id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201019.3N.10 Rolnummer: C.19.0595.N Zaak: ALLIANZ BELGIUM nv contra DANAR nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 961 - laatst gezien 2026-06-17 16:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 1721 Burgerlijk Wetboek volgt dat de verhuurder moet instaan voor gebreken die tijdens de huur zijn ontstaan aan het gehuurde goed door werken in zijn opdracht. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HUISHUUR - Verplichtingen van partijen Vrije woorden: Verhuurder - Verhuurd goed - Werken uitgevoerd tijdens de huur - Gebreken - Gevolg - Vrijwaringsplicht Annotaties Publicaties: Rechtskundig weekblad [RW] - 2021-22, nr. 7, p. 291-
- - RENIERS, Jacob; VAN DEN ABEELE, Frederik; Noot'Gebrek van het verhuurde goed: zin en onzin van art. 1721 oud BW' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0595.N ALLIANZ BENELUX nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.258.197, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, tegen
- DANAR nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Kloosterstraat 164, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0447.722.306, verweerster,
- BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), City Link-Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, partij opgeroepen in gemeenverklaring van het tussen te komen arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 mei
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 22 juli 2020 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Artikel 1721 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verhuurder de huurder vrijwaring verschuldigd is voor alle gebreken van het verhuurde goed, die het gebruik daarvan verhinderen, ook al mocht de verhuurder die bij het aangaan van de huur niet hebben gekend, en dat, indien door die gebreken enig verlies voor de huurder ontstaat, de verhuurder verplicht is hem daarvoor schadeloos te stellen. Hieruit volgt dat de verhuurder ook moet instaan voor gebreken die tijdens de huur zijn ontstaan aan het gehuurde goed door werken in zijn opdracht.
- De appelrechters stellen vast en oordelen, deels met overname van de redenen van het beroepen vonnis, dat: - het schadegeval een ontploffing en daaropvolgende brand betrof in het handelsgelijkvloers waar de huurster een kledingswinkel uitbaatte; - de ontploffing werd veroorzaakt door herstellingswerken die in opdracht van de verhuurster gebrekkig werden uitgevoerd door een derde; - de herstellingswerken werden uitgevoerd om gaten te dichten in een muur ter hoogte van de verhoogde houten vloer van deze winkel omdat daardoor ratten en muizen vanuit de kelder naar binnen konden dringen; - de herstellingswerken een abnormale opeenstapeling van brandbare drijfgassen in de kelder van het pand onder de vloer van de keuken veroorzaakten, afkomstig van het PUR-schuim dat werd gebruikt om de openingen van de kelder naar de winkel te dichten; - de deskundige vaststelde dat de opeenstapeling van brandbare drijfgassen door een onbekend gebleven ontstekingsbron tot ontploffing kwam en aldus het schadegeval plaatsgreep.
- De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de verweerster als verhuurster ten opzichte van haar huurster contractueel aansprakelijk is, verantwoorden hun beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 1134, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 1721 Burgerlijk Wetboek en bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
- De in het tweede onderdeel vergeefs bekritiseerde reden dat de verweerster als verhuurster contractueel aansprakelijk is ten aanzien van haar huurster en de eiseres op basis van artikel 21 van de algemene voorwaarden van de tussen de verweerster en de eiseres gesloten verzekeringsovereenkomst dekking moet verlenen aan de verweerster, volstaat voor de gegrondverklaring van de vordering van de verweerster tegen de eiseres. Het onderdeel dat niet tot cassatie kan leiden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 551,69 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201019.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div