← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.2 Rolnummer: P.20.0254.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 962 - laatst gezien 2026-06-20 04:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Of de rechter die zich over de gegrondheid van de strafvordering moet uitspreken verplicht is een persoon, die tijdens het vooronderzoek een voor een beklaagde belastende verklaring heeft afgelegd, te horen als getuige indien die beklaagde daarom verzoekt, moet worden beoordeeld in het licht van het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en het door artikel 6.3.d EVRM gewaarborgde recht om getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen; wezenlijk daarbij is of de tegen de beklaagde gevoerde strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk verloopt, wat niet uitsluit dat de rechter niet alleen rekening houdt met het recht van verdediging van die beklaagde, maar ook met de belangen van de samenleving, de slachtoffers en de getuigen zelf

(1).
(1)Cass. 8 september 2020, AR P.20.0486.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25, AC 2020, nr. 508; Cass. 21 november 2017, AR P.17.0410.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7, AC 2017, nr. 662; Cass. 30 mei 2017, AR P.17.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10, arrest niet gepubliceerd; Cass. 2 mei 2017, AR P.17.0290.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4, AC 2017, nr. 303; Cass. 31 januari 2017, AR P.16.0970.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4, AC 2017, nr. 73 met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; EHRM 14 juni 2016, Riahi t. België. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 5 - 8 In de regel zal de rechter de impact op het eerlijk proces van het niet-horen op de rechtszitting van een getuige die tijdens het vooronderzoek een belastende verklaring heeft afgelegd, beoordelen aan de hand van drie criteria, gehanteerd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en in die volgorde, of (i) er ernstige redenen zijn voor het niet-horen van de getuige (ii) de belastende verklaring het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldigverklaring steunt, (iii) er voor het niet-kunnen ondervragen van de getuige voldoende compenserende factoren zijn met inbegrip van sterke procedurele waarborgen, tenzij één van de criteria van dermate overwegend belang is dat dit criterium volstaat om uit te maken of het strafproces in zijn geheel beschouwd al dan niet eerlijk verloopt
(1).
(1)Cass. 8 september 2020, AR P.20.0486.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25, AC 2020, nr. 508; Cass. 21 november 2017, AR P.17.0410.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7, AC 2017, nr. 662; Cass. 30 mei 2017, AR P.17.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10, arrest niet gepubliceerd; Cass. 2 mei 2017, AR P.17.0290.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4, AC 2017, nr. 303; Cass. 31 januari 2017, AR P.16.0970.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4, AC 2017, nr. 73 met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; EHRM 14 juni 2016, Riahi t. België. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 9 - 16 Het staat aan de rechter om onaantastbaar te oordelen of het niet-horen op de rechtszitting van een getuige die tijdens het vooronderzoek een voor de beklaagde belastende verklaring heeft afgelegd, diens recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd miskent; de rechter moet zijn beslissing steunen op concrete omstandigheden die hij aanwijst; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee niet verenigbaar zijn
(1).
(1)Cass. 8 september 2020, AR P.20.0486.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25, AC 2020, nr. 508; Cass. 21 november 2017, AR P.17.0410.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7, AC 2017, nr. 662; Cass. 30 mei 2017, AR P.17.0322.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10, arrest niet gepubliceerd; Cass. 2 mei 2017, AR P.17.0290.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4, AC 2017, nr. 303; Cass. 31 januari 2017, AR P.16.0970.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4, AC 2017, nr. 73 met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; EHRM 14 juni 2016, Riahi t. België. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Artikel 6.3.d, EVRM - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Artikel 6.3.d, EVRM - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Verplichting tot het horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Artikel 6.3.d, EVRM - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling - Weigering - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Artikel 6.3.d, EVRM - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Impact op een eerlijk proces - Beoordeling - Weigering - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Getuigen - Rechter ten gronde - Niet horen van een getuige op de rechtszitting - Beoordeling - Weigering - Impact op een eerlijk proces - Vermelding van concrete omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0254.N I I. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen. II L. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 februari 2020. De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser II 1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest verwerpt ten onrechte het verzoek van de eiser II om een getuige (hierna de getuige), waarvan de verklaring in aanmerking wordt genomen ter beoordeling van zijn schuld in de zaak II, ter rechtszitting te horen; de eiser II heeft in elk stadium van de procedure een verhoor van en een confrontatie met deze getuige gevraagd; het criterium van de gebeurlijke angst bij de slachtoffers en getuigen werd niet concreet en individueel beoordeeld met betrekking tot de eiser II, wiens rechten niet mogen worden ingeperkt door de gebeurlijke intimidatie door andere verdachten; de getuige heeft niet gesteld niet te willen meewerken aan een confrontatie omwille van een vermeende angst, maar dat is louter een weldoordachte verdedigingsstrategie van zijn raadsman; er blijkt niet dat de getuige angst heeft van de eiser II; de motivering voor de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuige heeft geen betrekking op de eiser II. 2. Of de rechter die zich over de gegrondheid van de strafvordering moet uitspreken verplicht is een persoon, die tijdens het vooronderzoek een voor een beklaagde belastende verklaring heeft afgelegd, te horen als getuige indien die beklaagde daarom verzoekt, moet worden beoordeeld in het licht van het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en het door artikel 6.3.d EVRM gewaarborgde recht om getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen. Wezenlijk daarbij is of de tegen de beklaagde gevoerde strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk verloopt, wat niet uitsluit dat de rechter niet alleen rekening houdt met het recht van verdediging van die beklaagde, maar ook met de belangen van de samenleving, de slachtoffers en de getuigen zelf. 3. Uit artikel 6.1 EVRM volgt in de regel dat het tegen een beklaagde aangevoerde bewijs hem wordt voorgelegd tijdens een openbare rechtszitting en de beklaagde dit bewijs moet kunnen tegenspreken. 4. Artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, vereist dat om een belastende verklaring van een tijdens het vooronderzoek gehoorde persoon als bewijs in aanmerking te nemen, zonder dat de beklaagde de gelegenheid had die persoon als getuige op de rechtszitting te ondervragen, de rechter nagaat of: (
  1. i)er ernstige redenen zijn voor het niet-horen van de getuige, dit wil zeggen feitelijke of juridische gronden die de afwezigheid van de getuige op de rechtszitting kunnen verantwoorden. Bij die beoordeling kan de rechter in aanmerking nemen dat er een risico bestaat op intimidatie, represailles, bedreigingen of geweld tegenover de getuige of bekenden van de getuige. Het is daarbij zonder belang dat die intimidatie, represailles, bedreigingen of geweld uitgaan of kunnen uitgaan van de beklaagde die het verhoor van de getuige vraagt dan wel van andere beklaagden of zelfs van derden; (
  2. ii)de belastende verklaring het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldigverklaring steunt, waarbij onder doorslaggevend wordt verstaan bewijs dat dermate belangrijk is dat het aannemelijk is dat het het resultaat van de zaak heeft bepaald; (iii) er voor het niet-kunnen ondervragen van de getuige voldoende compenserende factoren zijn met inbegrip van sterke procedurele waarborgen. 5. In de regel zal de rechter de impact op het eerlijk proces van het niet-horen op de rechtszitting van een getuige die tijdens het vooronderzoek een belastende verklaring heeft afgelegd, beoordelen aan de hand van de drie voormelde criteria en in de vermelde volgorde, tenzij één van de criteria van dermate overwegend belang is dat dit criterium volstaat om uit te maken of het strafproces in zijn geheel beschouwd al dan niet eerlijk verloopt. 6. De rechter oordeelt onaantastbaar of, rekening houdende met de voormelde criteria, het niet-horen op de rechtszitting van een getuige die tijdens het vooronderzoek een voor de beklaagde belastende verklaring heeft afgelegd, diens recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd miskent. De rechter moet zijn beslissing steunen op concrete omstandigheden die hij aanwijst. 7. Het arrest (p. 28) oordeelt dat de eventueel belastende verklaring van de getuige tijdens het vooronderzoek niet het enige of doorslaggevende element is waarop de schuldigverklaring van de eiser II is gesteund en het vermeldt de overige elementen waarop die beslissing is gegrond. Het arrest (p. 28) stelt ook vast dat er voor het niet-horen van de getuige compenserende factoren zijn welke het vermeldt. Het arrest steunt de beslissing dat er ernstige redenen zijn om de getuige niet te horen op de rechtszitting op de volgende gronden: - er is het risico van beïnvloeding, intimidatie, bedreiging en zelfs van geweld, gelet op het milieu van georganiseerde criminaliteit waarin de aan de orde zijnde feiten zich afspeelden; - er is een reëel gevaar voor intimidatie en bedreigingen, wat blijkt uit de klacht die de getuige op 14 december 2018 neerlegde en waarvan het proces-verbaal door de procureur des Konings ter info werd gevoegd aan het strafdossier; - uit dit proces-verbaal blijkt dat twee jonge mannen de rechter voor- en linker achterband van de wagen van de getuige plat hebben gestoken. Buurtbewoners van de getuige bevestigden deze jongemannen bezig te hebben gezien aan de banden van het voertuig en zij konden van hen op een afstand een foto nemen; - de getuige deelde op advies van zijn advocaat alsdan aan de politie mee in het kader van het onderzoek niet te zullen komen naar het geplande confrontatieverhoor met de eiser II en F.B., gelet op deze feiten van 14 december 2018. Het arrest (p. 29) oordeelt bovendien dat de gevoerde strafvervolging in zijn geheel beschouwd eerlijk is verlopen, waarbij niet alleen rekening is gehouden met het recht van verdediging van de eiser II, maar ook met de belangen van de samenleving en van de getuige zelf, dat uit niets blijkt dat het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces van de eiser II is miskend of dat bij de samenstelling van het dossier enige onregelmatigheid werd begaan en dat de eiser II uitgebreid tegenspraak heeft kunnen voeren en heeft gevoerd betreffende de regelmatig aan het hof van beroep overgelegde bewijselementen. Uit het geheel van die concrete redenen blijkt dat de appelrechters het verzoek van de eiser II tot het horen van de getuige hebben beoordeeld volgens de voormelde criteria en dat zij op die gronden wettig dit verzoek kunnen afwijzen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 225,50 euro, waarvan de eiser I en de eiser II elk 112,75 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.2 Gerelateerde publicatie(
  3. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240319.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250318.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251001.2F.6 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260108.1N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170131.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.7 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.25 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210323.2N.9 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220621.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.19 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221206.2N.17 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240123.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240123.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250408.2N.8 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.