id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.8 Rolnummer: P.20.0546.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 741 - laatst gezien 2026-06-19 19:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een schuldigverklaring aan verkrachting als bedoeld door artikel 375, eerste, tweede en vierde lid, Strafwetboek of aan aanranding van de eerbaarheid als bedoeld door artikel 373, eerste lid, Strafwetboek vereist niet noodzakelijk geweld of bedreiging , maar is ook mogelijk bij dwang, verrassing, list of ingeval van een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer; de rechter die een beklaagde in de bewoordingen van de strafwet schuldig verklaart aan verkrachting als bedoeld door artikel 375, eerste, tweede en vierde lid, Strafwetboek of aan aanranding van de eerbaarheid als bedoeld door artikel 373, eerste lid, Strafwetboek, dient bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie niet uitdrukkelijk te laten blijken dat hij de begrippen geweld of bedreiging heeft toegepast overeenkomstig de omschrijving ervan in artikel 483 Strafwetboek
(1).
(1)Cass. 9 oktober 2012, AR P.11.2120.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121009.1, AC 2012, nr. 521; B. SPRIET en J. BOECKSTAENS, "Het nieuwe misdrijf van voyeurisme en een aanpassing van het misdrijf van aanranding van de eerbaarheid en van verkrachting", T. Strafr. 2016, 222, nr.
- Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Geweld of bedreiging - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 373, 375 en 483 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0546.N D. M., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Kris Luyckx en mr. Nathalie Goedertier, advocaten bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser vrij voor de feiten van de telastlegging D. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 375, tweede lid, Strafwetboek: het arrest houdt voor de schuldigverklaring van de eiser aan de telastleggingen A en B geen rekening met de wettelijke draagwijdte van de begrippen geweld of bedreiging als bedoeld door artikel 483 Strafwetboek.
- Artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Volgens artikel 375, tweede lid, Strafwetboek, zoals gewijzigd door artikel 10 van de wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft, is er geen toestemming indien de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang, bedreiging, verrassing of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer. Volgens artikel 373, eerste lid, Strafwetboek, zoals gewijzigd door artikel 9 van de voormelde wet van 1 februari 2016, is strafbaar met de in die bepaling vermelde straffen de aanranding van de eerbaarheid gepleegd met geweld, dwang, bedreiging, verrassing of list of die mogelijk werd gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer.
- Uit die bepalingen volgt dat een schuldigverklaring aan verkrachting als bedoeld door artikel 375, eerste, tweede en vierde lid, Strafwetboek of aan aanranding van de eerbaarheid als bedoeld door artikel 373, eerste lid, Strafwetboek niet noodzakelijk geweld of bedreiging vereist, maar ook mogelijk is bij dwang, verrassing, list of ingeval van een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige dient de rechter die een beklaagde in de bewoordingen van de strafwet schuldig verklaart aan verkrachting als bedoeld door artikel 375, eerste, tweede en vierde lid, Strafwetboek of aan aanranding van de eerbaarheid als bedoeld door artikel 373, eerste lid, Strafwetboek, bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie niet uitdrukkelijk laten blijken dat hij de begrippen geweld of bedreiging heeft toegepast overeenkomstig de omschrijving ervan in artikel 483 Strafwetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De verplichting voor de rechter om overeenkomstig artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, die volgens artikel 211 Wetboek van Strafvordering ook geldt voor het appelgerecht, melding te maken van de wetsbepalingen waarbij de bestanddelen van het misdrijf worden vastgesteld en welke de toegepaste straffen bepalen, houdt niet in dat de rechter die een beklaagde schuldig verklaart aan verkrachting als bedoeld door artikel 375, eerste, tweede en vierde lid, Strafwetboek of aan aanranding van de eerbaarheid als bedoeld door artikel 373, eerste lid, Strafwetboek melding moet maken van artikel 483 Strafwetboek indien de afwezigheid van toestemming bij verkrachting wordt afgeleid uit geweld of bedreiging dan wel de aanranding van de eerbaarheid is gegrond op de vaststelling dat er geweld of bedreiging is gebruikt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep verkrijgt het arrest kracht van gewijsde. In zoverre eisers cassatieberoep ook gericht is tegen de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding is bevolen, heeft het geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,60 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121009.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div