en artikel 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet: de eiseres kan wegens het specialiteitsbeginsel niet worden vervolgd voor de telastleggingen A.2 tot en met A.7, C.1 en D.1, die niet waren begrepen in het Europees aanhoudingsbevel op grond waarvan de eiseres werd overgeleverd; nochtans is de eiseres over de feiten van die telastleggingen ondervraagd door de politie en de onderzoeksrechter en heeft de onderzoeksrechter haar daarvoor in verdenking gesteld; bij gebrek aan regelmatige ondervraging door de onderzoeksrechter voorafgaandelijk aan het afleveren van het aanhoudingsbevel, diende de eiseres in vrijheid te worden gesteld.
  13. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  14. Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat het feit dat de onderzoeksrechter een verdachte ondervraagt over zowel feiten waarvoor hij is overgeleverd als voor feiten waarvoor hij niet is overgeleverd, niet de onregelmatigheid van de in artikel 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet bedoelde ondervraging tot gevolg heeft en dus niet leidt tot de verplichte invrijheidsstelling van de verdachte. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170912.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.