id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 42
, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig - Elementen die wijzen op ongeschiktheid - Onderzoeksmaatregel in hoger beroep - Eigen initiatief van de appelrechter - Onpartijdigheid van de rechter - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 42
, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 4 Het appelgerecht kan de tegen een beklaagde uitgesproken straffen slechts verzwaren als het vaststelt dat die beslissing met eenstemmigheid is genomen; hieruit volgt niet dat het appelgerecht dat een onderzoeksmaatregel beveelt met het oog op een eventueel opleggen van een verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens ongeschiktheid, die beslissing eenstemmig moet bevelen, ook al houdt de toevoeging door het appelgerecht van een dergelijk verval tot het recht tot sturen aan een door de eerste rechter opgelegde bestraffing een strafverzwaring in
(1).
(1)Cass. 30 mei 2017, AR P.16.0766.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.5, AC 2017, nr. 357. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Wegverkeer - Geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig - Onderzoeksmaatregel in hoger beroep - Kans op strafverzwaring - Eenparigheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 42
, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig - Onderzoeksmaatregel in hoger beroep - Kans op strafverzwaring - Eenparigheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.
P.20.0637.N K E V, beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Alexander Van Heeschvelde en mr. Jesse Van Den Broeck, beiden advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 1 oktober 2019 (hierna het bestreden vonnis I) en van 19 mei 2020 (hierna het bestreden vonnis II). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis II spreekt de eiser vrij van het feit omschreven onder de telastlegging B. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: met het bestreden vonnis I wordt een onderzoeksmaatregel bevolen betreffende de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de eiser om een motorvoertuig te besturen, zonder dat die beslissing eenparig werd genomen, terwijl die maatregel enkel kon leiden tot een strafverzwaring; door het eenzijdig en hardnekkig bevelen van de onderzoeksmaatregel met het bestreden vonnis I miskent het appelgerecht het onpartijdigheidsbeginsel zoals vervat in artikel 6 EVRM; een dergelijke maatregel kan immers enkel leiden tot een strafverzwaring en niet tot het vaststellen van de schuld of de onschuld; bovendien plaatst het bestreden vonnis I belangrijke kanttekeningen betreffende de rijgeschiktheid van de eiser en formuleert het reserves bij die geschiktheid.
- Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat het verval van het recht tot sturen moet worden uitgesproken wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. Volgens artikel 42, tweede lid, Wegverkeerswet is het uitspreken van dit verval mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld.
- Het onpartijdigheidbeginsel, zoals vervat in artikel 6 EVRM, verzet zich niet ertegen dat een appelgerecht bij wie een strafvordering aanhangig is voor feiten die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een door artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bedoeld verval, op eigen initiatief nagaat of er elementen zijn die wijzen op een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, melding maakt van die elementen en op grond daarvan een onderzoeksmaatregel beveelt, die tot gevolg kan hebben dat het appelgerecht aan de door de eerste rechter opgelegde bestraffing de veiligheidsmaatregel van artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet toevoegt en daardoor de toestand van de beklaagde verzwaart. Door zo te handelen doet een appelgerecht niets anders dan artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet wettig toepassen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering volgt dat een appelgerecht de tegen een beklaagde in hoger beroep uitgesproken straffen slechts kan verzwaren indien het vaststelt dat die beslissing eenstemmig is genomen. Uit die bepaling volgt niet dat het appelgerecht dat een onderzoeksmaatregel beveelt met het oog op een eventueel opleggen van een verval als bedoeld door artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet, die beslissing eenstemmig moet nemen. De omstandigheid dat de toevoeging door een appelgerecht van een verval als bedoeld door artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet aan de door de eerste rechter opgelegde bestraffing wel een strafverzwaring is in de zin van artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering, laat niet toe anders te oordelen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,60 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 20 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251230.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div