← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.4 Rolnummer: P.20.0565.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-16 Raadplegingen: 1046 - laatst gezien 2026-06-20 00:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De wetgever heeft het aan het uitsluitende oordeel van de rechter overgelaten of een omstandigheid eigen aan de te beoordelen feiten of aan de dader wordt aangenomen als een verzachtende omstandigheid in de zin van artikel 85 Strafwetboek; de rechter dient zijn beslissing dat een bepaalde omstandigheid niet wordt aangenomen als een verzachtende omstandigheid niet nader met redenen te omkleden

(1).
(1)Zie Cass. 20 januari 2004, AR P.03.1364.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040120.13, AC 2004, nr. 31; Cass. 12 april 1965, Pas. 1965, I, 867; Cass. 15 maart 1948, Pas. 1948, I,
  1. Thesaurus CAS: STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN Vrije woorden: Het niet aannemen van een bepaalde omstandigheid als verzachtende omstandigheid - Motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 85 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verzachtende omstandigheid - Het niet aannemen van een bepaalde omstandigheid als verzachtende omstandigheid - Motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 85 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0565.N F. F. A. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koenraad Van De Sijpe, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: hoewel de eiser in zijn appelconclusie een aantal argumenten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de vijver en de houten berging teruggaan op bestaande constructies, oordeelt het arrest zonder nadere motivering dat dit feit niet in aanmerking kan worden genomen als verzachtende omstandigheid; die weigering moet met redenen worden omkleed.
  4. De wetgever heeft het aan het uitsluitende oordeel van de rechter overgelaten of een omstandigheid eigen aan de te beoordelen feiten of aan de dader wordt aangenomen als een verzachtende omstandigheid in de zin van artikel 85 Strafwetboek. De rechter dient zijn beslissing dat een bepaalde omstandigheid niet wordt aangenomen als een verzachtende omstandigheid niet nader met redenen te omkleden. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel voert miskenning aan van "luchtfoto's als geschrift": met het oordeel dat uit de stukken waarop de appelrechters acht mogen slaan, niet blijkt dat op de plaats van de actuele vijver en de houten berging oorspronkelijk een vijver en een schuur aanwezig waren, miskent het arrest de bewijskracht van minstens twee luchtfoto's, een liggingsplan op een schattingsverslag en de herstelvordering; het arrest laat iets weg op de beide luchtfoto's die opgenomen zijn in het strafdossier onder de stukken 34 en 38; dat geldt ook voor de herstelvordering die is opgenomen in het strafdossier onder de stukken 72 en volgende; wat de vijver betreft heeft de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur in de herstelvordering met verwijzing naar een luchtfoto van 1976 zelf aangegeven dat er vroeger een veel grotere vijver was dan de bestaande; deze vijver is ook te zien op de luchtfoto uit de periode 1979-90 die zich als stuk 38 bevindt in het strafdossier; het arrest verwijst voor het oordeel dat er geen vijver is te zien naar de luchtfoto's uit 2008-2009, maar maakt geen melding van het stuk 38 waarop deze vijver wel te zien is, waardoor het arrest iets weglaat; wat de paardenstalling betreft heeft de eiser erop gewezen dat die zichtbaar is op de luchtfoto uit de periode 1979-90 (geopunt) en de luchtfoto van Google Earth; daarmee miskent het arrest de bewijskracht van de als stuk 34 aan het strafdossier toegevoegde luchtfoto, alsook van het liggingsplan dat als stuk 32 bij het strafdossier is gevoegd, waarop de paardenstal prijkt.
  6. De miskenning van de bewijskracht van een akte bestaat erin dat de bekritiseerde beslissing verwijst naar een geschrift en die beslissing aan dit geschrift een vermelding toeschrijft die niet erin voorkomt dan wel verklaart dat dit geschrift een vermelding niet bevat die wel erin voorkomt.
  7. Een luchtfoto is als dusdanig geen geschrift. Er kan dan ook geen miskenning van de bewijskracht van een luchtfoto worden aangevoerd, los van enig geschrift dat bij die luchtfoto hoort en er een geheel mee uitmaakt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het arrest verwijst voor het door het middel bekritiseerde oordeel niet naar de herstelvordering of het liggingsplan. Het kan dan ook de bewijskracht van die stukken niet miskennen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,60 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211221.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231128.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040120.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210302.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.