← België

D. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201030.1N.1 Rolnummer: C.20.0159.N Zaak: D. contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-05-16 Raadplegingen: 717 - laatst gezien 2026-06-16 04:06 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verkoper onder eigendomsvoorbehoud dient, zoals ieder revindicerende eigenaar, het bewijs te leveren van de eigendom van de gerevindiceerde goederen of van hun tegenwaarde. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Verkoper - Eigendomsvoorbehoud - Revindicatie - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2279 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0159.N Frans DE ROY, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen, Paleisstraat 47, en Benny GOOSSENS, advocaat, met kantoor te 2110 Wijnegem, Marktplein 22, beiden in hun hoedanigheid van curator van het faillissement van EXELCO SOURCING bvba, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0893.075.337, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen

  1. Ilse MERTENS, advocaat, met kantoor te 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 70, bus 0306, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van N. SHAH EN CO bvba, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0423.306.119,
  2. KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.920.226, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, in aanwezigheid van Kris SLABBAERT, gerechtsdeurwaarder, met kantoor te 2018 Antwerpen, Balansstraat 117, minstens opgeroepen in gemeen- en tegenstelbaarverklaring van het tussen te komen arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 januari
  3. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  4. De appelrechters die oordelen dat in het verzoekschrift tot hoger beroep ter zake van de grieven weliswaar geen aparte rubriek is te vinden, maar dat aan het voorschrift van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek is voldaan aangezien de eerste verweerster aangeeft welke haar grieven zijn en het voor de eiseres voldoende duidelijk was om welke reden de beslissing van de eerste rechter werd aangevochten en waartegen zij dus verweer diende te voeren, verwerpen en beantwoorden, zonder tegenstrijdigheid, het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. De appelrechters die vaststellen dat de eisers en de tweede verweerster partij zijn in het geding voor de eerste rechter en die oordelen dat een gedaagde in hoger beroep incidenteel hoger beroep kan instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de appelrechter, zodat de tweede verweerster hoger beroep kan instellen tegen de eisers verwerpen en beantwoorden het bedoelde verweer dat erop gesteund is dat door de tweede verweerster een principaal hoger beroep werd ingesteld. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste en tweede onderdeel
  6. De onderdelen verwijten de appelrechters in essentie dat zij de terugvordering door de eiseres van de diamanten hebben afgewezen niettegenstaande het bedongen eigendomsvoorbehoud als onbetaalde verkoper en de regels inzake de verdeling van de bewijslast hebben miskend door hen het bewijs op te leggen van het eigendomsrecht van de diamanten die zich in het bezit van de koper, de eerste verweerster, bevonden en waarop door de tweede verweerster beslag was gelegd.
  7. Op grond van artikel 2279 Burgerlijk Wetboek kan een schuldeiser beslag leggen op de roerende lichamelijke goederen in het bezit van zijn schuldenaar, tenzij een derde bewijst dat hij eigenaar is van het geheel of het gedeelte van de goederen.
  8. De verkoper onder eigendomsvoorbehoud dient, zoals ieder revindiceerde eigenaar, het bewijs te leveren van de eigendom van de gerevindiceerde goederen of van hun tegenwaarde.
  9. De appelrechters stellen vast dat: - de deskundige "onregelmatige voorraad- en vermogensverschuiving" vaststelt binnen de groep waarvan de verkoper deel uitmaakt, evenals "fictieve verkopen en manipulaties van diverse transacties"; - de verkoper geen regelmatige boekhouding voerde; - de verkoper geen gevolg gaf aan het verzoek van de beslaglegger, tweede verweerster, en de beslagen koper tot overlegging van bepaalde facturen en betalingsbewijzen;
  10. De appelrechters die op grond van deze vaststellingen oordelen dat de eisers niet aantonen dat de inmiddels gefailleerde verkoper eigenaar is van de diamanten waarop door de tweede verweerster beslag werd gelegd en de terugvordering op grond van het eigendomsvoorbehoud ongegrond verklaren, verantwoorden hun beslissing naar recht. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  11. Gelet op het antwoord op het eerste en tweede onderdeel kan het onderdeel in zoverre het schending aanvoert van artikel 2279 Burgerlijk Wetboek niet worden aangenomen.
  12. Gelet op hun in het eerste en tweede onderdeel tevergeefs bestreden oordeel diende de appelrechters niet in te gaan op het bedoelde verweer en kan het onderdeel in zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet evenmin worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 835,82 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201030.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.