← België

BVBA FULLCONTROL MEDICAL

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.9 Rolnummer: P.20.0587.N Zaak: BVBA FULLCONTROL MEDICAL Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-16 Raadplegingen: 913 - laatst gezien 2026-06-19 22:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 210, eerste lid, Wetboek van Strafvordering wordt de beklaagde in hoger beroep gehoord over de nauwkeurig bepaalde grieven die tegen het beroepen vonnis worden ingebracht; de enkele herneming van een in eerste aanleg gevoerd verweer vormt geen nauwkeurig bepaalde grief in de zin van de vermelde bepaling en de appelrechters dienen een dergelijk verweer dan ook niet te beantwoorden

(1).
(1)Cass 24 november 2015, AR P.14.1192.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151124.4, AC 2015, nr. 694; Cass. 8 september 2015, AR P.14.1752.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150908.3, AC 2015, nr. 494. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Beklaagde - Nauwkeurige grieven - Herneming van in eerste aanleg gevoerd verweer - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 210, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Beklaagde - Nauwkeurige grieven - Herneming van in eerste aanleg gevoerd verweer - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 210, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 De in artikel 67ter Wegverkeerswet bepaalde verplichting bestaat onafhankelijk van het voorafgaand bewijs dat er een overtreding is begaan en vereist dus niet dat de initiële overtreding is bewezen; het volstaat dat een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd vastgesteld
(1).
(1)Cass. 6 maart 2018, AR P.17.0190.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180306.1, AC 2018, nr. 147; Cass. 27 oktober 2009, AR P.09.0778.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.2, AC 2009, nr. 620; S. STALLAERT, "De strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen en wegverkeer: artikel 67ter Wegverkeerswet en het belang van de pleitbezorger", T.Strafr. 2013,
(105)
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Verplichting de identiteit van de bestuurder mede te delen - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 4 De rechtspersoon op wiens naam het motorvoertuig is ingeschreven waarmee de overtreding werd begaan, die zich bewust ertoe beperkt om enkel mee te delen dat de met het voertuig begane overtreding kaderde in de uitvoering van een prioritair transport zonder mededeling van de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten of de identiteit van de verantwoordelijke persoon, voldoet niet aan de in artikel 67ter, eerste en vierde lid, Wegverkeerswet bepaalde verplichtingen, waarvan de niet-nakoming wordt bestraft met de in artikel 29ter Wegverkeerswet bepaalde straffen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Verplichting de identiteit van de bestuurder mede te delen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Artt. 29ter en 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0587.N FULLCONTROL MEDICAL bv, met zetel te 2830 Willebroek, Hoeikensstraat 19, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Joost Peeters, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 17 april
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis beantwoordt niet het verweer van de eiseres over de decumulregeling zoals opgenomen in artikel 5, tweede lid, Strafwetboek; het bestreden vonnis maakt ten onrechte geen melding van de neergelegde appelconclusie; in het bijzonder beantwoorden de appelrechters niet het argument dat in het strafdossier geen onderzoek werd gevoerd naar de zwaarste fout, waardoor er twijfel bestaat of de vennootschap wel de zwaarste fout heeft begaan omdat de zaakvoerder niet werd betrokken in de procedure.
  4. Geen enkele bepaling verplicht de rechter melding te maken van de neerlegging van een conclusie.
  5. Krachtens artikel 210, eerste lid, Wetboek van Strafvordering wordt de beklaagde in hoger beroep gehoord over de nauwkeurig bepaalde grieven die tegen het beroepen vonnis worden ingebracht. De enkele herneming van een in eerste aanleg gevoerd verweer vormt geen nauwkeurig bepaalde grief in de zin van de vermelde bepaling. De appelrechters dienen een dergelijk verweer dan ook niet te beantwoorden.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres het in het middel vermelde verweer heeft aangevoerd in een voor de eerste rechter genomen conclusie en het beroepen vonnis dit verweer ook heeft beantwoord. De eiseres heeft in haar appelconclusie dit verweer woordelijk hernomen zonder op te komen tegen het op dit verweer door het beroepen vonnis gegeven antwoord. De appelrechters moesten dit identiek verweer dan ook niet beantwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 29ter en 67ter Wegverkeerswet: het bestreden vonnis kan de eiseres niet veroordelen voor een inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet omdat nergens uit het strafdossier blijkt dat er een initiële overtreding zou zijn begaan, namelijk een inbreuk op artikel 37.4 of op artikel 61.1.1° Wegverkeersreglement.
  9. De in artikel 67ter Wegverkeerswet bepaalde verplichting bestaat onafhankelijk van het voorafgaand bewijs dat er een overtreding is begaan en vereist dus niet dat de initiële overtreding bewezen is. Het volstaat dat een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd vastgesteld. Het onderzoek naar deze inbreuk vereist de identificatie en eventueel het verhoor van de bestuurder. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 29ter en 67ter Wegverkeerswet: de appelrechters houden niet afdoende rekening met het gegeven dat de eiseres de nodige maatregelen heeft genomen om een antwoord te verstrekken betreffende de overtreding; aan het antwoordformulier werd een correct gevolg gegeven; de eiseres heeft gemeld dat de overtreding kaderde in de uitvoering van een prioritair transport, zodat de constitutieve bestanddelen van de initiële overtreding niet bewezen zijn; indien de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die voor de rechtspersoon verantwoordelijk is de identiteit van de bestuurder die de overtreding heeft begaan, niet kan meedelen, hoewel hij de nodige maatregelen heeft genomen om die mededeling te verzekeren, is hij niet strafbaar; door geen rekening te houden met het door de eiseres gegeven antwoord verantwoorden de appelrechters de beslissing niet naar recht.
  11. In zoverre het onderdeel dezelfde strekking heeft als het eerste onderdeel, is het om de in het antwoord op dat onderdeel vermelde reden te verwerpen.
  12. Artikel 67ter, eerste lid, Wegverkeerswet legt ingeval van een overtreding op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon en indien de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, aan de rechtspersoon de verplichting op de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien hij die niet kent, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. Volgens artikel 67ter, vierde lid, Wegverkeerswet, zoals hier toepasselijk, moet de rechtspersoon als houder van de kentekenplaat of als houder van het voertuig de nodige maatregelen nemen om aan deze verplichting te voldoen. Het niet-nakomen van de door artikel 67ter Wegverkeerswet bedoelde verplichtingen wordt bestraft met de in artikel 29ter Wegverkeerswet bepaalde straffen.
  13. De rechtspersoon op wiens naam het motorvoertuig is ingeschreven waarmee de overtreding werd begaan, die zich bewust ertoe beperkt om enkel mee te delen dat de met het voertuig begane overtreding kaderde in de uitvoering van een prioritair transport zonder mededeling van de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten of de identiteit van de verantwoordelijke persoon, voldoet niet aan de voormelde verplichtingen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  14. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiseres zich bij schrijven van 26 februari 2018 richtte tot de betrokken politiezone met het verzoek de zaak te seponeren omdat het een prioritair transport betrof in opdracht van het Rode Kruis Vlaanderen, waarbij ook een stuk was gevoegd en een document werd meegedeeld waarin werd gesteld dat het meedelen van de identiteit van de bestuurders geen optie was omdat zij hen wenste te beschermen en omdat de bestuurders dit ook niet wensten. Vervolgens oordelen de appelrechters dat: - ze niet inzien waarom de mededeling van de identiteit van de bestuurders enig nadeel voor hen zou kunnen betekenen; - ook deze bestuurders de verkeersregels moeten naleven en voor prioritaire voertuigen overigens bijzondere en soepelere regels gelden, zoals wat betreft het voorbijrijden van een rood verkeerslicht; - het feit dat het voertuig het rood verkeerslicht voorbijreed aan een snelheid van 31 km/u erop wijst dat het niet is gestopt; - het niet zo is, zoals de eiseres lijkt te suggereren, dat zij recht heeft op overtredingen omwille van het bijzonder transport; - dit alles geen afbreuk doet aan de bewezen inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet die los staat van de overtreding op artikel 61.1.1° Wegverkeersreglement; - artikel 67ter Wegverkeerswet niet in een uitzondering voorziet voor prioritair vervoer; - de ratio legis van artikel 67ter er onder meer in bestaat, zo de bestuurder bij de overtreding niet werd geïdentificeerd, mits het opleggen van een verplichting tot mededeling van de identiteit van de bestuurder, de bestuurder alsnog te identificeren en na te gaan of hij in regel is met de verkeerswetgeving, wat moet mogelijk zijn ongeacht de aard van het transport. Met deze redenen verantwoorden de appelrechters de schuldigverklaring van de eiseres aan een inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 58,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 oktober 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150908.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151124.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180306.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250129.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.