id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.3 Rolnummer: P.20.0599.N Zaak: P. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht Invoerdatum: 2022-06-16 Raadplegingen: 962 - laatst gezien 2026-06-19 22:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 2, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast; de in deze bepaling vervatte regel van de toepassing van de mildere strafwet is niet van toepassing wanneer een uitvoeringsbesluit wordt vervangen door een ander uitvoeringsbesluit zonder dat de wet zelf wordt gewijzigd; de reden daarvoor is dat het ongewijzigd inzicht van de wetgever op het vlak van de bestraffing blijkt uit het ongewijzigd blijven van de strafbepaling en dat een wijziging van een uitvoeringsbesluit, dat door zijn aard tijdelijk en veranderlijk is, daaraan geen afbreuk doet
(1).
(1)Cass. 7 juni 2016, AR P.15.0135.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.1, AC 2016, nr. 377; Cass. 20 november 2007, AR P.07.1109.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.2, AC 2007, nr. 567; Cass. 10 december 1991, AR nr. 4910, AC 1991-1992, nr.
- Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Werking in de tijd - Strafwet - Uitvoeringsbesluit - Wijziging - Terugwerkende kracht - Uitwerking Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: Strafwet - Werking in de tijd - Uitvoeringsbesluit - Wijziging - Terugwerkende kracht - Uitwerking Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI Vrije woorden: Strafwet - Werking in de tijd - Uitvoeringsbesluit - Wijziging - Terugwerkende kracht - Uitwerking Tekst van de beslissing Nr. P.20.0599.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, afdeling Dendermonde, eiser, tegen A. S., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 20 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek: het bestreden vonnis past ten onrechte, als mildste strafwet, de uitzonderingsgrond van artikel 3, § 2, 6°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen (hierna KB Inschrijving Voertuigen) toe, terwijl de inbreuk van de verweerder op artikel 3, § 1, KB Inschrijving Voertuigen dateert van vóór de inwerkingtreding van die uitzonderingsgrond; het KB Inschrijving Voertuigen is enkel een uitvoeringsbesluit van artikel 29, § 2, Wegverkeerswet, dat de strafbaarstelling van het door de verweerder gepleegde misdrijf bevat; die strafbaarstelling is ongewijzigd gebleven; artikel 2, tweede lid, Strafwetboek is niet van toepassing wanneer een vroeger besluit wordt gewijzigd door een nieuw besluit dat is genomen ter uitvoering van dezelfde wet, zonder dat die wet zelf werd gewijzigd; in dat geval blijven de feiten die op grond van het vroegere besluit strafbaar waren toen ze werden gepleegd, strafbaar ook indien ze ingevolge het nieuwe besluit geen strafbaar feit meer opleveren ten tijde van de uitspraak.
- Artikel 3, § 1, eerste lid, KB Inschrijving Voertuigen bepaalt: "De personen die in België verblijven schrijven de voertuigen die zij wensen in het verkeer te brengen in in het repertorium van de voertuigen bedoeld in artikel 6, zelfs indien deze voertuigen reeds in het buitenland zijn ingeschreven." Artikel 3, § 2, KB Inschrijving Voertuigen bepaalt: "In de hierna vernoemde gevallen echter is de inschrijving in België van voertuigen die in het buitenland zijn ingeschreven en in het verkeer worden gebracht door de personen bedoeld in § 1 niet verplicht voor: 6° het voertuig dat ten kosteloze titel ter beschikking wordt gesteld van een natuurlijke persoon bedoeld in § 1 gedurende een periode van ten hoogste één maand; een door de buitenlandse titularis opgesteld document dient zich aan boord van het voertuig te bevinden, waaruit blijkt dat laatstgenoemde toestemming verleent om het voertuig te gebruiken voor een bepaalde periode, met vermelding van de einddatum". Die uitzonderingsgrond is ingevoerd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, in werking getreden op 1 oktober
- Artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt: "De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro".
- Onder de telastlegging A is de verweerder vervolgd om, te Zele op 9 maart 2014, artikel 3, § 1, KB Inschrijving Voertuigen, strafbaar gesteld bij artikel 29, § 2, Wegverkeerswet, te hebben overtreden. Het bestreden vonnis spreekt, met toepassing van de mildste strafwet op het moment van de uitspraak, de verweerder vrij van die telastlegging omdat voldaan is aan de voormelde uitzonderingsgrond.
- Artikel 2, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast.
- De in deze bepaling vervatte regel van de toepassing van de mildere strafwet is niet van toepassing wanneer een uitvoeringsbesluit wordt vervangen door een ander uitvoeringsbesluit zonder dat de wet zelf wordt gewijzigd. De reden daarvoor is dat het ongewijzigd inzicht van de wetgever op het vlak van de bestraffing blijkt uit het ongewijzigd blijven van de strafbepaling en dat een wijziging van een uitvoeringsbesluit, dat door zijn aard tijdelijk en veranderlijk is, daaraan geen afbreuk doet.
- Volgens zijn aanhef is het KB Inschrijving Voertuigen genomen in uitvoering van onder meer artikel 1 Wegverkeerswet. De op dat koninklijk besluit toepasselijke strafwet is derhalve artikel 29, § 2, Wegverkeerswet. Die bepaling is ongewijzigd gebleven en maakt derhalve geen mildere strafwet uit dan deze die van toepassing was op het moment van de vervolgde feiten.
- Hieruit volgt dat de appelrechters de verweerder niet wettig konden vrijspreken op grond van de uitzonderingsgrond van artikel 3, § 2, 6°, KB Inschrijving Voertuigen, die op het moment van hun uitspraak, maar na de vervolgde feiten, in werking is getreden. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de vrijspraak voor het feit van de telastlegging A leidt tot de vernietiging van de vrijspraak voor de feiten van de telastleggingen B en C gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de verweerder vrijspreekt van de telastleggingen A, B en C. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat een tiende van de kosten van het cassatieberoep ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 42,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div