id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.7 Rolnummer: P.20.0549.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 412 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het bezit, de bewaring of het beheer van de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken kan een gedraging uitmaken waarmee de dader van het witwasmisdrijf de oorsprong of de verplaatsing van die zaken verheelt of verhult en dat kan blijken uit de omstandigheden die de rechter vaststelt, waaronder de heimelijke aard van het bezit. Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Artikel 505, eerste lid, 4°, en tweede lid, eerste zin, Strafwetboek - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 505, eerste lid, 4°, en tweede lid, eerste zin - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0549.N P. R., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 29 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 66 en 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek: de appelrechters konden uit de enkele vaststelling dat de eiser in het bezit werd gevonden van een som geld van illegale oorsprong, opgeborgen in een zwarte sportzak die op zijn voeten of onderbenen lag, als passagier in een voertuig op naam van een derde, niet zijn schuld afleiden aan het verhelen of verhullen van die geldsom; uit die materiële handelingen blijkt immers geen positieve daad of onthouding die constitutief is voor dat verhelen of verhullen, maar enkel dat de eiser die geldsom gedurende enige tijd in zijn bezit heeft gehad.
- Artikel 505, eerste lid, 2°, en tweede lid, eerste zin, Strafwetboek bestraft zij die in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken, die voortkomen uit niet door henzelf gepleegde misdrijven, kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen. Dat is de kwalificatie van het feit waaronder de eiser aanvankelijk is vervolgd. Artikel 505, eerste lid, 4°, en tweede lid, eerste zin, Strafwetboek bestraft zij die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken, die voortkomen uit door henzelf of door anderen gepleegde misdrijven, verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen. Dat is de heromschrijving van het feit waarvoor de appelrechters de eiser hebben veroordeeld.
- Het bezit, de bewaring of het beheer van de hier bedoelde zaken kan een gedraging uitmaken waarmee de dader van het witwasmisdrijf de oorsprong of de verplaatsing van die zaken verheelt of verhult. Dat kan blijken uit de omstandigheden die de rechter vaststelt, waaronder de heimelijke aard van het bezit.
- De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Het Hof onderzoekt wel of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee onverenigbaar zijn of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- De appelrechters (arrest, p. 8-31) stellen vast dat de eiser als passagier in andermans voertuig werd aangetroffen met een rugzak vol met contant geld ten bedrage van 120.060,00 euro, die op zijn voeten of onderbenen lag. Zij oordelen dat dit geld geen legale oorsprong kan hebben, alsmede dat de eiser de oorsprong en de verplaatsing ervan heeft verhuld, onder meer gelet op de wijze waarop het geld werd vervoerd, de eigenaardige omstandigheden waarin de eiser werd aangetroffen en de merkwaardigheden die zich tijdens het onderzoek hebben voorgedaan, het feit dat de eiser in het verleden reeds meermaals is veroordeeld wegens internationale drughandel, de ongeloofwaardigheden van eisers verklaringen en de tegenstrijdigheden met verklaringen van een aanvankelijke medeverdachte, de resultaten van het financiële en fiscale onderzoek betreffende de eiser, de resultaten van de rogatoire commissie naar Suriname en het feit dat de door de eiser bijgebrachte stukken zijn beweringen niet geloofwaardig maken. De appelrechters (arrest, p. 29, h) oordelen in het bijzonder dat de eiser het cash geld "in de zwarte sporttas op zijn voeten verhulde". Uit die redenen, waaruit blijkt dat de eiser het aangetroffen geld in de vermelde omstandigheden had verstopt in een sporttas op zijn voeten, konden de appelrechters (arrest, p. 27, c) wettig afleiden dat hij de oorsprong en de verplaatsing van dat geld heeft verhuld. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep, verkrijgt het arrest kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep ook is gericht tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser is bevolen, heeft het geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 163,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div